Verdriet
1982-07-16
Ds. A.H. Algra heeft in deze rubriek eens gewezen op het verschijnsel dat je vooral kritiek krijgt te verwerken als je iets van de EO zegt. Dat is mij nu ook overkomen naar aanleiding van deze rubriek in het nummer van 25 juni j.l. Gelukkig kreeg ik niet alleen tegenstand, maar ook medestand. Dat houdt je dan een beetje in evenwicht. Enkele opmerkingen daarover.- Jaargang 26
- nummer 28
- Voor zover er behoorlijk geschreven werd, hebben allen, die aanmerking hadden, antwoord van me gekregen. De instemmende reacties laat ik maar zo.
- Verder is mijn adres in het handboekje van onze kerken verkeerd afgedrukt. Hoe dat gekomen is weet ik niet, maar het is wel lastig. Ik woon in Aalten in de Reviusstr. 40. En op geen enkel ander nummer.
- De derde opmerking is van meer belang. Veel van de briefschrijvers hadden als argument dat ze zo’n verdriet hadden van mijn prijzen van de Psalmen boven veel geestelijke liederen. Maar dat prijzen is toch goed. Dan prijs ik Gods Woord boven mensenwoord. Daarmee behoort iedereen die klassiek gereformeerd denkt in te stemmen. Dat verdriet zal overigens wel meer zijn ontstaan door het feit dat ik dat zei in verband met de EO dan door iets anders. Het deed me denken aan iets wat bij prof. H. Bavinck staat te lezen in “De zekerheid des geloofs”. Onze aandoeningen en godsdienstige ontroeringen moeten niet zulk een rol spelen in ons leven.
"Religieuze aandoeningen en ervaringen wekt iedere godsdienst. Indien die aandoeningen en ervaringen recht geven om tot de waarheid van het geloof en van zijn inhoud te besluiten…dan kan de Boeddhist uit zijn ervaring de waarheid van het Nirvana, de Mohammedaanse mysticus uit zijn bevinding de realiteit van de zinnelijke hemel, de Roomse christen uit zijn religieus gevoel het recht der Mariaverering afleiden”. blz. 62; uitgave 1901. Het Evangelie als het Woord van God gaat ook oordelend over onze godsdienstige gevoelens. Dat we geroerd zijn of juist niet zegt op zichzelf niets. Ook die roerigen moeten getoetst worden aan het Woord van God. In feite wordt er in de Bijbel nogal gewaarschuwd tegen drukke godsdienstigheid. Niet mijn triestheid over de achteruitgang van het klassiek gereformeerde denken is beslissend, maar de argumenten daarvoor. En dat geldt ook voor allen, die het daarin niet met me eens zijn.