Een ABC van het Nieuwe Testament

1982-09-10
  • Jaargang 26
  • nummer 33
1. Evangelie
Voor ongeveer 30 jaar schreef ik een van m'n eerste artikelen over dit woord. Later is het gepubliceerd in een boek. Ik waag het erop weer iets te schrijven over dit belangrijke woord. Als de HERE mij nog wat leven en kracht schenkt hoop ik eens per maand een stukje te tikken over woorden van het N.T. Het laatst schreef ik in Opbouw een artikel over eigendom. Alfabetisch volgt daarop Evangelie. D.V. zullen daarop nog wel wat andere volgen.

We weten allen wel wat Evangelie betekent: Blijde Boodschap. De kerntekst waarin dit is samengevat is wel Joh. 3 : 16: "Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft." Met "wereld" wordt in elk geval ook "mensenwereld" bedoelt. Aan alle mensen wordt deze blijde boodschap serieus verkondigd. Zoals blijkt uit de opdracht van de Here Jezus: Verkondigt het aan alle schepselen. Zoals dat ook in Titus 2 : 11 door Paulus is geschreven: "De genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen." Dat is de bedoeling van God. Dat velen de genade van de Here Jezus Christus verwerpen en de liefde Gods afwijzen is de schuld van God met. Naar ik ergens las heeft Luther over Joh. 3 gezegd: God heeft de mensenwereld liefgehad. Ik ben ook een mens. Dus mag ik mijn naam invullen: God heeft Maarten Luther liefgehad. Een beste opmerking van Luther. In een preek zei ik wel eens: "Jan, Piet en Klaas, Jantje, Pietje en Klaasje, vul uw naam maar in. Zeg maar in geloof: Mij heeft God liefgehad." Want gij behoort toch ook tot de mensenwereld, die God heeft liefgehad en wel zó, dat Hij Christus gegeven heeft tot een verzoening van de wereld?
Die blijde boodschap wordt u verkondigd wet bevel van geloof. Daartoe dringt de Here aan: dat gij die boodschap gelooft! Dat Evangelie, die Boodschap is een kracht Gods tot redding.
Het is het woord Gods. Zou dat dan niet machtig en krachtig zijn? Een mensenwoord kan al veel bewerken. Ten kwade en ten goede. Mensenwoorden hebben revoluties ontketend, ontzettend veel kwaad gesticht. Jacobus noemt de tong (en dus het woord) een vuur, dat een heel bos in brand zet. Het heeft een wereld van ongeloof voortgebracht. Het is ontstoken door de hel.
Maar een mensenwoord kan ook veel vreugde geven. Bijvoorbeeld bij een schippersvrouw, die wacht op een bericht over haar man, die met z'n schip in een storm verzeild is. Wat een opluchting als zij bericht krijgt, dat z'n schip veilig in de thuishaven is geland: Als zij aan het bericht twijfelt, of erger nog, het niet gelooft, duurt haar onrust voort.
Zo duurt de ellende ook voort bij kerkleden, die twijfelen of het Evangelie wel voor hen is En die ellende is wijd verbreid. Broeders en zusters die 50 of meer jaren de Blijde Boodschap hebben gehoord, vragen zich nog met angst in het hart af of zij wel behouden zuilen worden.
Ik ontmoet niet ééns maar vele malen broeders en zusters, die de dood voelen naderen en zeggen: "Ik zou wel willen, dat de HERE mij uit dit leven wegnam, als ik maar wist dat ik altijd bij Hem zou. zijn." Ik vraag mij af hoe dit toch mogelijk is. Zijn het soms "randgevallen"? Mensen die het "wel geloven", maar niet echt? Die indruk heb ik niet. Er zijn broeders en zusters onder, die naar mijn overtuiging "psalmen zingen in de nacht". Die de HERE kennen in al hun doen en laten. Opvoeding en traditie kunnen veel goeds meebrengen, maar ook veel kwaad stichten. Men is. bijvoorbeeld groot gebracht in een omgeving waar er is ingehamerd: we zondigen toch altijd door "met gedachten, woorden en daden". Terwijl op m'n vraag wat men dan voor kwaads heeft gedacht en welke boze woorden men dan sprak en wat men dan allemaal voor slechts heeft uitgericht, geen concreet geval kan noemen. Máár ... en dan volgt weer dezelfde trits. Anderen zitten met de vraag of ze wel uitverkoren zijn. Ze zitten met een verkiezingsidee, zoals de Schrift die niet kent. Want verkiezing of Gods verkiezende liefde komt tot ons door het Evangelie. Daardoor worden we geroepen en verkoren. Die we niet op losse schroeven moeten zetten door een slordig leven, maar vast maken door een godzalige wandel. Volgens 11Petr. 1. Lees maar na. Of men is niet zeker "wedergeboren" te zijn. Terwijl men als nieuwe mensen leeft! Men heeft een wedergeboortenidee, die niet naar de Schriften is. Men verstaat niet, dat het Evangelie een zaad der wedergeboorte is. Hun is geleerd, dat de volgorde is: wedergeboortegeloof, terwijl het is: geloofwedergeboorte. Omdat men niet weet of men wel wedergeboren is, twijfelt men ook of hun geloof wel echt is. Dat kan toch niet zonder die geheimzinnige gebeurtenis? Terwijl Joh. 3 : 16 hun al kon leren, dat een ieder, die gelóóft het eeuwige leven heeft. Het nieuwe leven. En nu heb ik het niet over prekers, die alleen maar "hel en verdoemenis" verkondigen., behalve een "lot uit de loterij" voor enkele uitverkorenen.

