De Christian Reformed Churches en de Nederlandse Geref. Kerken
1982-09-17
Op reis naar Amerika stelde ik me zelf de vraag: Zou men in die andere wereld iets weten van vrijmaking en vrijgemaakten , van binnen en buiten verband? Nu hebben de kerken binnen verband zich de laatste jaren op het niveau van de wereldkerk begeven en hun deputaten hebben de ganse aarde doorkruist op zoek naar de oecumene. Bij dit zoeken van internationale contacten laat men zich leiden door het gronddogma in deze kerken: er is maar één ware kerk in Nederland en dat zijn wij.- Jaargang 26
- nummer 34
Duidelijk is dit opnieuw gebleken op de synode van de Dopperkerken in Zuid Afrika tijdens het optreden van Prof. J. Kamphuis. Kerken in het buitenland, die contacten onderhouden met de Geref. Kerken (syn.) of met onze kerken, komen niet in aanmerking voor enige vorm van correspondentie. Deze activiteiten blijven niet verborgen en zo wist men ons in Grand Rapids te vertellen dat er binnenkort een Gereformeerd Internationale Synode bijeenkomt op initiatief van de Vrijgemaakte kerken en ook, dat wij daar beslist geen uitnodiging voor zouden ontvangen.
Men kende de verhoudingen beter dan ik vermoedde.
In Grand Rapids, met zijn vele christ. reformed en andere kerken liet men ons de "ware kerk" zien, die tot het verband van de Canadian Reformed Churches behoort. Omdat men laatstgenoemde kerken kent en wel eens contacten heeft gezocht is het niet zo vreemd dat wij broeders hebben ontmoet, die het verschil tussen buiten en binnen verband wisten aan te geven. Men wist dus meer van onze geschiedenis dan ik had verwacht.
Dit bleek ook toen op de synode het voorstel in behandeling kwam om nu definitief het ecclesiastical fellowship met onze kerken aan te gaan.
In de commissie, die deze zaak voorbereidde had ik tevoren getracht duidelijk te maken wie wij zijn.
Het was voor de jongere synodeleden, die in Amerika en Canada geboren en getogen zijn, die wel weten dat hun voorouders uit Nederland zijn geëmigreerd, maar van ons land en de kerkelijke verhoudingen daar met zo veel gereformeerde kerken niet zo veel wisten, een hele opgave om enig inzicht te krijgen. Maar ik werd dapper bijgestaan door andere afgevaardigden, die blij waren met onze komst en ook op de hoogte bleken van de ontwikkelingen in ons land in de beweging van de dertiger jaren. Een collega, in 'Amerika of Canada geboren, vertelde dat toen hij theologie ging studeren zijn moeder tegen hem had gezegd dat hij Nederlands moest leren, want, om later goed te kunnen preken, moest hij de boeken in die taal kunnen lezen. Hij had dit gedaan en wekte anderen daartoe op. In veel kringen in Amerika is de bijbel een stichtelijk boek met eeuwige waarheden voor het vrome hart en wordt de aandacht in de prediking gericht op het werk van Christus in de mens .Daarom was het voor hem een ontdekking om uit de boeken van S. G. de Graaf, M. B. van 't Veer, C. Vonk en B. Holwerda te leren dat ons in de Schriften de geschiedenis van het heil wordt verhaald dat de God van het verbond, die met zijn volk op weg is werkt in Christus in deze wereld.De predikant was ook geabonneerd op één van onze prekenseries.
Zo was er belangstelling voor het geestelijk erfgoed, waarvan wi] in onze kerken zo veel om niet hebben ontvangen. Veel hebben ds v. d. Brink en ik daarover gesproken.
Omdat de vrijgemaakte kerken contacten met de Christ. Reformed Ohurches altijd hebben afgewezen, was men zo blij met onze komst en dat geldt niet alleen voor de broeders die belangstelling hadden voor de dertiger jaren maar ook voor de anderen, in deze voor ons besef soms nog "voor-oorlogse" gereformeerde kerken. Men kende ook onze zwakheden en informeerde of bij ons de vrouw in het ambt was e.d. Toen "onze zaak" in de voltallige synode-vergadering aan de orde kwam, greep rev. L. Mulder (vandaag las ik in de krant van zijn overlijden) de microfoon en informeerde of onze kerken een gereformeerd dan wel een congregationalistisch kerkverband hadden. .
In een gereformeerd kerkverband heeft een synode of landelijke vergadering de bevoegdheid bindende besluiten te nemen. .
Het was ds Mulder, die al eens in één van onze kerken had gepreekt, uit ervaring bekend, dat er in onze kerken bezwaren leven tegen een dergelijk kerkverband en sommigen liever een verband van vrije kerken aangaan. Ter vergadering konden wij de broeders gerust stellen met de mededeling dat onze landelijke vergadering een kerkorde naar gereformeerde beginselen heeft aangenomen. Het is in de discussie bij deze éne vraag gebleven en wij zijn aanvaard als kerken die gereformeerd zijn in belijden, kerkregering en liturgie en werden nog eens hartelijk welkom geheten.
In een interview met het Nederlands Dagblad in Grand Rapids staat te lezen dat ik over de Chr. Ref. Churches o.a. heb gezegd: Het zijn a.h.w. de kerken van mijn jeugd, die ik hier aantref. Men loopt t.o.v. Nederland zo'n veertig jaar achter. Je treft hier de sfeer aan van: we hebben alles, grote kerken, eigen scholen, vele kerkelijke instellingen en instituten. Wij hebben in Nederland die wereld langzamerhand in elkaar zien storten en als je daaraan denkt huiver je voor wat Amerika betreft". .
Dat klinkt allemaal wat arrogant en dat was nu net niet de bedoeling.
Inderdaad, soms waande ik mij daar in de kerken uit mijn jeugd voor de oorlog. Men loopt daar achter, maar beslist niet alleen in negatieve zin. Het is goed te zien hoe op de zondag de gezinnen naar de kerk gaan, terwijl men in de dienst rustig de tijd neemt, zodat ze langer duren dan bij ons zonder dat het moeite geeft. In het isolement in het nieuwe land hebben deze kerken het gereformeerde erfgoed veel beter bewaard dan de Gereformeerde Kerken (syn.) in Nederland, vandaar de grote bezorgdheid in deze kringen over de ontwikkelingen hier. Het is daar soms als verkeer je in de ongedeelde gereformeerde kerken van voor de vrijmaking en als je nooit vrede hebt gehad met de scheuring in die dagen is dit een fijne ervaring. Zeker, ik weet dat er zwakheden zijn en dat er een beïnvloeding is van Nederland uit, maar het positieve is er niet minder om.
Wanneer ik bij de redacteur van het Nederlands Dagblad de indruk heb gewekt dat ik ter synode de sfeer van "het gereformeerde babel dat wij gebouwd hebben" aantrof, wil ik dit graag recht zetten.
Die "sfeer" heb ik in Nederland geproefd vóór en na de vrijmaking. Nog hoor ik ds D. Sikkel in Amsterdam in zijn preken daar tegen toornen.
Wat ons in Amerika trof kan ik het best duidelijk maken door iets te vertellen over onze belevenissen aan het "testimonial dinner" op 10 juni, de dag waarop ds .v. d. Brink tot onze vreugde arriveerde hij kon het dus juist meemaken. Efke synode houdt een dinner of banket met de aanwezige gasten en andere genodigden. Het woord banket riep de gedachte op aan heren in rok en dames in het lang, champagne, muziek en dans, maar vergeet dat maar.
Het verschil met de andere maaltijden was dat we allen gelijk aten en aan de tafels bediend werden; in de glazen schonk men water.
Op dit dinner werden broeders en zusters ontvangen die jubileerden in dienst van het Calvin College en anderen die dit jaar met pensioen gingen. Het was een feestelijk samenzijn met muziek en zang., .
Na het welkom ging de tweede praeses van de synode voor 'in gebed, schriftlezing en meditatie.
(devotions noemt men dat). De voorganger zat bij ons aan tafel; kostelijke herinneringen aan onze jeugd in Amsterdam hebben we opgehaald tot lering en vermaak.
Hij had een stuk Hollandse nuchterheid bewaard gedurende zijn lange diensttijd in Amerika en Canada en daarom trof mij te meer de warmte in zijn spreken toen hij uitdrukking gaf aan zijn dankbaarheid voor het feit dat hij en zijn gezin in het nieuwe vaderland de kerk van Christus hadden gevonden met al de weldaden in Gods gunst en genade.
Het was geen betoog over de kerk, waarin wij zo sterk zijn, maar een spreken uit de verbondenheid in die kerk in de liefde van Christus.
Op zo'n moment wordt je duidelijk dat ontwikkelingen in Nederland niet maatgevend zijn voor Christus' kerk in de wereld. Het kan ook anders en beter in het omgaan met Gods weldaden en met elkaar.
Het was deze avond, waarop mij veel herinnerde aan het Gereformeerd kerkelijk leven in de nabloei voor de oorlog, met onze scholen, de vrije universiteit, de jeugdorganisaties, de herdenkingen van Afscheiding en Doleantie en zo veel meer.
Wat was namelijk het geval. Er is die avond veel gesproken bij het afscheid van dr f. van den Berg van het Calvin College en van rev. W. Brink de actuaris van de synode.
In de vaak bewogen toespraken trof ons steeds weer de diepe verbondenheid aan Christus' kerk en de dankbaarheid voor al wat men in dienst van de kerken heeft mogen doen en mocht ontvangen.
Op dat moment dacht ik aan samenkomsten in ons land, lang geleden, waar ook dankbaarheid was voor Gods zegen over de Gereformeerde Kerken en aan de afbraak die daarop is gevolgd en die nog in volle gang is bij instellingen en organisaties die werden gesticht tot opbouw van het christe1ijk leven. Die dankbaarheid, geen zelfvoldaanheid, was daar nog levend en je vraagt je dan af hoe lang dat zal blijven. Eén ding heeft men daar op ons voor. - In ons land kwam na jaren van strijd de gelijkstelling van het christelijke en openbaar onderwijs, eerst voor de scholen; na de oorlog voor de vrije universiteit. Daarna ging de overheid strooien met subsidies voor allerlei arbeid.
Het christelijke leven in ons land bloeide, toen er offers werden gebracht. In de kringen van de Chr. Ref. Churches wordt het christelijk onderwijs uit eigen middelen betaald.
Het Calvin College en andere opleidingen ontvangen geen subsidie. Het zijn eigen instellingen en dat is te zien wanneer je over de terreinen loopt. Men is zuinig op zijn weldaden. Een hoogleraar aan de Vrije Universiteit zei na een bezoek aan de States dat de kerkleden daar nooit rijk zullen worden vanwege de offers die gebracht worden voor kerk en onderwijs.
In ons land zijn we wel rijk geworden en wat is het resultaat. Het is geen uitzondering wanneer in de Chr. Ref. Churches de tienden worden gegeven voor de goede zaak. Laten we hopen dat men op deze weg de zegen in al wat om niet wordt ontvangen bewaard blijft en dat nieuwe geslachten deze weg blijven gaan.
U hebt gemerkt dat wij een overvloed aan indrukken en ervaringen hebben opgedaan en er nog veel te vertellen zou zijn. Ik moet nu deze reeks beëindigen.
In de commissie voor contact en samenwerking moet nu nader onder ogen worden gezien hoe we de verbondenheid met de Chr. Reformed Churches nader vorm kunnen geven tot zegen voor de kerken daar en hier. Het is mij duidelijk geworden dat het voor onze kerken een goede zaak is dit contact te onderhouden. De ontmoeting met anderen moet ons brengen tot zelfonderzoek.
Tot zegen kunnen we zijn, wanneer we het erfgoed dat we als Nederlands Geref. Kerken op een moeilijke weg hebben ontvangen bewaren. Bewaren is niet canoniseren, want dat brengt verstarring met zich mee. Laten we hopen dat ook de jeugd in onze kerken weer leert, wat wij in de arbeid van mannen als S. G. de Graaf, K. Schilder, H. Holwerda, A. Ianse, M. B, van 't Veer e.a. hebben ontvangen.Wanneer dit ter hand genomen wordt en uitgebouwd, waarbij we zeker ook onze winst kunnen doen met wat anderen als Noordmans en Van Ruler hebben ontdekt, kunnen we hoe klein ook, nog tot zegen zijn met een inbreng in het grote geheel van Ohristus kerkvergaderend werk.
Hem zij de lof!