Kerknieuws
1982-07-30
Baarn/Soest - M.i.v. 1 sept. 1982 zal ds J. A. de Vries hulpdiensten gaan verrichten in de gemeente Baarn/Soest. Het adres van ds De Vries is: Ravelijnstraat 104,4102AP Culemborg.- Jaargang 26
- nummer 29
De volgende zondagen zal er door gebrek aan voorgangers géén middagdienst zijn: 25 juli, 1 en 8 augustus.
Oosterwijk/Wolfheze - In afwijking van het "blauwe boekje" is nu praeses van de kerkenraad van de Nederl.Gereformeerde Kerk van Oosterbeek/ Wolfheze: C. van Hall, Zwanebloemstraat 7, Renkum, tel. 08373-4382. In de zomermaanden is br. B. van Dijk, die de preekvoorziening regelt bereikbaar op tel. 085-433985.
Stichting voor jeugdzorg en maatschappelijk werk - Uit het jaarverslag citeren we het volgende: De uitbreiding lag met name bij "Therapie en Toerusting" als onderdelen van respectievelijk Hulpverlening en Preventie.
Het aantal bij de Stichting in behandeling zijnde cliënten is met ongeveer 20 procent gestegen ten opzichte van het vorige jaar, dat ook al een stijging gaf. te zien van bijna 20 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Ook kwamen er meer aanvragen om hulp en advies binnen dan voorheen. Vele zaken konden binnen het jaar worden afgehandeld, zodat hun aantal niet in aanmerking is genomen bij bovenstaande beschouwing. In de Christelijke hulpverlening is de psychologische begeleiding van mensen c.q. gezinnen, die met zichzelf of met elkaar overhoop liggen, al jaren lang een zwakke schakel. Mensen die zich tot de Stichting om hulp wenden klagen er nog al eens over, dat het voor hen praktisch onmogelijk is om christenpsychiaters of -psychologen te vinden, die hen in hun noden, angsten en zorgen, die dikwijls ook samenhangen met geloofsvragen kunnen bijstaan en helpen. Wij hebben moeten constateren, dat vragen om hulp in gevallen, die op de rand van de psychiatrie liggen of die een ingrijpende en langdurige therapie vereisen steeds vaker voorkomen. Hier en daar tekent zich in de medische wereld immers een ontwikkeling af, die er op neer komt, dat men bij overspannen en op de rand van geestelijke instorting staande patiënten, steeds minder naar een medische behandeling neigt maar een psychologische behandeling of begeleiding voorschrijft. Dit draagt in plaatsen waar geen speciale centra voor dit doel' bestaan weer bij tot toename van ons werk, ook al omdat de therapie van een 'bevoegd psycholoog (nog)niet in het ziekenfondspakket is opgenomen.
De hierboven geschetste ontwikkeling gaat gelukkig in een richting, tegengesteld aan die, waarover de diakenen uit Rotterdam-Overschie ons schreven, te weten dat medici in dergelijke gevallen in hun gemeente bijna uitsluitend kalmerende middelen verstrekken zonder dat er van enige psychologische begeleiding sprake was. Zij gaven enkele schrijnende voorbeelden van wat leden van hun gemeente op dit punt was overkomen.
Zij vroegen in dit verband zelfs of wij geen mogelijkheid zagen eventueel tezamen met anderen een christelijk psychiatrisch centrum in het leven te roepen.
Ons bestuur is er steeds op uit geweest, de mogelijkheden voor de hulpbehoevende leden van onze kerken op dit punt te verbeteren. In de eerste plaats om de "gezonde" leden van de kerk meer ontvankelijk te maken voor de noodzaak van deze hulpverlening, .waartoe dit jaarverslag misschien een kleine bijdrage moge zijn.
Verder hebben wij - woekerend met de financiële middelen - de consequenties van de ons op de schouders gelegde taak getrokken. Per 1 oktober 1981 is als psychologisch geschoolde medewerker aangetrokken de onlangs afgestudeerde drs H. G. v. Riessen. Hij neemt het werk over van drs K. Malta, die overigens nog op free lance basis ten behoeve van de Stichting hulp verleent. In ons jaarverslag 1979 heb ik al verteld, dat het bestuur enkele activiteiten had ontplooid op het gebied van voorlichting aan ambtsdragers en gemeenteleden. Daaruit is de opzet voor een cursus "Toerusting" gegroeid, die desgewenst ook aan ambtsdragers in diverse regio's kan worden gegeven. De eerste cursus heeft als proef in de regio Utrecht plaats gevonden. De resultaten daarvan waren volgens de thans binnengekomen berichten erg bemoedigend. In de loop van het jaar werd het karakter van het gezinshuis in die zin gewijzigd, dat hier nu ook oudere jongens en meisjes (tot 18 jaar) die enige begeleiding behoeven, kunnen worden opgenomen. Van deze mogelijkheid is reeds enige malen gebruik gemaakt. De gezinsouders hebben op even originele als natuurlijke wijze er voor gezorgd dat de verhouding jonge (tot 12 jaar) en oudere (tot 19 jaar) kinderen niet ten gunste van laatstgenoemden uit de hand liep.
Alles overziende moeten wij vaststellen: “1981was een goed jaar". We zijn daar dankbaar voor en verheugd over. Vergeleken met vorig jaar zien we een stijging van het aantal "zelfaanmeldingen". Dit gebeurde veelal na overleg met ambtsdragers. Via ambtsdragers komen 30 procent van het aantal aanmeldingen, 40 procent vanwege de betrokkenen zelf en 30 procent via anderen (gemeenteleden, vrienden of familie, andere instanties).
Ruim 850 ontmoetingen hadden de medewerkers met :cliënten. Meestal betrof dit kontakten bestaande uit een gesprek van 1-11/2 uur. Het aantal gesprekken per cliënt hangt nauw samen met de aard en de omvang van de problematiek. In 72 gevallen kon worden volstaan met 1 tot 4 gesprekken, waarin het meestal ging om maatschappelijk werk.
In 40 gevallen waren meer dan 4 gesprekken noodzakelijk, waarbij therapeutische kontakten, die doorgaans wekelijks of tweewekelijks plaatsvinden, soms meer dan een jaar voortduurden. Voor de goede orde vermelden we nog dat bij echtparen en gezinnen vaak twee medewerkers betrokken waren. Naast persoonlijke kontakten werd er veelvuldig telefonisch advies gegeven. Het betrof hier adviezen ten behoeve van ambtsdragers die te maken hadden met moeilijkheden van gemeenteleden.
Met vele uiteenlopende problemen werden we geconfronteerd. In 20% van de probleemsituaties vroegen mensen om hulp in verband met gezinsproblemen: moeilijkheden tussen ouders en (nog) thuis wonende kinderen.
Meestal kinderen vanaf 12 jaar. Vaak betrof het conflicten rond de gezagsrelatie. Soms waren de conflicten zo hoog opgelopen dat de jongere van huis weggelopen was, hetgeen uitsluitend meisjes betrof. Hierop aansluitend willen we de problematiek van jonge volwassenen noemen (21%),in de leeftijd van 18 tot 30 jaar, die zelfstandig wonen.
De kern van hun problemen bestond uit hun moeite om zelfstandig hun weg in het leven te vinden. Een gevolg daarvan kon zijn depressiviteit, een geïsoleerd leven zonder vrienden.
De grootste groep wordt gevormd door huwelijks- en echtscheidingsproblemen, namelijk 34%. Onze therapie is er in eerste instantie op gericht 'om man en vrouw weer met elkaar in gesprek te brengen. Als beiden bereid zijn om naar elkaar te luisteren en begrip te tonen voor elkaars moeilijkheden, kon samenleven weer mogelijk worden; ook voor de kinderen is dat van grote betekenis. In 11% van de gevallen begeleidden we een man of vrouw tijdens de echtscheiding. Soms was het nodig de kinderen bij de begeleiding te betrekken.
In de restgroep (19%)treffen we aan: specifieke seksuele problemen, moeilijkheden op het werk, psychiatrische problemen. De mensen met psychiatrische problemen verwezen we meestal door," in overleg met ambtsdragers en/of huisarts.
Wie nadere informatie wil hebben kan terecht bij de secretaris van de Stichting: Dhr. C. Geerse, Prof. dr Zernikeweg 46, 3731KE De Bilt, tel. 030-763227.