Een kerklied van Bunyan
1982-09-17
leder weet natuurlijk wie Bunyan was, in de gereformeerde traditie als Bunján aangeduid. - O ja? Zou ieder dat nog weten? - Nu, als dat een vraag is willen we graag iets van hem ophalen. Hij is het meer dan waard, onder ons bekend te blijven.- Jaargang 26
- nummer 34
John Bunyan leefde van 1628 tot 1688. Hij werd dus zestig jaar en dat was in de 17e eeuw een hele leeftijd om wijs te zijn. Hij was een Engelse volksjongen. Zijn.vader was ketellapper en zo werd ook Iohn ketellapper. Het Engelse woord tinker betekent ketellapper, maar kan ook zwerver, dakloze, betekenen. Herbergen konden aan de gevel bekendmaken, dat tinkers niet welkom waren, of in de schuur moesten slapen,
Daar hebt u John in zijn sociale omgeving - een man, die niets te verliezen had. Nauwelijks op school geweest en later door miljoenen mens'en gelezen en dat in meer dan honderd talen. Want [ohn, die bij afwisseling ook nog huursoldaat is geweest, trouwde met een gelovig meisje, dat enkele stichtelijke boeken meebracht. Zo ging Iohn lezen, nadenken, de Bijbel spellen, werd christen en lid van de baptistengemeente van Bedford. Later werd hij daar lekepreker en dat bracht hem voor ruim twaalf Jaar in de gevangenis; want voor zulk optreden was in die jaren een staatsvergunning nodig, die John, als non-conformist, weigerde aan te vragen. Tijdens zijn periode van lekepreker schreef hij zijn eerste werk. "Evangelische waarheden" (1658). In de rustige omgeving van de gevangenis ging hij uiteraard door met schrijven: boeken die zo helder van betoogtrant waren, zo geestig, met zulk een fantasie en kennis van het menselijk karakter, dat ze hem tot de grootste vertegenwoordiger van het puriteinse proza hebben gemaakt. Hij is de tegenhanger van de ontwikkelde Iohn Mflton genoemd, die na Shakespeare degrootste Engelse dichter werd geacht te zijn.
In de gevangenis werden het "Genade aan de voornaamste aller zondaren" en "De heilige stad",beide in 1666; dan in 1671 een "GeloofsbeHj'denis en verklaring van mijn optreden" - in het volgende jaar kwam hij vrij. Maar gerijpt door zijn ervaringen kwam hij nu tot zijn beroemdste boek: "Des christens reis naar de eeuwigheid" (1678). Dan nog in 1680 "Leven en dood van mijnheer Slechtaard" en in 1682 "De heilige oorlog". Macaulay noemde het laatste boek de beste allegorie, ooit verschenen, indien "Des christens reis" nog niet had bestaan! ' Dit boek was in 1684 - dus voor zijn dood - al in het Nederlands vertaald. Het werd trouwens in meer dan honderd talen uitgegeven en maakte de schrijver over de hele wereld beroemd. Tussen haakjes, in 1878 werd "Levensgeschiedenis en werken van John Bunyan" in Nederland uitgegeven en wel bij Schenk Brill te Doesburg, een vertaling van H. Milo (grootvader van schrijver dezes) en ingeleid door de bekende Londense predikant C. H. Spurgeon. Het werd in 1899 herdrukt. En nog maar enkele jaren geleden werd een verkorte en fraai geïllustreerde uitgave van "The Pilgrim's Progress" te London uitgegeven: bewijs dat dit boek nog zeer modern is.
Pas in de vorige eeuw werd de waarde van de populaire Bunyan erkend als van Milton's niveau. Hij had de taal van de officiële bijbelvertaling uit 1611 gebruikt, die - evenals onze statenvertaling - belangrijk tot de ontwikkeling van de spreek- en schrijftaal bijdroeg en door het vrome volk gretig gelezen werd. Door zijn kennis van het menselijk karakter was hij populair geworden, maar zijn allegorische schrijftrant is voor een autodidact onbegrijpelijk knap, fris en vroom. Door zijn werken is Bunyan voor miljoenen tot een zegen geworden.
Maar nu het kerklied Van John Bunyan, Inderdaad heeft deze prediker-schrijver een enkele kerkelijke hymn nagelaten - natuurlijk over de pelgrim. Het Compendium bij het nieuwe Liedboek noemt dit lied in het voorbijgaan "origineel van karakter!". Nu, dat oordeel geldt wel van al zijn werken.
Een lied uit 1684 komt dicht bij Valerius' liederen - daar past alleen een Oud Engelse melodie bij. De componist R. Vangham Williams, die veel oorspronkelijke volksmelodieën de kerk binnendroeg, voegde aan Bunyan's pelgrimslied een traditioneel Engelse melodie toe; de naam van de wijs is "Monks Gate", monnikspoort. De volledige tekst luidt vrij vertaald:
Wie echte moed wil zien (of: wie echt moedig wil zijn), laat hem hier komen; hier is iemand standvastig, bij welke wind of bij welk weer ook; en geen tegenslag zal hem ooit laten wankelen in zijn ernstig voornemen,' een pelgrim te zijn.
Wie hem ook kwelt met nare praatjes verwart alleen zichzelf maar zijn kracht groeit er door. Geen leeuw kan hem verschrikken, hij mag een reus bevechten, maar hij zal het recht hebben een pelgrim te zijn.
Kwelgeesten noch lelijke duivels kunnen zijn geest ontmoedigen; hij weet dat hij tenslotte het leven zal beërven; dan vliegen hersenschimmen weg. Hij is niet bang voor wat mensen zeggen, hij strijdt dag en nacht om een pelgrim te zijn.
Men zou kunnen zeggen: de grootspraak van een standwerker. En de welbespraaktheid erbij. Maar het pakkende refrein, dat (met een buiging in de melodie) op grote nederigheid wijst, staat veel hoger dan een praatjesmaker. Hier spreekt een eenvoudig man, een vreemdeling en bijwoner als Abraham, die niets te verliezen heeft. Maar die vasthoudt wat hij gekregen heeft: Gods beloften voor de toekomst.
En mocht u menen dat Bunyan voor zijn stichtelijke boeken verouderde of onbruikbare woorden bezigde, dan moet u toch opkijken van een woord als “hobgoblin" - plaagkabouter, kwelgeest, demon. Of van fancies = hersenschimmen. De moderne parapsychologie gebruikt ook het woord kwelgeest - welke Paulus een engel van Satan noemde, die hem met vuisten sloeg. En bij hersenschimmen, fancies, mogen we ook aan muizenissen denken, aan nachtmerries, hallucinaties, fobieën. Helaas ook al dingen van deze tijd.
Zodat we maar zeggen willen dat Bunyan's kerklied hier nog steeds met aandacht en begrip gezongen wordt.