Gedenk Jezus Christus, de Opgewekte!

1983-04-08
  • Jaargang 27
  • nummer 14
"Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie ... "

Is het niet wat vreemd, dat Paulus zijn leerling en geestelijk kind Timotheüs daar zo met nadruk op wijst: "Vergeet dit vooral niet: Jezus Christus, de zoon van David, is uit de doden opgewekt. Zo luidt mijn evangelie"? Is Timotheüs' werk als evangelist in Efeze niet het tastbare bewijs dát de Here uit de doden is opgestaan? Is het nodig, dat Timotheüs daar op gewezen wordt? Is het nodig, dat de kerk vandaag daar op gewezen wordt?
Als je het paasevangelie leest, valt altijd weer die schrille tegenstelling op tussen het geweldige gebeuren van de opstanding en de situatie van de discipelen van de Opgestane.
Christus triomfeert - de discipelen zijn gedesillusioneerd. Een levende Heer - een doodse gemeente, die leeft in herinneringen.
Die tegenstelling bestaat nog steeds.
Leeft de kerk ná Pasen ook vanuit Pasen?
Als Paulus bovengenoemde woorden schrijft, is daarvoor een concrete aanleiding: in het leven van Paulus zelf, in het leven van Timotheüs en in het leven van de gemeente waar Timotheüs werkt.
Paulus zit gevangen, in Rome. Voor de tweede en nu ook de laatste keer. De grote heidenen-apostel èn zijn evangelie: geboeid, monddood gemaakt, lijkt het. De dood staat Paulus voor ogen (4: 6). Wat gaat er dan niet door een mens heen?
Timotheüs zet het werk van Paulus voort. In een niet al te vriendelijke omgeving! Efeze is een goddeloze stad. Daar staat de wereldberoemde tempel van Artemis, met een perverse cultus die het hele stadsleven beheerst, tot de toeristenindustrie toe (Hand. 19). Timotheüs, onervaren, zonder Paulus: zal hij het aankunnen?
Bovendien, het gemeenteleven wordt bedreigd. Hymeneüs en Filetus breken het geloof van sommigen af met hun bewering dat de opstanding al heeft plaatsgehad. Reden genoeg voor Paulus om bezorgd te zijn. Over zichzelf. Over Timotheüs: zal hij standvastig blijven?
Over de gemeente: zal zij het vergif van de dwaalleer voor zoete koek slikken? Gaat zij de weg van Fygelus en Hermogenes, van Demas (1 : 15; 4: 10)? Wat doet Paulus in deze ogenschijnlijk troosteloze situatie? Zich gedragen als zonder hoop? Integendeel! De Heer is waarlijk opgestaan!. Jezus lééft: daarom kan Paulus sterven. Jezus lééft: daarom kan Timotheüs verder.
Jezus lééft: daarom zal de gemeente niet ondergaan. En daarom, Timotheüs, gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt!
Eigenlijk schrijft Paulus niet: "Gedenk dát Jezus Christus is opgewekt".
Hij schrijft: "Gedenk Jezus Christus als de Opgewekte". Dat is niet helemaal hetzelfde. De inhoud van ons geloof is niet' alleen het feit van de opstanding, maar boven alles de Opgestane Zelf. Het moet niet zo zijn, dat de aandacht meer gericht is op het lege graf ten bewijze van de opstanding, dan op Hem die uit het graf opstond. Ons heil hangt exclusief aan de Opgestane, of liever de Opgewekte.
Jezus stond op, de Vader wékte Hem op. Paulus richt de aandacht op de Vader. Pasen is vooral zijn werk. Het is Zijn "Voldaan" onder de rekening, Zijn "Amen" op Jezus' "Het is volbracht". De prijs is betaald, het offer aanvaard, de schuld verzoend.
Jezus de Opgewekte, dat is: Zijn werk is niet tevergeefs!

Uniek in Paulus' brief is de volgorde van Jezus' namen. Schrijft Paulus elders "Christus Jezus", hier keert hij de volgorde om: "Jezus" voorop, met extra nadruk. Jezus is de naam die Gods Zoon kenmerkt als echt mens, in zijn vernedering.
Echt menselijk bloed drupte langs.
het kruis; een echt mens werd in het graf gelegd; een echt mens stond op uit het graf - niet een geest of een aartsengel (zoals de Jehova's-"getuigen" zeggen) maar Jezus. Eén van ons. De eerste van een niet te tellen menigte mensen. Mensen die even echt als Hij stierven, die even echt begraven werden èn die even echt, net als Hij, zullen opstaan.
Niet als geest, niet als enger, maar als jongen of meisje, man of vrouw.
Echt, met een lichaam. Als Jezus eens niet was opgewekt ...

Maar nu, Jezus Christus is opgewekt uit de doden. Hij leeft en regeert. Vergeet ook dat laatste niet! Hij is "uit het geslacht van David". Zijn erfgenaam, met recht op de troon. Hij is de Koning.
Dat is Paulus' evangelie. Zo heeft hij Hem gepreekt. Paulus bindt Timotheüs aan het Woord. Ons ook. Wij worden gebonden aan het Woord zoals verkondigd door ...
Vult u de namen maar in. Die van professor Veenhof is daar pas bij geschreven. Gedenk Jezus Christus zoals door hem en anderen naar Paulus' evangelie verkondigd!

Gedenken is iets anders dan in gedachten in de geschiedenis terugreizen.
Al heeft gedenken alles met historie te maken. Gedenken is als roeien in een roeiboot: kijkend naar het vertrekpunt vóóruit gaan. Gedenken is veel meer dan vasthouden aan de zuivere leer, al was dat voor Timotheüs tegenover Hymeneüs en Filetus nodig.
Jezus Christus gedenken is, om het met de klassieke bewoordingen van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: Hem met het geloof omhelzen. Omhelzen is: iemand tegen je aan trekken, in de armen nemen, met hem of haar alles te maken willen hebben, liefhebben.
De Opgewekte gedenken is: met Hem alles te maken willen hebben, Hem liefhebben, je gedachten als krijgsgevangenen brengen onder de gehoorzaamheid aan Hem, in al je doen en laten je door Hem laten bepalen.
Dat gedenken opent perspectieven.
Paulus' woorden zijn een bemoediging.
Voor hem zelf: hij kan sterven, want de Here leeft. Voor Timotheüs: hij kan werken en lijden, want de Here leeft. Voor de gemeente: zij blijft bestaan, want haar Heer leeft en regeert. Voor ons: wie moeizaam werkt - het is in Hem niet tevergeefs; wie lijdt Jezus ging ons voor en overwon; wie sterven gaat - Jezus leeft!
"Immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen; indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet" (vs. 11-13).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief