De Wereld van de Bijbel

1982-08-27
  • Jaargang 26
  • nummer 31
Hughes/Travis - De Wereld van de Bijbel.
Voorhoeve, Den Haag - 1981. 128 pag., gebonden. Prijs f 29,-

Uitgeverij Voorhoeve bracht onlangs een zeer fraai boekwerk op de markt, bestemd voor lezers, die in relatief korte tijd meer inzicht in de Bijbel willen krijgen. Talloze foto's, talrijke illustraties en diagrammen, alsook 18 landkaarten moeten inzicht geven in de geschiedenis van Israël, de cultuur van Israël en omringende volkeren, etc. De schrijvers en lay-out mensen zijn in dat doel mijns inziens uitmuntend geslaagd. Een keurig en overzichtelijk geheel is het resultaat geworden, dat informeert over b.v. de cultuur van "Sumer, de bakermat van de beschaving;', het "dagelijks leven in Egypte", "de tempel van Salomo", "de Assyriërs", de Perzen", de geschiedenis van Jeruzalem door de eeuwen heen, de periode "tussen de beide testamenten" (heel uitvoerig en beslist informatief), het "beroepsleven in Palestina". Dit is maar een greep.
Informatie in de vorm van een beeldverhaal is de sterke kant van het boek, dunkt me. Vooral jongere (beginnende) Bijbellezers kunnen er veel informatie uithalen. Alleen daaromzal menig ouder de inhoud van het boek de prijs waard kunnen achten.
Daarmee is echter niet alles gezegd, vind ik. Over de tekst ben ik namelijk minder enthousiast. Hoewel de schrijvers zeer waarschijnlijk van evangelische komaf zijn (de faam van (de Britse) Lion's Publishing staat daarvoor wel borg) vind ik een aantal opmerkingen in het boek zó beknopt, dat het op het tendentieuze af is. Verder trof ik opmerkingen aan die ik onvolledig en/of onjuist vond. Tenslotte wil ik ook wat kwijt over een zó geregeld terugkomend element, dat het kenmerkend voor het boek moet worden genoemd. De overdaad aan foto's en (ongetwijfeld zeer verhelderende) overige visuele ondersteuning, maakt dat er relatief weinig ruimte voor tekst overblijft.
Dat komt de informatie over Israëls geschiedenis lang niet altijd ten goede. Bij vele geschiedenissen wordt (te) kort stilgestaan. Driekwart bladzijde gewijd aan alle richteren (heel overzichtelijk overigens) en een hele bladzijde aan het werk van Flavius Josephus suggereert een wanverhouding.
Saul krijgt overigens Twee en halve bladzijde, David idem, Salomo anderhalve pagina en Elia iets minder. Soms wordt er wat sterk interpreterend gesproken. Manna was "een suikerachtige substantie... , waarschijnlijk afgescheiden door een woesstijninsect"
(19). Varkensvlees in onrein voedsel: "het is bijzonder gevaarlijk, omdat varkens gastheren zijn van diverse parasieten" (18). Een aantal theorieën over de ster van Bethlehem (99) en beschouwingen over de mogelijkheid van de Opstanding komen we wat speculatief over, althans in het verband van het boek. "Hoewel zo'n gebeuren op het eerste horen onmogelijk schijnt, zijn er verschillende redenen waarom de opstanding toch als de beste interpretatie van het bewijsmateriaal beschouwd wordt" (109). Verder merkte ik bij tamelijk snelle 'lezing toch storende uitspraken, niet geheel juist of voor misvatting vatbaar. Voorbeelden zijn: Het verhaal van de Zondeval is verteld "in dichterlijke en dramatische vorm" (5). Na Jozua's dood "slaagden gedurende bijna 200 jaar de Israëlieten er niet in een krachtige leider te vinden met de capaciteiten van een Mozes of een Jozua" ('25).
De opstand van Adonia (1 Kon. 1) wordt David gemeld door .Batseba, die hij enige jaren tevoren ten huwelijk genomen had ... " (41). Ik denk dat dat al wel even geleden is, omdat Salarno, Batseba's zoon, prompt tot koning gezalfd wordt. Jeremia had moeite met zijn volk. "Het gevolg van de onverschilligheid voor zijn boodschap was dat hij dikwijls depressief werd en zelfs zelfmoordneigingen kreeg" (61). (Invulling van Jer. 20: 14?) Johannes de Doper was "een neef van Jezus" (54). "Jozef placht thuis het gezin te vertellen over de geschiedenis van het volk Israël en over Gods liefde voor hen" (101). De Joden "joegen hem de stad uit om hem over een steile rots te werpen. Maar Jezus ontkwam... (106).
Waar ik echter de meeste moeite mee heb is heel iets anders. Heilsgeschiedenis wordt zeer geregeld vervlakt tot een zaak van Israëls zelfverstaan. Ik citeer opnieuw: "Het verbond belichaamde nieuwe concepties in de wijze waarop de Hebreeën over God dachten" (21). "Alle christenen zien in de dood en in de opstanding van Jezus Christus een daad die de noodzaak opheft om verzoeningsoffers te brengen" (28). Geloven ze dat terécht of niet, vraag ik me dan af?) Dat dat geen toevallige uitspraak is, leert het volgende: "De Filistijnen hebben de ark niet lang in hun bezit gehad. Ze waren een bijgelovig volk. Er brak een, vermoedelijk door een muizenplaag verspreide, ziekte uit... Toen dachten zij dat God hen strafte omdat zij de ark meegenomen hadden" (34, 5). (Denk ik, eerlijk gezegd, ook) "Saul was een knappe, dappere en edelmoedige man, maar zijn persoonlijkheid had ook een donkere kant. Hij was buitengewoon driftig en had een labiel karakter. Mede daardoor zou hij ten val komen ... Maar Saul begon David hoe langer hoe meer te wantrouwen. Hij dacht dat de mensen God in Davids leven zagen werken... " (37, 38). Bij "Profeten" wordt melding gemaakt van de naam "ziener". "Deze mannen beweerden dat ze inzicht hadden in Gods plannen met de wereld en in menselijke zaken". "Een profeet was iemand die zich door God geroepen voelde. .. God werd door hen gezien als de beheerser van de historie en de profeten zeiden dat zij de historie op juiste wijze interpreteerden" - "een boodschap waarvan hij dan geloofde dat ze direct van God kwam" (allemaal 54). Ook: " ...een jong profeet, Jeremia, raakte ervan overtuigd dat God hem had bevolen…" (59). "Jesaja kwam met nieuwe inzichten in de oudtestamentische ideeën ... " (58). "Ezechiël zag zichzelf als wachter" (85). Paulus wilde Asia in (gedoeld wordt op Handelingen 16). "Maar er deden zich omstandigheden voor die hem dat beletten" (119). De Bijbel zegt dat "de Geest van Jézus het hem belette"!

Zelfs als ik aan moet nemen dat de schrijvers wat "neutraal" over de heilshistorie willen spreken om potentieel geïnteresseerden niet bij voorbaat af te stoten (en dat néém ik aan) blijf ik deze uitspraken op zijn minst dubieus vinden. Gaat het in de Bijbel om openbaring of om het dénken van mensen? Zijn profeten geroepenen of mensen die dénken dat ze geroepen zijn? Dat maakt toch wel verschil!
Met de tekst ben ik dus bepaald niet onverdeeld gelukkig. Ik vind- het zelfs merkwaardig dat uitgeverij Voorhoeve deze tekst zo heeft laten passeren.
Dat ben ik van vroeger uit niet van hen gewend. Nu ik mogelijk de indruk heb gewekt toch wel erg "zifterig" te zijn geweest, lijkt het niet juist ook nog op een paar storende vertaalfouten te wijzen. Ook dient de balans te worden hervonden door opnieuw aandacht te vragen voor de (vele) positieve kwaliteiten van het boek. Er is hèèl wat reden om het boek voor jongere lezers aan te schaffen! Er is echter evenveel reden voor ouders om het boek toch wat kritisch door te nemen. Al worden bepaalde "kritische" gegevens - zoals het voorkomen van Deuterojesaja - genoemd maar niet 'overgenomen, is een "evangelical bias" van de schrijvers niet voldoende garantie voor een visie op inspiratie die ik echt "gereformeerd" kan noemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief