DE ZEGELS ZIJN VERBROKEN

1983-04-01
  • Jaargang 27
  • nummer 13

Zie Mattheüs 28: 2-4, 11-15, Lucas 24: 36-43, Johannes 20: 24-29


1. Een engel die het graf ontsloot
waar Jezus lag begraven:
het graf is leeg, - hier ligt de dood
met open mond verslagen!
En met het wereldlijk gericht
is in de hof de hand gelicht:
de zegels zijn verbroken.

2. De wetbewaker schrikt en vlucht,-
zijn taak blijkt onuitvoerbaar.
De wetgeleerde schrikt, en zucht:
dit kwaad lijkt onuitroeibaar.
Zij spreken met elkander af:
"zijn vrienden namen Hem uit 't graf".
Hun zegels zijn verbroken.

3. Zijn vrienden, dragers van zijn woord,
zij kunnen niet geloven:
hun hoop is mèt hun Heer vermoord,-
zijn woorden zijn gestorven.
Totdat Hij in hun midden is
en met hen eet een brood, een vis.
Hun leven bloeit weer open!

4. Thomas blijft somber aan de kant,
want Thomas staat er buiten.
Thomas gelooft met zijn verstand,
want: dat moet men gebruiken.
"Kom, Thomas, kijk met jouw verstand
en voel maar met je eigen hand:
de tekens zijn nog open!"

5. Hij heeft gezien en hij gelooft,
hij roept: "Mijn God en Here!"
Zalig zijn zij die op het woord
zich tot die Heer bekeren,-
want wie de Opgestane ziet:
al ziet hij Hem naar 't lichaam niet,
zijn Geest zal in hem wonen.

Melodie: Wie maakt er één?

JOOP KLEIN (gaarne zenden naar: Beetslaan 67, Rijswijk)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief