Digitaal

2011-10-14
  • Jaargang 55
  • nummer 20
'Wanneer nodig je je Facebookvrienden nou eens een keer bij ons thuis uit?', vraagt Coby aan mij.
'Allemaal tegelijk?' 'Ja, waarom niet? Is toch gezellig?' 'Zeker, maar ons huis is veel te klein om zoveel mensen te ontvangen.' 'Denk je dan dat ze allemaal zullen komen?' Er klinkt een sceptisch ondertoontje in Coby's stem.
'Co, luister,' zeg ik. 'Facebook is ontzettend handig om op de hoogte te blijven van wat je vrienden allemaal doen, waar ook ter wereld. Het is niet de bedoeling dat je al die mensen maar meteen bij je thuis uitnodigt.' 'Nee, oké. Maar zeg dan niet dat het je vrienden zijn. Vrienden zijn mensen van vlees en bloed die je gezellig over de vloer kunt hebben. Fotootjes met wat teksten erbij op internet zijn geen vrienden!' 'Maar lieverd, ben je nou niet met struisvogelpolitiek bezig. Iedereen zit tegenwoordig op Facebook en Twitter,' stel ik met de nodige overdrijving, maar dat kan in deze discussie geen kwaad.
'Ach, onzin. Ik in ieder geval niet en je krijgt me er ook niet op.' 'Als je dat niet wilt, moet je het ook niet doen. Niemand dwingt je ertoe. Maar het is wel de trend. Kijk naar de kinderen.
Mobiele telefoon en internet horen er tegenwoordig gewoon bij. Ze kunnen niet zonder. In huis communiceren we ook al via Facebook en e-mail.' 'Ja, verlanglijstjes via de e-mail en jij bent ermee begonnen!' 'Oké, so what? Met één druk op de knop is iedereen geïnformeerd.
We krijgen toch ook nieuws van de kerk binnen via e-mail? In de kerkdienst lezen de kinderen bij de schriftlezing mee op een smartphone en wat dacht je van die YouTube filmpjes die in de dienst op het scherm gebeamerd worden? Dat vindt iedereen toch ook heel gewoon?' 'Dat is nog tot daaraan toe, maar weet je wat ik echt heel vervelend vind? Dat ik aan niemand meer iets nieuws kan vertellen. Als we ergens geweest zijn met ons allen, dan is de hele wereld er direct van op de hoogte, omdat jij of één van de kinderen het op Facebook heeft gezet. Ik heb het recht om zélf mijn nieuwtjes aan mijn vriendinnen te vertellen.' 'Dat is prima,' zeg ik. 'Maar jouw vriendinnen zitten dus blijkbaar wél op Facebook.' Die opmerking was op het randje, maar wordt wijselijk door Coby genegeerd. Ze zegt: 'Je hoeft niet elke ontwikkeling die er maar is meteen goed te vinden en er helemaal in mee te gaan. Wat is er mis met een papieren brief met een envelop er omheen en met een goed telefoongesprek met een vriendin? En dan niet met zo'n mobieltje vol toeters en bellen, maar met een degelijk telefoontoestel, gewoon in de huiskamer.
En weet je wat ik ook mis?' 'Nou?' 'M'n foto's.' 'Je foto's?' 'Ja. Vroeger had je op papier afgedrukte foto's die je in een album kon plakken. Nu is het allemaal digitaal.' 'Er is inderdaad heel veel in het leven digitaal geworden.
Daar heb je gelijk in, schat. Laten we er nou maar over ophouden.
Je hebt je punt volkomen duidelijk gemaakt.' Er volgt een stilte. Dan zeg ik: 'Ik zal over dit gesprek maar niets op Facebook zetten, hè?'

Drs. Jan Smit is lid van de NGK in Rotterdam-Overschie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief