Meditatie over het kruis
1983-03-25
Ernstig- Jaargang 27
- nummer 12
Wij zijn met het gegeven en het teken van het kruis vertrouwd geraakt.
Velen zijn er van kindsbeen af mee geconfronteerd. Telkens wordt er weer over gesproken in de prediking. Als de kerk dát niet meer zou doen zou zij zich het recht en de mogelijkheid ontnemen zich nog langer kerk te noemen. Want de centrale inhoud van de prediking van het evangelie aan de gemeente van Christus is, dat de Heiland der wereld in onze plaats aan het kruis diepgaand heeft geleden en zo onze zonde heeft verzoend.
Zijn kruisdood is niet meer weg te denken uit de ruimte van de kerk der eeuwen. Daarmee hangt rechtstreeks de bediening van de beide sacramenten samen. Ja, die bediening hangt daarvan direct af! "Wij moeten als kerk 't evangelie niet poeslief maken, maar moeten zelf wederom geboren en bekeerd worden. Tot aan onze dood blijft het: Ave crux, mea spes unica!, dit is: Wees gegroet, kruis, mijn enige hoop! Wanneer dát er niet in staat, is de rest waardeloos" (A. A. van Ruler). Aktuele woorden, dunkt me. Is men dat zich vandaag nog wel bewust? Of is men al tijden bezig die kruisprediking bij te schaven, zodat de ergernis eruit verdwenen is? Want een kruis past eigenlijk niet in het raam van een vermenselijkt evangelie. Dat is niet humaan. Dat strijdt met de eerbaarheid van het menselijk bestaan. Het is eigenlijk te griezelig om aan te denken. Ettelijke mensen in de wereld zitten zo op de tour van de oude Romeinen, die een kruis zo'n afschuwelijke zaak vonden, dat zij zich ervan distantieerden. Een latijns schrijver zegt: "Een Romein sterft niet alleen niet aan een kruis, maar heeft het zélfs nooit in zijn gedachten".
De Romeinen pasten de kruisiging dan ook alleen toe op buitenlandse slaven als ze nog lééfden. Wanneer een Israëliet na zijn dood als veroordeelde aan de ruwe kruispaal werd vastgespijkerd, betekende dat: Je bent aan de hel prijsgegeven.
Want dan wil de hemel je niet ontvangen en de aarde niet meer dragen."Want een gehangene is door God vervloekt" (Deut. 21 : 23 b).
Effektief
Wij kunnen ons niet voorstellen wat het kruislijden voor onze Heiland heeft betekend. Maar wij kunnen ons ook niet voldoende indenken wat de Here Jezus daarmee voor ons heeft bewerkt. Iemand heeft opgemerkt dat op Golgotha de duivel openbaar komt als duivel, de mens als mens, God als God. De duivel in zijn briesende vijandschap, de mens in zijn dodelijke zonde en God in zijn weergaloze liefde.
Het klassieke doopsformulier heeft het over grondeloze barmhartigheid van Gods kant. Daarop wordt een appèl gedaan rondom het doopvont door de biddende gemeente, die tot de Here in de hemel nadert ten gunste van het te dopen Bondskind. Omdat Christus tot op de bodem de lijdenskelk heeft geleegd, hoe bitter de inhoud daarvan ook was, mogen wij pleiten op Gods bodemloze ontferming. Die ontferming vindt geen aanknopingspunt in de menselijke opstelling tegenover God. Die barmhartigheid rust alleen in God Zèlf! Onder Gods toorn is Jezus Christus tot een vloek geworden. De explosieve toorn van de allerhoogste Majesteit is opgebrand in de lieve Zoon des Mensen! Wij moeten hier maar niet spreken van een tragedie. Want dát zou inhouden, dat we in de Heiland der wereld tóch zouden te maken hebben met een vastgelopen Idealist.
Ook het woord drama is hier niet van toepassing. Want het is geen treurspel en zelfs niet zonder meer een aangrijpende gebeurtenis. Het iseen evangelische realiteit! Paulus heeft het daarom gezien als de allesbeheersende inhoud van zijn evangelieverkondiging aan de Corinthiërs.
Het was voor de Grieken een pure dwaasheid. Het stond haaks op hun menselijke wijsheid waarmee zij schermden. Ze hadden, zo dachten zij, de wijsheid in pacht. Laten wij ons daarin niet vergissen als wij over het kruis van Christus preken en spreken. Wij moeten de rauwe werkelijkheid van die vloekheuvel even buiten de Vredesstad, Jeruzalem, onder ogen durven zien. Wij moeten terug naar de ontmaskering van Golgotha. Want hebben we zèlf in de loop der tijden het afgrijselijke kruis niet omsluierd? "Wij kunnen zo dierbaar spreken over het kruis, wij hebben het kruis met een aureool omgeven. Maar wat is het kruis, dat de kerk als teken opheft? Niets anders dan een galg, een guillotine, een elektrische stoel om het in moderne bewoordingen te zeggen. De kerk voert een galg als teken in haar vaandel. Is dat geen wonderlijk teken?" (H. Jonker).
Persoonlijk
Je dient het kruis van Christus in je persoonlijk leven te leren kennen en de beslissende plaats te geven. Anders ga je aan de Opstanding van de Heiland op Pasen voorbij! Want God heeft in de uitvoering van zijn heilsplan het één zonder meer in het verlengde van het ander gelegd.
En wat God samengevoegd heeft, zal de mens ook hier niet scheiden!
Het zien op het kruis is onthullend en ontroerend.
Als je op de Intensive Care-afdeling van een plaatselijk ziekenhuis regelmatig een ernstig zieke zuster der gemeente opzoekt, die eigenlijk maar moeilijk spreken kan en alleen nog maar met beverige hand het woordje: kruis op een velletje papier weet te schrijven, kun je je emoties bijna niet de baas blijven. Het grijpt je aan, dat een kind van God op een dergelijke maner uitdrukt wat de kern van haar geloofsbelijdenis is. "In het kruis zal ik eeuwig roemen!" Ja, want het Lam in de hemel wordt door Johannes op Patmos visionair ontwaard staande als geslacht! De rode kerf in de hals van het Lammetje, het centrum van de hele wereldhistorie, is duidelijk zichtbaar! Zo herinnert God ons aan de diepgang van het lijden van de Knecht des HEREN waarvan Jesaja zo duidelijk en glashelder profeteerde (Jes. 53).
En een dichteres, Nel Goudzwaard-Dubois, verwoordt één en ander als volgt:
Goede vrijdag
Die open handen, krom verkrampt, bebloed,
het moede hoofd dat naar beneden hing,
de doornenkroon, de helse foltering,
verstotenheid, die 'k weer aanschouwen moet.
Ik sta verstild te staren naar dit leed.
Wáár zijn de palmentakken, wáár de kroon?
Wààr is het teken van de Mensenzoon?
Mijn God, dit is het wat ik nooit vergeet:
Uw lichaam, nu verbroken als een brood,
uw levensbloed, nu weggevloeid als wijn,
uw ogen die dan nu gesloten zijn,
vernedering tot deze gruweldood.
En tóch, U bent de zin van mijn bestaan!
Want U bent nu de opgestane Heer!
U droeg mijn straf, U gaf mij 't leven weer.
De deur naar God hebt U van 't slot gedaan.
Door uw verbrokenheid ben ik geheeld.
Uw dood - mijn dood, uw leven - mijn begin.
En stralend ga 'k met U de hemel in,
en bid U aan, verzadigd met uw beeld.
Konsekwent
Maar dan blijft het niet bij het zién op dat kruis van Christus! Dan weten wij voorts, dat wij zèlf het kruis op ons hebben te nemen, wil er van navolging van Christus in ons leven sprake kunnen zijn! Dat betekent pure zelfverloochening! Afrekenen met je eigen ikzucht. De ander voorópstellen, al moet daarbij permanent het mes in eigen vlees. Een geboden ingrijpende zelfoperatie dus!
Ik hoorde eens, dat het in een bepaalde kerk gebruikelijk is, dat het echtpaar dat een kind ten doop houdt, nà de doopsbediening van de dienstdoende predikant een houten kruisje krijgt aangeboden. En die dominee zegt daarbij dan het volgende, terwijl hij dat kruisje opheft: "Dit deed Christus voor u en dit deed Hij u vóór! Dat is treffend uitgedrukt! Nu houd ik persoonlijk helemaal niet van het geven van een cadeautje bij het doopvont. Zelfs toespraken bij het doopvont hebben mijn sympathie niet.
Ik vind dat de aandacht afleiden van het sobere, maar inhoudsvolle gebeuren van de toediening van de Heilige Doop. Laten wij het met de beste bedoelingen niet mooier maken dan het al is. Als de HERE Zèlf duidelijk taal en teken van Zich laat horen, kan een toegevoegd mensenwoord zelfs storend zijn. Maar wanneer zó de verwoording van het kruisoffer in zijn geheimnisvolle openbaring plaatsvindt als boven gememoreerd, kan ik er heel hartelijk mee instemmen. Christus hing als mijn Verlosser eens aan het kruis om ook mij voor eeuwig van de vloek der wet te bevrijden. Dat is voluit evangelie! En dáárvan mogen wij niet smalletjes denken. Wij hebben het zonder restrikties te beamen. Elk aangevoerd excuus is ongeldig. Het is alles of niets wanneer het om de Christus der Schriften gaat!