De synode van de Christian Reformed Churches in N.-Amerika en Canada

1982-08-20
  • Jaargang 26
  • nummer 30
In onze kerken fungeert al jarenlang een commissie voor contact en samenspreking met andere kerken. Namens onze kerken onderhoudt deze commissie in ons land het contact met deputaten van de Christ. Geref. Kerk, om de samenwerking tussen beide kerken plaatselijk en landelijk te stimuleren.
Deze commissie brengt op elke landelijke vergadering verslag uit van haar werkzaamheden.
Al geruime tijd zijn er ook contacten met kerken in het buitenland. De broeders A. P. de Boer en E. Schuurman, die vanwege hun werkzaamheden veel contacten in Europa en elders in de wereld onderhouden, hebben zich met groot enthousiasme ingezet voor de verbondenheid met kerken van gereformeerde belijdenis. Op de landelijke vergadering in Breukelen was een lijvig rapport ter tafel over de werkzaamheden van deze broeders. Bij de door de kerken benoemde commissie kwam een verzoek binnen van deputaten van de Christ. Ref. Churches in, N.-Amerika en Canada om een afvaardiging van onze kerken te sturen naar de synode van genoemde kerken, die van 8 tot 18 juni j.l. in Grand Rapids is gehouden. Aan ds G. v. d. Brink, die van het begin af lid is van de commissie en jarenlang voorzitter was, is toen gevraagd onze kerken in Grand Rapids te willen vertegenwoordigen.
Het was de bedoeling dat een ander lid van de commissie ds. H. van Tongeren, goed bekend in Grand Rapids, hem zou vergezellen. Aangezien ds. van Tongeren verhinderd was, richtte de commissie tot ondergetekende, die voorzitter was van de landelijke vergadering te Breukelen, het verzoek onze kerken ter synode in Grand Rapids te vertegenwoordigen. Er is ons gevraagd over onze belevenissen te midden van de broeders en zusters va nde Christ. Reformed Churches één en ander te schrijven in onze kerkelijke pers, zodat onze kerken kunnen meeleven in de contactoefening met onze broeders en zusters in Amerika en Canada.
Bij mijn terugkeer in ons land bleek al ras dat die informatie beslist niet overbodig is. In onze kerken is men doorgaans goed op de hoogte van wat er in de eigen gemeente gebeurt en welke contacten er zijn, maar van het landelijk werk b.v. inzake de contacten met het buitenland of de begeleiding van onze studenten is maar weinig bekend. Zo trof mij een bericht in de Kerkbode van Noord- en Zuid-Holland over onze te ondernemen reis vanwege de toevoeging: "omdat te Breukelen door de landelijke vergadering schijnt besloten te zijn met de Chr. Ref. Ch. de relatie van "ecclesiastical fellowship" aan te gaan. Wat de term inhoudt zal voor vele kerken een open vraag zijn". Het is op zijn minst merkwaardig dat redactie en uitgever van dit blad zo weinig op de hoogte zijn van de besluiten van de landelijke vergadering.
Waarom heeft men niet even, zijn licht opgestoken bij de scriba, van deze vergadering br. A. Sneep, bij dit blad toch geen onbekende. Had men deze moeite genomen dan -was er wellicht iets vriendelijker geschreven en een rapport van onze hand afgewacht, alvorens in een ander nummer van dit blad enkele zeer kritische vragen af te vuren. Het lijkt mij daarom dienstig aan een verslag over deze ervaringen ter synode en onder de broeders en zusters in Grand Rapids enige informatie te laten voorafgaan voor de broeders en zusters in Noord en Zuid Holland en elders, over het werk dat namens de kerken door de commissie voor contact en samenspreking is verricht. Daarom laat ik nu eerst volgen het rapport van de commissie over de contacten met de Christ. Reformed Churches, dat op de landelijke vergadering is ingediend en het voorstel dat is aangenomen.
Daarna: op naar Grand Rapids!

1. Opdracht
De Landelijke Vergadering van Wezep 1978 nam ten aanzien van de contacten met buitenlandse kerken de navolgende besluiten.

Inzake de Christian Reformed Church in North America:
"De Landelijke Vergadering heeft kennisgenomen van het rapport van enkele leden van de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken over hun gesprek met afgevaardigden van de Chr. Ref. Church.
Zij heeft tevens kennisgenomen van een uitnodiging van de Commissie voor interkerkelijke betrekkingen van de C.R.C.tot het aangaan van de relatie van "Churches in ecclesiastical fellowship" en tot het zenden van afgevaardigden naar de synode van deze kerken van 13-23juni 1978 in Grand Rapids.
Zij ziet geen mogelijkheid om laatstgenoemde uitnodiging te aanvaarden, en is van oordeel dat t.a.v. eerstgenoemde uitnodiging nadere studie gewenst is. Zij besluit aan de Commissie voor contact en samenspreking met andere kerken te verzoeken:
1) een brief te schrijven aan de Commissie voor interkerkelijke betrekkingen van de C.R.C. en daarin de broeders in Canada en de Verenigde Staten te groeten, hen dank te zeggen voor hun uitnodigingen en hen mee te delen wat de Landelijke Vergadering ten aanzien daarvan besloot;

2) de uitnodiging van de C.R.C. tot het aangaan van bovenbedoelde relatie in studie te nemen, daarbij o.m. aandacht te geven aan de aard van deze relatie en aan het karakter van de C.R.C.,teneinde de volgende Landelijke Vergadering te adviseren over de vraag, of onze kerken de relatie van "Churches in ecclesiastical fellowship" met de C.R.C.
moeten aangaan en daarover tijdig aan de kerken te rapporteren." (Notulen art. 52)

2. Uitvoering van deze opdracht Inzake de Christian Reformed Church in North America:
De commissie heeft bovenstaande opdracht op de volgende wijze uitgevoerd.

ad 1) Namens de commissie is een brief uitgegaan aan de Christian - Reformed Church in N. America met de door de Landelijke Vergadering gevraagde inhoud. In een antwoordschrijven is ons meegedeeld, dat de voorlopige uitnodiging tot het aangaan van de relatie van "churches in ecclesiastical fellowship", uitgegaan van de Commissie voor interkerkelijke betrekkingen van de Christian Reformed Church, op de generale synode van deze kerk in 1978 definitief is geworden.

ad 2)De commissie heeft zich beraden op de uitnodiging tot het aangaan van deze relatie en informeert u over het volgende. De Christian Reformed Church of North America is ontstaan uit de groep kolonisten die zich in 1847 o.l.v. Ds. A. C. van Raalte vanuit Nederland in Amerika vestigde.
In 1850verenigde deze groep zich met de Reformed Church in America, maar in 1857scheidde een deel van hen zich daar weer van af vanwege de veronachtzaming van de gereformeerde leer en levenspraktijk in deze kerk. Zo ontstond de Christian Reformed Church in North America. Goede contacten met de kerken van de Afscheiding in Nederland zorgden in de vorige eeuw voor een grote immigratiegolf naar Amerika.
Een tweede immigratiegolf vanuit Nederland vond plaats na de Tweede Wereldoorlog, nu vooral naar Canada. Ook leden van de vrijgemaakte keken sloten zich soms bij de Christian Reformed Church aan.