Zulk een prediking heeft veel hoorders in nameloze ellende gedompeld.
Het Evangelie is een kracht Gods tot zaligheid of redding. Tot redding van de schuld der zonde, maar ook van de mácht der zonde en van de smét der zonde. In dit leven niet volmaakt, maar toch bevrijdt het blijde woord Gods van de duivel, de wereld en onze oude natuur. Jezus Christus is ons immers gegeven niet alken tot rechtvaardigheid, maar ook tot heiliging, ja tot aanvankelijke verheerlijking van ons leven. Het breekt harde harten en buigt de boze wil en maakt nieuwe mensen van allen, die oprecht in Christus en in Zijn Geest geloven. Het bevrijdt ook van wettisch leven, alsof wij Gods gunst nóg zouden moeten verwerven. Het leert ons van Gods genade of welwillendheid leven.
Het heeft het vermogen ons te laten huppelen van vreugde! De eindoverwinning is nog niet behaald. Zo was bij de landing in Frankrijk de totale overwinning ook nog niet bevochten.
Maar de hoofdslag was wel geslagen, De tegenstand van het Duitse Rijk bestond alleen maar uit de laatste stuiptrekkingen, die aan de nederlaag vooraf gingen. Zo hebben de gelovigen nog met de laatste krachtontwikkelingen te maken van de vijanden. Maar door het geloof mogen we weten, dat we "meer dan overwinnaars" zijn, door Hem die ons heeft liefgehad. We zijn superoverwinnaars om zo te zeggen. Dát mag het blijde vooruitzicht zijn, dat ons streekt, De onzekerheid van het geloof en van hè! heil hangt m.i. ook samen met een verwaarlozing van de opdracht van de Heiland aan zijn discipelen: “Leert onderhouden al wat Ik u geboden heb." Dat is naar ik meen door heel de orthodoxie minder ter harte genomen dan de prediking van het Evangelie. Maar wie geen ernst maakt met de bevelen van de Here kan niet een krachtig geloof hebben. Beloften en eisen van de Redder hangen met elkaar samen. Een plant kan niet floreren in een' donkere en koude kelder. Zo kan geloof niet bloeien bij een slordig leven. Als iemand geen ernst maakt met een leven naar uitwijzen van het Evangelie, dan laat hij of zij het geloof verwelken. En als iemand daarmee doorgaat kan men "vervallen van de genade" en "schipbreuk leiden van het geloof". D.w.z. dan verliest men z'n geloof.
Want het heil wordt allen verkondigd. God heeft geen lust aan de dood van één zondaar.
Hij wil dat allen behouden worden. Dat "alien" is wel verzwakt tot "allerlei". En vanzelf is het waar, dat het heil voor allerlei mensen is, voor heer en knecht, oud en jong, man of vrouw, heiden of jood. Maar het serieuze aanbod geldt allen, die het horen. Doch zo geldt ook voor allen het bevel om te onderhouden, al wat Jezus geboden heeft. We mogen niet alleen allen de goede tijding geloven, maar we zullen dan ook ons beijveren om goede werken te doen. We worden niet behouden om of door onze goede werken, maar ook niet zonder. "Laat uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en God verheerlijken." God wil zondaars zalig maken, maar Hij wil niet dat wij in de zonde blijven leven. We zullen het geloof ondersteunen met degelijkheid, het kennen van de Here, zelfbeheersing enz., zoals Petrus ergens schrijft in z'n 2e brief. Die opdracht van Christus tot een godzalig leven is als ik het wel heb in heel de gereformeerde wereld (en in de lutherse) wat achteruit geschoven als minder belangrijk. Er wordt dan gezegd, dat er toch weinig van terecht komt en kán komen. Á'ls het aan de orde komt, dan vaak wat negatief. Dat er weinig van terecht kan komen en dat het eigenlijk ook niet hoeft, vind ik in de Schrift nergens. Zou het daaraan ook niet liggen, dat de werfkracht van de kerken zo gering is? Een preek horen de ongelovigen niet. Maar het alledaagse leven van de kerkleden maken ze wel mee. Dat sommigen (of velen) er "met de muts naar gooien" valt hen wel op. Dat in de kerken en tussen de .kerken onderling nogal wat geruzied wordt, blijft hen niet onbekend. Maar de vriendelijkheid en betrouwbaarheid en geschiktheid enz. van echte gelovigen worden ze wel gewaar. Een schrijver uit de oudheid bericht hoe en door wie het Evangelie Europa heeft veroverd. Soldaten schaamden zich voor het Evangelie niet. Kooplui bereisden vele landen en brachten niet alleen hun koopwaar, maar ook het Evangelie mee. En zo schippers en slaven en slavinnen. De Goede Tijding was nieuw voor hen. Hun hart was er v61 van! En dus zwegen ze niet. Dat we Zending drijven is een goede zaak. Dat evangelisatiecampagnes worden ondernomen is best. Maar zou de beste Evangelisatie niet dit zijn als wij allen levende brieven van Christus zijn? Daarover mogen we wel eens stevig nadenken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief