Ook maar een mens?
1982-09-24
Is een dominee ook maar een mens? En een ouderling? Of een diaken? Of Timotheüs - bijvoorbeeld?- Jaargang 26
- nummer 35
Ja, natuurlijk. Maar ondertussen verwacht je dan toch maar veel meer van ze, dan van "gewone" mensen. Terecht, toch zeker? Stel je voor, dat bij hun bevestiging zoiets tegen hen gezegd zou worden als: van jullie wordt niet meer verwacht dan dat je gewoon menselijk bent.
Maar als Paulus aan het eind van zijn eerste brief aan Timotheüs diens ambt in één woord wil samenvatten, dan zegt hij niet: denk er om; je bent een ouderling of een assisten-apostel of een leider van Christus' gemeente, of hoe je dan die dienst van Timotheus ook maar moet aanduiden. Maar dan zegt hij: denk er om, je bent een mens. Een mens van God.
Nu kan iemand die deskundig is wel de tegenwerping maken: dat Paulus hier een uitdrukking gebruikt die vlak in de buurt 'ligt van het oud-testamentische "man Gods" en dat daarmee dan toch wel heel speciale mensen werden aangeduid, - de profeten. Maar ondertussen heeft Paulus in zijn tweede brief (3 : 17) juist de "gewone" mensen op het oog als _hij zegt: "opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust". Dáár is die "mens Gods" dus iedereen in de gemeente. Niet slechts hij die een speciale functie heeft of een bijzonder ambt bekleedt, maar elke gelovige, iedere christen. Niet slechts zij, die een aparte pet op hebben zo nu en dan, maar alle gemeenteleden, met of zonder wissewasjes, druk met hun zaken en huri kinderen en met de buurman die weer vervelend doet, 's morgens , achter een lastige klant aan en 's avonds nog gauw naar een vergadering, maar altijd tot alle goed werk volkomen toegerust.
In alles bezig als mensen, gewone mensen, maar dan wel: mensen van God. Van jou wordt iets heel gewoons verwacht, dat wat eigenlijk van alle mensen verwacht wordt.
En dan noemt Paulus ook niet al die bijzondere eisen die er aan een ambtsdrager gesteld moeten worden. Want die zijn tenslotte bijkomstig.
Maar dan noemt hij het centrale, dat wat Gods bedoeling is met alle mensen. Dat is ook Gods bedoeling met de ambtsdrager Timotheüs. Denk er om, zegt hij, jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en zachtzinnigheid. Strijd de goede strijd des geloofs, Grijp naar het eeuwige leven. Denk er om dat je lééft, Timotheüs, denk er om dat je leeft als een mens, een mens van God. Je bent immers een voorganger. Dat wil zeggen, dat je de anderen voordoet, wat zij mogen doen - niet meer dan het gewone.
Een degradatie van het ambt? Omdat het 'wordt neergehaald in de grauwe alledaagsheid van het gewone mensenleven? Maar dit gewoon menselijke is voor ons, mensen, zo ongewoon, dat het een wonder is.
Als Paulus Timotheüs aanspreekt niet met een speciale ambtstitel maar zo, als hij alle mensen kan aanspreken, dan legt hij daarmee de hoogste roeping op zijn schouders. De hoogste roeping: O, mens!
Maar hij kan dat doen, hij mag dat doen omdat wij, mensen, leven mogen van wat dan wel onmogelijk is bij ons, maar mogelijk bij God. Omdat je een mens van Gód bent, - daarom kan het toch. Daarom kan het juist. Omdat je van God bent - daarom kun je Gewoon mens zijn. En daarom kun je ook voorganger zijn voor de andere mensen. Je gaat ze wel voor, maar zo neem je ze met je mee niet op die speciale weg van jou, maar op de weg voor allen.
Zo strijd je de goede strijd, breng je je loop ten einde, behoud je het geloof en ligt voor je klaar de krans der rechtsvaardigheid die de Heer je geven zal, maar niet alleen aan jou, maar aan allen die zijn verschijning hebben liefgehad.
Wat wil je nog méér dan het gewone? Wat wil je nog méér zijn dan gewoon een mens? Een gewoon mens die zo bijzonder is omdat hij een mens mag zijn van God.
Zolang wij, mensen, woorden spreken,
zolang wij voor elkaar bestaan,
zolang zal Hij ons niet ontbreken.