Op dit moment telt de Christian Reformed Church een kleine 300.000 zielen en ruim 450 gemeenten, verspreid over Canada en de Verenigde Staten. Leden van deze kerken hebben vaak de stoot gegeven tot de oprichting van christelijke scholen. De predikantsopleiding vindt plaats op Calvin College in Grand Rapids.
De Christ. Reform. Church heeft vastgehouden aan de Drie Formulieren van Enigheid en de, enigszins aangepaste, D.K.O. Men kent geen particuliere synodes en komt jaarlijks in generale synode bijeen. Ook al blijven ook deze kerken niet geheel onberoerd door de spanningen die moderne theologische ontwikkelingen meebrengen, niettemin heeft de Chr. Rerformed Church in de achterliggende jaren getoond (o.m. in uitspraken over het Schriftgezag en de n.L.) de gezonde leer van de Schrift die in de gereformeerde belijdenisgeschriften vervat is, metterdaad te willen handhaven. De relatie van "eccleciastical fellowship" ("kerkelijke gemeenschap") is in 1974 door de ChristianReformed ' Church geïntroduceerd. Het is een wat minder nauwe en minder verplichtende band dat de onder ons bekende band van "officiële correspondentie", en ligt meer in de sfeer van "kerkelijke neven en nichten" die hartelijk met elkaar meeleven dan in die van zusterkerken, waarmee men, als de kerk in kwestie zich niet duizenden kilometes ver maar binnen de eigen grenzen zou bevinden de eenheid zou zoeken. De "eccleciastical fellowship" kan naar het oordeel van de Christiari Reformed Church op verschillende manieren worden ingevuld, al naar gelang men van weerszijden nodig en wenselijk oordeelt. Na een positieve principe-uitspraak van de synode van Hoogeveen-1977 besloot de generale synode van de Christelijke gereformeerde kerken te Amersfoort-1980 de ook aan deze kerken aangeboden relatie van "ecclesiastical fellowship" met de Christ. Reformed Church te aanvaarden. Tevens bepaalde de synode, dat deze relatie voor de Christelijke gereformeerde kerken inhoudt:

a) het zenden van afgevaardigden naar elkaars synoden;
b) het aan elkaar toezenden van de Acta van de synoden;
c) het openstellen van de kansels voor bezoekende predikanten wanneer deze tijdens een verblijf in Nederland slechts in de Christelijke gereformeerde kerken wensen voor te gaan;
d) het voor elkaar openstellen van de Avondmaalstafel;
e) gemeenschappelijke activiteiten in gebieden waarvoor een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid geldt;
f) overleg op meer importante punten van gemeenschappelijk belang;
g) het elkaar bemoedigen en vermanen met het oog op het bewaren en verbreiden van het geloof, eenmaal de heiligen overgeleverd.

De commissie acht het juist om de voorzichtige besluitvorming van deze synode in dit opzicht te volgen, met dien verstande dat de relatie onder c) uitgebreid wordt tot predikanten die bij verblijf in Nederland uitsluitend willen voorgaan in onze kerken of de Christelijke gereformeerde kerken. De commissie acht het besluit tot het aangaan van de relatie van "ecclasiastical fellowship" een goede bevestiging van de banden die in de achterliggende jaren ontstaan zijn met de Christian Reformed Church, vooral via predikanten en kerkleden die zich in Nederland bij onze kerken voegden. De commissie gelooft ook dat een dergelijk besluit raadzaam is in een tijd waaraan zij die in deze wereld willen vasthouden aan het levende Woord van God steeds kleiner in aantal worden, en dat het in overeenstemming is met de door onze kerken beleden roeping om de eenheid te zoeken met allen die Jezus Christus in onverderfelijkheid liefhebben.

De Landelijke Vergadering besluit in te gaan op het verzoek van de Christian Reformed Church in North America tot het aangaan van de relatie van "ecclesiastical fellowship", met dien verstande dat deze relatie wat onze kerken betreft inhoudt:

a) het zenden van afgevaardigden naar elkaars synodes resp. landelijke vergaderingen;
b) het aan elkaar toezenden van de Acta van de synodes resp. landelijke vergadering;
c) het openstellen van de kansels voor bezoeken: de predikanten wanneer deze tijdens een verblijf in Nederland slechts willen voorgaan in de Christelijke Gereformeerde kerken of onze kerken;
d) het voor elkaar openstellen van de Avondmaalstafel;
e) gemeenschappelijke activiteiten in gebieden waarvoor een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid geldt;
f) overleg op meer importante punten van gemeenschappelijk belang;
g) het elkaar bemoedigen en vermanen met het oog op het bewaren en verbreiden van het geloof, eenmaal de heiligen overgeleverd.

De Landelijke Vergadering besluit van het bovenstaande kennis te geven aan genoemde kerken en aan de Deputaten voor de eenheid van de gereformeerde belijders en correspondentie met buitenlandse kerken van de Christelijke gereformeerde kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief