Jezus' boodschap

1982-09-17
  • Jaargang 26
  • nummer 34
De tijd vervuld
Als Jezus met zijn woorden Gods goede daden brengt in Galilea, zegt Hij: De tijd is vervuld en het koninkrijk Gods is nabij gekomen. Bekeert U en gelooft het evangelie.
Det tijd is vervuld. Bij het begin hebben we gezien, dat het evangelie van de Here Jezus Christus begon overeenkomstig hetgeen de Here door de profeten had gezegd. Het evangelie kwam niet onvoorbereid. In Markus' beschrijving horen we, hoe de komst van Johannes de Doper en die van de Here Jezus een keerpunt betekenen in de geschiedenis. Allerlei draden uit het weefsel van Gods werk en woord in het O.T. komen nu bij elkaar. Daarom hebben we voor keerpunt ook het woord "knooppunt" gebruikt. De nieuwe tijden: waar de profeten van gesproken hadden, met name Jesaja en Ezechiël, breken aan. Dat wil Jezus zeggen, als Hij predikt: de tijd is vervuld.
Dat moet in de oren van de Joden erg arrogant geklonken hebben. Wie kan zoiets nu zeggen. Je kunt het meemaken als het zover is - je kunt het niet aankondigen.
God alleen weet toch de tijden van Zijn rijk? Wie zegt, dat hij het weet, maakt zich eigenlijk schuldig aan godslastering. Die doet of hij evenveel weet als God, die stelt zichzelf met God gelijk. Keer op keer blijkt dat ook de ergernis van de Joden te zijn: dat Jezus Zichzelf aan God gelijk stelt.

Voorbeeld: een zandloper
Het bovenstaande - over de vervulling van de tijd en de ergernis van de Joden - is duidelijk te maken met het voorbeeld van de zandloper. Een zandloper wordt gebruikt om de tijd te meten. Daartoe loopt fijn zand uit het ene, het bovenste, glaasje in het onderste. Als al het zand naar beneden gelopen is, is het onderste glaasje vol. En daarmee is de tijd vol. Letterlijk.
Nu kunnen we de geschiedenis voorstellen als dat onderste glaasje van de zandloper. Laten we voor ons voorbeeld maar blijven bij de geschiedenis van het oude testament. In de loop van de eeuwen liep dat "glaasje" vol. Alle dingen die de HERE iri de loop van die geschiedenis deed, waren zandkorrels, die dat glaasje vulden. Nu kun je nooit zeker weten, wanneer het glaasje vol zal zijn, als je het bovenste glaasje niet ziet. Daarin zitten de korrels die nog moeten vallen. Nu zeiden de Joden: geen mens kan weten, wat de Here allemaal nog doen moet. Hij houdt a.h.w. het bovenste glaasje van de zandloper voor onze mensenogen verborgen. Je weet nooit, hoever het is. En nu kwam de Here Jezus zeggen: Ik weet het wel. De tijd is vol. Alle zandkorreltjes zijn gevallen. Nu komt het keerpunt: de zandloper wordt omgedraaid - er begint een nieuwe tijd.

Het Koninkrijk nabij
Dat de zandloper nog een keer wordt omgedraaid, zit misschien ook wel een beetje in de uitdrukking, dat het koninkrijk nabij is. Nabij, dat is nog niet hetzelfde als: het is er. Het koninkrijk zal er helemaal zijn, als het nu onderste glaasje weer vol is, Daarvoor geldt weer: wij mensen kunnen het bovenste glaasje niet zien. We kunnen de tekenen der tijden zien (de zandkorrels die uit het bovenste glaasje vallen), maar nooit weten: dat is nu het laatste korreltje, nu is opnieuw de tijd vol. Het gaat ook nu weer om de "tijden en gelegenheden waarover de Vader de beschikking aan Zich gehouden heeft". Wat Jezus zegt met Zijn boodschap: het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen is dit: er is een nieuwe tijd begonnen. U hoeft alleen maar een drempel over te stappen om die nieuwe tijd binnen te gaan. En die nieuwe tijd is de tijd van Gods genadeheerschappij. De tijd waarin het hemellicht valt over het aardedonker.

Over de drempel
Jezus' boodschap: het koninkrijk is nabijwordt gevolgd door de prediking: bekeert U en gelooft het evangelie. Bekeert U. Dat wil in dit geval zeggen: richt Uw gedachten op God en op Zijn boodschap. Keer U af van de gedachte, dat niemand weten kan of de tijden nu vol zijn of niet, maar aanvaard deze boodschap. Jezus richt deze prediking tot heel het volk. Onder dat volk zijn er velen, van wie we zouden zeggen: die hoeven zich niet te bekeren. Zij vrezen de Here, de God van hun vaderen. Ook voor deze mensen komen er nu nieuwe dingen. Ongehoorde dingen. Ze zullen ervan zeggen: zoiets hebben we nog nooit gezien die is ongelofelijk (2 : 12). Het vergt een hele verandering van gedachten, om die dingen dan toch te geloven! De meeste mensen vielen er over. Omdat ze hun eigen gedachten over het koninkrijk van God als norm aanlegden. Zo werd Jezus voor hen een steen van aanstoot.
Daarom moet Jezus wel zeggen, als Hij zijn werk begint: bekeert U en gelooft, nu U het evangelie hoort. U hoort en ziet het goede nieuws dat God U brengt. Wees nu niet eigenwijs.
Leg niet Uw eigen voorstellingen aan als maatstaf, maar laat ze los en geloof gewoon wat Ik zeg.
Die overgave vraagt Gods goede nieuws. Toen. En nu.

Het evangelie gaat door
De verkondiging door Jezus zelf was nog maar een begin. Bij vs 1 hebben we gezegd, dat de woorden "begin van het evangelie... " een opschrift is boven het hele boek. Want het evangelie - het nieuws dat Gods koninkrijk nabij is - gaat een weg door de geschiedenis.
Het bepaalt eigenlijk de geschiedenis, totdat de God komt in volkomenheid tijd opnieuw vol zal zijn en het koninkrijk van Daartoe heeft Jezus discipelen geroepen - dat vertelt het vervolg van Markus 1. Simon en Andreas moesten vissers van mensen worden. Na hen roept Jezus Jacobus en Johannes. Daarna nog anderen. En aan hen en aan heel zijn gemeente geeft Hij de opdracht mee, waar Markus zijn "begin·boek" mee afsluit: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping (16 : 15). En nadat Jezus was opgenomen in de hemel en zich had gezet aan de rechterhand Gods, gingen de discipelen heen en predikten overal (16 : 19). Het evangelie ging door. En het blijft vragen: bekeert U en gelooft, nu U dit moogt horen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief