EX LIBRIS

1983-03-25
  • Jaargang 27
  • nummer 12
In "Opbouw" van 18 maart is op pag. 85 een fout geslopen. Het gedeelte dat begint met "Hij zag het in de kerk niet meer zo zitten" moest vervallen en opgenomen worden bij deze bespreking.

Nog tweedichtbundels

"Wegen en Wandelingen" is van Koos Veefkind. Het boekje is uitgegeven bij Wever in Franeker en het kost f 14,50. Het spijt me werkelijk dat ik dit niet eerder onder uw aandacht heb gebracht, ik wil het alsnog van harte aanbevelen.
Veefkind is predikant. Bij de preekvoorbereiding verwoordde hij zijn gedachten in een vorm die het midden houdt tussen meditatief proza en religieuze poëzie. Een keuze uit deze "gedichte gedachten" is in deze uitgave gebundeld. Z6 staat het op het omslag van het boekje. Gelukkig is hij het tegendeel van de beruchte "dominee-dichters" die wij uit vroegere tijden kennen en die we ook nu nog wel eens ontmoeten.
Zijn taalgebruik is dichterlijk ,in de goede zin van het woord: geen afgesleten beeldspraak, maar ook geen jacht naar oorspronkelijkheid. Hier en daar klinkt de taal van de bijbel door, maar de archaïsmen storen mij niet; zij doen mij soms een beetje denken aan de "bezielde retoriek" van Gossaert, ali wil ik er direct aan toevoegen dat de poëzie van Gossaert wezenlijk verschilt van wat Veefkind schrijft. Ik loop het risico zelf een cliché te gebruiken, maar het woord dringt zich aan mij op: 'ik 'typeer dit werk ais "pretentieloos".
Daarmee bedoel ik: geen diepzinnige beschouwingen in een moeizaam geconstrueerde vorm, maar wèl gedachten die waard zijn er kennis van te nemen en die gegoten zijn in een schijnbaar moeiteloos samengesteld bundeltje.
Heb ik dan geen kritiek? Jawel. Bijvoorbeeld:

God zingt
God huilt niet mee
met de wolven in het bos
het bos van de wereld
het bos van de kerk

Daar klinkt voor mij een dissonant, want het beeld van het bos is nèt even te gemakkelijk. Datzelfde geldt voor: "de schepping preekt, de preek herschept". En wat mij betreft, had het laatste gedeelte van "schepping - 5" ook wel achterwege kunnen blijven, met name het volgende:

Wij kijken de dieren weg
uit onze samenleving
tien twintig jaar geleden
was het hier nog een paradijs
van vogels en vissen
riet en water
nu zijn er huizen

Zo is er wel meer, maar het merendeel van deze bundel spreekt aan, overtuigt.
Heel geslaagd vind ik b.v. "Liefde 4". Met lof! Ik zou wel meer willen citeren, ook voor hen die met mij de moeiten in het kerkelijk leven herkennen, b.v. "ambt" en "gaan", maar :ik volsta met nogmaals dit boekje van harte aan te bevelen. Ik vermoed dat velen het met genoegen zullen lezen en hèrlezen.

Heel anders is: "Kleine Vreugden" van M. Koffeman-Zijl, uitgegeven bij Kok in Kampen. De prijs is f 8,90. Het zijn eenvoudige, traditionele gedichten over allerlei lieve, vriendelijke en vrome gedachten.
Maar één ding valt direct op: de schrijfster beheerst de techniek niet voldoende. Ik zou haar een raad willen geven: laat ze zelf haar gedichten eens hardop lezen, De lezer van Opbouw kan dat ook eens doen met het
volgende:

Kleine vreugden
Een vuurrode klaproos,
tussen koren op 't land,
Een kleuter die speelt
met wat water en zand,
Een eenzame knotwilg,
voor de vogel vertrouwd,
Omdat hij daar straks
weer zijn nestje in bouwt,
Een moeder,
die 's avonds verhaaltjes vertelt,
Een sneeuwklokje,
dat ons het voorjaar weer meldt,
Een klein dartel veulen,
dat springt in de wei,
Het maakt je van binnen
zo warm en zo blij,
Er zijn zoveel vreugden
die God ons nog geeft,
En gelukkig de mens,
die nog oog daarvoor heeft!

Het lúkt natuurlijk wel, maar het feit dat drie van dertien regels een lettergreep meer hebben dan de andere is storend. De eerste regel geeft direct al problemen doordat in het midden drie onbeklemtoonde lettergrepen naast elkaar staan. Vervang "tussen" door "in 't" en de regel loopt veel beter. Natuurlijk ontstaat er nog geen "mooi" gedicht na enkele van zulke veranderingen, mam wie traditionele rijmende en metrische verzen schrijft, moet wel op zulke dingen letten. (Zie hiervoor de boeken van Poelhekke en Lodewick).

De laatste regel zou al veel beter worden als het eerste woord vervalt. Is er bij Kok niemand die daar een beetje op let? Ik heb véél kritiek op deze bundel; dit is geen poëzie meer, dit is iets voor het "poesie-album". Leest u eens het Volgende uit "Terug van weggeweest":

Hij zag het in de kerk niet meer zo zitten,
Daar was de liefde ook niet steeds te zien,
n overwoekerden de aardse dingen
Het pas gezaaide woord van God misschien.

Die tweede regel is natuurlijk veel te zwak. De liefde is er soms wèl te zien, maar als iemand zich van de kerk afkeert, is daar een ándere reden voor: het tégendeel van liefde kun je in de kerk ook tegenkomen!
Lees maar liever Veefkind, Bij hem vind je ze allebei. En wat hebben die twee volgende regels met het voorgaande te maken? Het effect wordt bovendien volkomen teniet gedaan door het woord "misschien".
Ik citeer nu ook nog de laatste twee regels van dit gedicht:
Twee sterke vuisten leerden zich weer vouwen.
Een kind van God, weer terug van weggeweest.

Vuisten vouwen zich niet! Het gebruik van "weer" is taalkundig fout (zoiets heet een pleonasme) en metrisch deugd die regel ook niet.
Ik herinner mij dat ik "Het Pooregie" eens eerder gelezen heb, waarschijnlijk in een kerkelijk blad, misschien zelfs wel in Opbouw. Ik neem alleen de tweede strofe over: Ze weet nog, hoe ze dikwijls heeft gemopperd, En dan jaloers op haar vriendinnen was.
Dat er veel liefde woonde in hun huisje, Waardeer je vaak als kind veel later pas.
Die laatste regel is volkomen mislukt.
Het woordje "je" is fout want het gaat over een "ze". En als je Iáter iets gaat waarderen, ben je geen "kind" meer. Bovendien is de zin zó in elkaar gewrongen dat het woord "pas" aan het eind kwam te staan, omdat het moest rijmen op "was".
Nee, bij uitgeverij Kok mogen ze daar wel eens wat aan doen!
Misschien heb ik de schrijfster en sommige lezers pijn gedaan met mijn kritiek, maar ik kan moeilijk anders. Wie de techniek niet beheerst, zal nooit "kunst" kunnen maken. Er zullen wel mensen zijn die zich door de gedachten van de schrijfster aangesproken voelen, maar willen wij ooit nog eens iets te zien krijgen van echte kunst uit de hoek van ons calvinistisch volksdeel, dan zal toch een betere smaak ontwikkeld moeten worden dan die voor zulke "versjes". Dat moest toch nog maar eens gezegd worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief