Jezus gedoopt
1982-07-30
In die dagen- Jaargang 26
- nummer 29
En het geschiedde in die dagen, dat Jezus Nazareth in Galileaverliet en Zich door Johannes in de Jordaan liet dopen. Weer: een uiterst korte aanduiding van wat er is gebeurd. Niets van de woordenwisseling tussen Johannes en Jezus, die Mattheüs vertelt. In een korte zin beschrijft Markus het eerste optreden van de Here Jezus. Het eerste wat hij er van zegt is: het geschiedde in die dagen. Dat lijkt een heel gewone uitdrukking. Ze zegt, dat Jezus kwam toen Johannes predikte.
Inderdaad - maar: die prediking van Johannes betekende: een keerpunt in de geschiedenis van Gods heil. Nieuwe tijden breken aan, de tijd van het nieuwe verbond, waar Ezechiël over gesproken had. Johannes was de heraut van die nieuwe tijd. Johannes had gezegd: na mij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben, nederbukkende, los te maken. Ik heb U gedoopt met water, maar Hij zal U dopen met de Heilige Geest. Als Johannes dat gezegd heeft, komt Jezus.
Velen hebben de boodschap van Johannes geloofd; zij weten: nu komen de nieuwe tijden, waar de Schriften van spraken, nu komt de HERE tot Zijn volk; de verwachtingen zijn hoog gespannen. En in die dagen komt Jezus. Nu moet het dan gaan gebeuren, het wonder van Ezechiël 36. De tijd van ontferming en vernieuwing is aangebroken. Dan komt Jezus. En verder gebeurt er voorlopig niets. Althans niets spectaculairs. Jezus komt uit Galilea om zich te laten dopen.
Komt zo de nieuwe tijd?
Uit Nazareth in Galilea
En het geschiedde...dat Jezus Nazareth in Galilea verliet..., lezen we in de N.V. In die vertaling is de tekst een beetje aangescherpt. Zo wordt duidelijk gezegd: nu komt Jezus tevoorschijn. De tekst houdt Jezus’ komen nog meer onopvallend. In de Statenvertaling leest U gewoon: Jezus kwam van Nazareth...zoals zoveel mensen, overal vandaan, naar Johannes kwam.
Heel gewoon. Uit Nazareth in Galilea - dat betekent: uit een uithoek van het land.
De hoek, waar mensen wonen die nauwelijks meetellen. Kan daarvandaan iets goeds komen, iets bijzonders? Nazareth was niet alleen een uithoek van het land. Het was voor de Here Jezus een plaats geweest, om te schuilen. Een plaats, waarheen Jozef gegaan was als een vlucht.
We lezen in Mattheüs 2 : 19 e.v. over de terugkeer uit Egypte. Ook het verblijf in Egypte was al een vlucht geweest, een bescherming tegen het geweld van Herodes. Nu is Herodes dood. De Here zegt: kom nu maar terug. In Israël aangekomen, hoort Jozef dat Archelaüs koning is geworden in Judea - en dat maakt hem bang. God waarschuwt hem in een droom, en zo gaat Jozef naar Galilea, naar Nazareth. De vluchteling komt tevoorschijn.
In alle rust en stilte heeft Hij zich op zijn taak kunnen voorbereiden. Hij is bezig geweest met de dingen van Zijn Vader. Die zocht Hij, toen Hij als Jongen van 12 jaar in de tempel sprak met de schriftgeleerden. Daar bleef Hij mee bezig. Nu komt Hij.
Hij komt om zijn werk te doen. Niet om op de een of andere manier een politieke slag te slaan - wat door het volk wel verwacht werd maar om te doen wat de Vader Hem te doen gegeven had.
Hij wordt gedoopt
Jezus komt uit Galilea om gedoopt te worden. Vorige keer heb ik gezegd: de doop van Johannes is de poort van het oude naar het nieuwe verbond. De weg naar Gods nieuwe gaven is de weg van boete en bekering. Die weg gaat Jezus. Johannes heeft er moeite mee, vertelt Mattheüs.
Hij zegt: U moet niet door mij gedoopt worden, maar ik door U. U hebt mij niet nodig - ik heb U nodig.
Jezus zegt: akkoord, maar daarom moet U Mij eerst dopen. Zo moet de gerechtigheid vervuld worden. Zo moet het recht zijn loop hebben. Voor de Here Jezus betekende dat recht, dat Hij de gestalte van een dienstknecht aannam (Filippenzen 2). Hij kon de heerlijkheid niet op een ongeoorloofde manier naar zich toe halen (roven). Hij kon niet zo maar verschijnen als een vorst en zeggen: mensen, hier is het heil. Hij moet het heil brengen langs de omweg van kruis en lijden.
Het recht moet zijn loop hebben. Hef recht van de Here. Aan dat recht wordt de Here Jezus gehoorzaam - tot de dood aan het kruis.
Alleen zo kan Hij de tijd van het heil doen aanbreken. Alleen zo kan Hij spreken van het nieuwe verbond; dat doet Hij bij de instelling van het avondmaal. Het komt door Zijn lijden.
In dat lijden en aan het kruis maakt God Hem die geen zonde gekend heeft, voor ons tot zonde - opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem (2 Korinthiërs 5 : 21).
Als Hij zich laat dopen met die doop van bekering tot vergeving van zonden - een doop die Hij voor zichzelf niet nodig heeft, omdat Hij geen zonde heeft gekend of gedaan - laat Hij zich voor ons tot zonde maken. Hij neemt onze plaats in - en gaat ons zo voor, door de poort van het oude naar het nieuwe verbond, dat beter is dan het oude (zie de brief aan de Hebreeën). Juist zo is Hij "de engel van Gods aangezicht".
Naar Exodus 23 ging deze engel het volk voor naar het land der belofte. In Hem was de naam van de HERE. Hij baande het een weg door de woestijn. Over die tijd in de woestijn lezen we in Jesaja 63 : 8,9: Hij (de .HERE) werd hun tot een Verlosser. In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel zijns aangezichts heeft hen gered. In zijn liefde en in zijn mede op en droeg hen al de dagen van ouds dagen heeft Hij zelf hen verlost en Hij hief hen. In de plaatsbekleding door zijn doop maakt Jezus de geschiedenis van Gods heil vol. Dat is: Hij vervult Exodus 23 : 20 e.v. en Jesaja 63 : 9.
Al onze smarten gaat Hij dragen.