Bijbels Handboek, deel 1: 'De wereld van de Bijbel'.
1982-09-24
Bijbels Handboek, deel 1: 'De wereld van de Bijbel'.- Jaargang 26
- nummer 35
Onder redactie van Dr. M. J. Mulder, Dr. B. J. Oosterhoff, Dr. J.
Reiling, Dr. H. N. Ridderbos, Dr. W. C. van Unnik (t) en Dr. A. S.
van der Woude (hoofdredacteur).
J. H. Kok - Kampen, 1981.
564 + 58 blz. Prijs: f 110,-
Het is inmiddels een jaar geleden, dat het eerste deel van dit 'Bijbels Handboek' in de boekhandel te verkrijgen was. Daar het hier echter gaat om een driedelige serie die voor de komende jaren het standaardwerk op dit terrein wil zijn. is het verlate tijdstip van bespreking geen groot bezwaar. De redactie wil met dit werk een 'samenvattend overzicht' bieden, dat 'verantwoorde, moderne en wetenschappelijk gefundeerde informatie geeft aangaande het land van de Bijbel en de geschiedenis, de taal, de inhoud en de verklaring van Oude en Nieuwe Testament' (p. V). Om het gestelde doel te bereiken, heeft de redactie een beroep gedaan op een brede kring van geleerden van verschillende kerkelijke achtergrond. Hervormden en gereformeerden, baptisten en christelijk gereformeerden werken zo broederlijk samen - dat wil zeggen, dat hun studies in hetzelfde boek zijn terechtgekomen, Deel 2 en deel 3 van deze serie moeten nog verschijnen en zullen resp. een inleiding op de boeken van het Oude en op die van het Nieuwe Testament geven.
Het eerste deel is een verkenning van het terrein, een beschrijving van de wereld waarin het _oude Israël en de vroege Kerk hebben geleefd. De inhoud van 'De wereld van de Bijbel' is vrijwel' over de gehele linie van hoog niveau. Het eerste hoofdstuk gaat in op de geografie van Palestina en de omringende landen. De geboden informatie is betrouwbaar en de bijbellezer zat na bestudering van dit gedeelte met andere ogen tegen de vele vertrouwde plaatsnamen in Oude en Nieuwe Testament aankijken. Bijbelverhalen die dikwijls plaatsaanduidingen geven waar wij makkelijk overheen lezen, krijgen zo vaste grond onder de voeten. De politieke geschiedenis van Israël kan men ook beter begrijpen, wanneer men op de hoogte is van de strategische ligging van Palestina. De auteurs geven meer dan een dorre opsomming van dorpen en steden, ook het klimaat, de flora en de fauna worden behandeld. Tegen de achtergrond van die beschrijvingen kunnen gedeelten als Deut. H (Israëls afhankelijkheid van regen, het verschil in de waterhuishouding met Egypte) beter verstaan worden. Het is jammer, dat de uitgever er geen zorg voor heeft gedragen een aantal goede kaarten bij dit gedeelte te leveren. Dat gemis doet zich eveneens voelen bij de behandeling van de oud-oosterse geschiedenis. Weliswaar .bevat het boek drie kaarten, maar die zijn bij lange na niet toereikend. Zodoende is men gedwongen terug te grijpen naar meer gedetailleerde kaarten (een dergelijke hulp wordt bijvoorbeeld geboden door de Oxford Bible Atlas, een goed verzorgde atlas voor een lage prijs). De uitgever verluchtigt nu de tekst met talrijke foto's waarvan vele in kleur.
Dat streelt wellicht het oog, maar het helpt de lezer niet veel verder.
Hoofdstuk twee behandelt de archeologie van Palestina en andere bijbelse landen. De auteurs kiezen voor een theoretische benadering van het onderwerp.
Wie een overzicht verwacht van de concrete resultaten van de bijbelse archeologie van de .laatste eeuw, komt bedrogen uit. Ingegaan wordt op de ontwikkeling en de geschiedenis van de archeologie en de bijdrage die zij kan leveren tot de reconstructie van de bijbelse geschiedenis. De nuchtere aanpak die hierbij wordt voorgestaan, lijkt mij zeer heilzaam. In het verleden is de bijbelse archeologie al te vaak gedegradeerd tot een soort relikwieënjacht. Gesjoemel met de bevindingen van opgravers, zowel ter verdediging van de bijbelse waarheid als ten bewijze van de onjuistheid van de oudtestamentische beschrijvingen, kunnen deze hulpwetenschap van de theologie alleen maar in diskrediet brengen. De methode, waarvoor de auteurs' pleiten, kenmerkt zich door een behoedzaamheid en zorgvuldigheid, die niet meteen op wereldschokkende conclusies uit zijn.
Dat kan ons leren om al te hooggespannen verwachtingen' ten aanzien van de archeologie af te leggen. Ons geloof rust tenslotte niet op de verslagen van opgravingsteams.
Wil men een indruk krijgen van de toepassing en de resultaten van het moderne archeologische onderzoek in Israël, dan is het boek van K. Kenyon "Graven in bijbelse bodem" aan te raden. De geestesgeschiedenis van Israël en de volken die haar omringen, kennen wij voornamelijk uit de bewaard gebleven teksten van hun hand. De talen en schriftsystemen van deze volken komen in hoofdstuk drie aan bod. De oorsprong van het schrift in Mesopotamië, de uitvinding van het alfabet in Fenicië en de geheimzinnige hiëroglyfen van Egypte zijn zaken waarin men hier ingewijd kan worden. Ook geven de schrijvers een indruk van de soorten literatuur die zijn overgeleverd. Dit alles heeft een niet zo direct verband met de bijbelse stof als veel van het overige uit dit boek. Toch is de behandeling volledig op zijn plaats.
De ontcijfering van het spijkerschrift in de tweede helft van de vorige eeuw, de ontdekking van de Rasj Sjamra teksten in 1929 en de Dode Zee rollen in 1,948, om maar enkele van de bekendste te noemen, hebben de bijbelteksten in een nieuw licht gezet. De voorheen zo geïsoleerde wereld van het Oude Testament kwam tot nieuw leven tegen deze veelkleurige achtergrond. Israël leefde te midden van de volken, en juist in vergelijking met hen krijgt haar erfgoed een eigen reliëf.
Hoofdstuk vier wil de lezer vertrouwd maken met de zogenaamde "tekstgetuigen" en de tekstgeschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament. Het behandelt de moeizame weg die ligt achter de tekstuitgave van het hebreeuwse Oude en het Griekse Nieuwe Testament, waarop onze vertalingen berusten. Een, boeiende geschiedenis van manuscripten en oude vertalingen, die vragen om geduldige en nauwgezette studie om zo dicht mogelijk bij de "oertekst" te komen. Bepaalde termen, die u tegen kunt komen in de mond van uw predikant of een bijbelcommentaar, hoeven hierdoor geen geheimtaal te blijven. Met dit hoofdstuk in gedachten begrijpt men ook beter de betekenis van de brede haken die het NBG in sommige gedeelten heeft geplaatst (bijvoorbeeld Mc 16 en Joh. 8). Voor wie zich wil oriënteren op, het terrein van Nederlandse bijbelvertalingen kan bijvoorbeeld het boekje "Nederlandse vertalingen van het Oude Testament" van dr. C. Houtman (Den Haag 1980) een goede hulp zijn.
Het langste hoofdstuk uit het boek is het vijfde. Tegelijk behoort het tot de meest compacte. Dr. K. R. Veenhof geeft daarin een overzicht van de geschiedenis van het Oude Nabije Oosten tot cie tijd van Alexander de Grote (± 300 v. Chr.) en Dr. M. A. Beek neemt het van hem over en voert de beschrijving tot aan het begin van de tweede eeuw na Christus. De opzet is daarbij niet een benadering, waarbij de geschiedenis van Israël in het centrum staat. Het tableau is breed opgezet en de lezer merkt, hoe het kleine Israël geleefd heeft in de schaduw van grote natiën. De hoeveelheid informatie die dit hoofdstuk biedt, is overstelpend, en men kan niet anders dan onder de indruk zijn over alles wat het onderzoek de afgelopen eeuwen aan historische kennis aan het licht heeft gebracht. Met grote kennis van zaken worden de belangrijkste gebeurtenissen en ontwikkelingen gepresenteerd, waarbij omstreden kwesties en de jongste bevindingen steeds worden genoemd. Informatie die over vele periodieken en monografieën is verspreid, wordt helder samengevat.
Daarmee is dit resumé het meest recente en volledige in het Nederlandse taalgebied.
Opmerkelijk is ook de eerbiedige behandeling van bijbelse gegevens, waar bij veel andere historici de scepsis de top aangeeft. Dat een voorzichtige omgang met het Oude Testament in dezen geen klakkeloze overname hoeft te betekenen van bijvoorbeeld alle jaartallen, zonder een poging tot interpretatie (bijvoorbeeld vanwege co-regentschap of dubbele telling van het eerste regeringsjaar), maar ook een kritische evaluatie kan inhouden, zal na lezing eveneens duidelijk zijn.
Het boek sluit af met hoofdstuk zes: 'Bijbelse instellingen'. Gewoonten en gebruiken rondom huwelijk en begrafenis, de instellingen van het godsdienstige leven, bijzondere dagen en jaren, de grote feesten, ziedaar een greep uit de inhoud. De inhoudsopgave wekt verwachtingen, maar de behandeling stelt teleur. Dat is jammer, want juist een goede kennis 'Van de leefwereld en denkvormen van het oude Israël kan zoveel bijdragen tot het begrip van het Oude Testament. Nu blijft het echter bij een opsomming van veel teksten, zonder dat bijvoorbeeld ingegaan wordt op de historische ontwikkelingen. Men kan toch moeilijk geloven dat de huwelijksceremonie ten tijde, van Nehemia niet verschilde van die ten tijde van Abraham.
De tekstbehandeling komt mij nogal willekeurig voor. Uit Ri. 14: 12-14 leidt de schrijver af, dat bij de bruiloft raadsels werden opgegeven (pag. 473). Dat zulks kon gebeuren, staat buiten kijf, maar om dat tot "instelling" te verheffen, gaat te ver. Men vergete niet, dat de bruiloft 'Van Simson een voornamelijk Filistijnse aangelegenheid was. Opvallend is dat de schrijver de opmerking uit hetzelfde verhaal over het feestmaal der vrijgezellen - door de tekst zelf als een instelling gepresenteerd: "zo plachten de jongelingen te doen" (Ri. 14 : 10) - blijkbaar als een te verwaarlozen detail beschouwt.
Ook mist men veel belangrijke gegevens, bijvoorbeeld de plaats van de eed en de vloek in de oudtestamentische rechtspleging. Het boek van de Franse katholiek R. de Vaux "Hoe het oude Israël leefde" (Roermond, 1960--1962) blijft de voorkeur verdienen voor wie kennis wenst te nemen van de instellingen en gewoonten, van oud-Israël. Ondanks de punten van kritiek brengt uitgeverij Kok met dit werk een schitterend boek op de' markt. Het ware te wensen, dat naast de vele meer populaire werkjes over de Bijbel, ook dit boek nu eens gekocht en vooral gelezen werd.
De prijs is fors, maar men krijgt waar voor zijn geld. Hoewel ik het woord "onmisbaar", dat de uitgever als aanprijzing op de achterflap heeft meegegeven, overdreven vind (hoe hebben al die christenen het voor het verschijnen van dit werk gedaan?), is een hartelijke aanbeveling zeker op zijn plaats.