De verzoeking in de woestijn (2)

1982-09-03
  • Jaargang 26
  • nummer 32
Tweede Adam
Omdat Jezus zich met ons vereenzelvigt, wordt Hij de woestijn in gedreven, de strijd in.
Hij moet de plaats van de mens innemen, vanaf het begin. Hij moet, kunnen we zeggen, het . begin weer terug zien te vinden. Hij moet de draad opnemen, waar Adam die heeft laten vallen. De draad van de geschiedenis van Gods Koninkrijk. De Here had. die draad aan de mens in handen gegeven.
Daarvoor was de mens geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God: Hij mocht Gods ' Koninkrijk vestigen op aarde. Een rijk van vrede en liefde, van gerechtigheid.
Deze draad had de mens laten vallen. Hij ging bouwen aan een eigen koninkrijk. Hij was - het woord "draad" roept die gedachte op aan een eigen breiwerk begonnen; maar dat kon niet meer en niets beters worden dan broddelwerk. Dat eigen koninkrijk van de mens werd het rijk van de vijand, het domein van de slang. De satan - Gods tegenstander - was er op uit, het rijk van God te vernietigen. Met die bedoeling was hij naar de aarde gekomen. En de eerste confrontatie van de mens met de satan werd een nederlaag voor de mens. Hij koos de partij van de vijand.
Hij gaat opnieuw de oorlog voeren, die Adam had verloren. De eerste mens had partij gekozen tegen God - voor de satan. De tweede mens - Hij, die zich met ons vereenzelvigt - moet opnieuw kiezen. Ook Hij wordt geconfronteerd met de vijand. Welke kant zal Hij kiezen?
Zijn keus zal beslissend zijn. Er komt, om zo te zeggen, geen derde Adam meer. Het lot van heel de wereld ligt in Zijn handen, zoals het eerder lag in de handen van de eerste mens. Dat is de spanning in de verzoeking van Jezus,

In goede handen
Misschien voelen we de spanning van die strijd niet zo goed aan, omdat we er van uit gaan: Jezus was de Zoon van God - het kon toch eigenlijk niet mis gaan!
Het is waar: wat dat betreft kon het niet mis gaan. Het kon ook hierom niet misgaan. omdat de Here beloofd had, dat de nakomeling van de vrouw de kop van de slang zou vermorzelen. De Here zelf had de afloop al voorzegd. Toch: dat neemt de spanning niet weg.
De spanning was toch ook niet weg, toen in de tweede wereldoorlog de overmacht van de geallieerden zonneklaar gebleken was? Iedereen wist toen wel: het einde van de oorlog is een kwestie van tijd. De afloop staat wel vast. Toch was de opmars van de geallieerden nog een zware en bloedige strijd. Zo was ook de strijd van de Here Jezus tegen de satan in de woestijn een echte strijd, en een zware. Want ook voor Hem geldt: de beloften van de Here komen alleen uit in de weg van geloof en gehoorzaamheid. Niet voor niets lezen we in Hebr. 5 : 8 dat Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid heeft geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden. Het ging niet vanzelf. Het lijden niet, in Gethsemane en aan het kruis; en het strijden niet, hier in de woestijn.
De Zoon van God was écht mens - met alle moeite van dien.

Een zware strijd
Jezus, de tweede Adam, moest de strijd voeren onder moeilijker omstandigheden dan de eerste Adam. Die eerste Adam stond in een paradijs.
Midden tussen de dieren - maar op een andere manier dan Jezus. Voor Adam betekende het leven tussen de dieren een leven in Gods vredige schepping. Een paradijs zoals dat, naar de tekening van Jes. 11, terugkomt in het messiaanse vrederijk. Voor Jezus betekent het zijn bij de dieren: zijn in de woestijn, waar geen mensen zijn. Zijn in het kamp van de vijand. De eerste Adam moest een vreemde vijand , buiten de deur houden. De tweede Adam moet een binnengedrongen vijand weer naar buiten werken; een vijand die Zich in Gods mooie schepping had genesteld en er een woestijn van had gemaakt. Christus wordt gedreven naar vijandelijk gebied. En daar wordt Hij veertig dagen verzocht. Opnieuw treft ons een verschil in de tekening, die Markus geeft, met de beschrijving van Mattheüs en Lukas. Die zeggen, dat de verzoeking pas na veertig dagen begon. Ze vertellen precies, wat er na die veertig dagen gebeurde: hoe de satan zijn verzoekingen inkleedde, en hoe de Here Jezus die weerstond.
Markus slaat dat allemaal over. Het is, alsof hij ons alleen maar de intense spanning van die strijd wil laten voelen, en de ontzettende zwaarte van de verzoeking. Veertig dagen werd Hij verzocht. Veertig is in de Bijbel een vol getal. We kunnen denken aan de dagen van de zondvloed en aan de jaren van Israëls omzwervingen in de woestijn. In die gevallen heeft het getal te maken met de straf van God. U kunt ook denken aan de reis van Elia naar de berg Horeb en aan Mozes' verblijf bij de Here op de Sinaï. Daar hebt U een volle tijd van gemeenschap met en kracht voor de Here. Duidelijk is: het is een vol getal. Zo is de tijd van de verzoeking een "volle" tijd geweest voor de Here Jezus. Zodat aan het einde van de strijd gezegd kan worden: Hij heeft de goede strijd gestreden - en het geloof behouden. Dat laatste ook. Markus vertelt eigenlijk helemaal niet, hoe het afliep, zoals Mattheüs en Lukas dat wel doen. Hij sluit dan in bij zijn laatste woorden: en de engelen dienden Hem. In en na de strijd stonden de hemelse legermachten Hem terzijde. In de oude tijden streden ze voor Israël- we denken aan Elisa in Dothan. Later, op het heetst van de strijd, stond een engel naast de Here Jezus in Gethsemané. En nu: zijn ze niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die het heil zullen beërven? (Hebr. 1 : 14).

Onze strijd
Dat Jezus won in de woestijn, betekent niet, dat wij nu-buiten schot blijven. Wel, dat we in de strijd, dit woord meekrijgen: acht het voor louter vreugde, broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van Uw geloof volharding uitwerkt (Jac. 1: 2,3). De vijand hoeft niet van ons te winnen. Vechten tegen de duivel en zijn ganse rijk betekent: de oorlog ingaan, waarin Hij ons voorging. Hij besliste de strijd. Met Hem kunnen we het leven in - de strijden zo: de vrede in.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief