Is er een hel?

1983-04-08
  • Jaargang 27
  • nummer 14
Het happy-end geloof
Op de vraag of er een hel bestaat wordt door steeds meer mensen een ontkennend antwoord gegeven. Zelfs gereformeerde predikanten willen niet meer van een hel weten. Zo schreef ds A.J.H. Brussaard voor enkele jaren in "Als een mus op het dak", dat de hel moet verdwijnen, omdat dit een van de wrede trekken van het christelijk belijden is. Het "hel"geloof heeft een onvoorstelbare angst teweeggebracht. Die angst voor de hel mag er niet zijn. Immers de apostel Johannes schreef, dat in de liefde geen plaats is voor angst. Echte liefde sluit angst uit.
Nu lopen predikanten als ds Brussaard alleen maar wat achter bij anderen. Op zichzelf is loochening van het bestaan van de hel niets nieuws.
Ibsen schreef al in de vorige eeuw:

Want elk geslacht heeft eigen wils,
het onze vreest niet meer de hel.
Verdoemenis is bakerpraat;
Het hoofdgebod is: wees humaan.

De engelse filosoof Russel schreef, dat Christus een ernstige karakterfout heeft gehad. Want het is niet in te zien, dat iemand die werkelijk wil doorgaan voor menslievend, kan geloven in een eeuwigdurende straf.
Een andere Russell, een americaan, kwam met de kerk in botsing over de hel. Fel was hij tegen de leer, dat er een plaats zou zijn van eeuwige pijn. Deze Russell werd de stichter van de beweging van de Jehova's Getuigen. Met trots vertellen zij, dat Russell het vuur van de hel heeft uitgetrapt.
Zo zijn er in onze tijd veel bewegingen, die van een hel niet willen weten.
De hel past niet meer bij het moderne wereldbeeld. Het is toch el te simpel, zo zegt men, vromen naar de hemel te bevorderen en de slechten te verdoemen in het hellevuur.
Het kan toch geen zedelijke betekenis hebben de mens angst aan te jagen met de hel? De hel is een middeleeuws begrip, een verouderd wereldbeeld. Deze leer gaat in tegen de humaniteit. Het moderne happy end geloof verdraagt zich niet met de hel.

Een tegenstelling tussen Johannes de Doper en Jezus?
Zij, die het bestaan van een hel ontkennen hebben nogal moeite met de prediking van Johannes de Doper.
Johannes waarschuwt het volk. Israël voor het komende gericht, Wie na hem komt zal het koren van het kaf scheiden en het kaf verbranden in onuitblusbaar vuur. Een prediking, die grote indruk maakte.
Ds Brussaard noemt deze prediking van Johannes een vergissing, Hij verwekte door zijn prediking een angstpsychose zodat men in grote angst zich massaal Het dopen.
Met dit optreden van Johannes is Brussaard dan ook niet erg gelukkig!
Johannes mag dan de voorloper van de Messias zijn, als je kijkt naar de manlier waarop hij dat deed, dan is het maar een droeve toestand. Hebt U ooit iets positiefs kunnen ontdekken in geloven uit angst, zo vraagt hij.
Jezus rectificeert Johannes dan ook.
Als Johannes hem laat vragen of Hij wel echt de Koning is, krijgt hij te horen: ja, maar anders dan je gedacht had. Ik ontferm mij over de ongelukkigen.
Johannes heeft wel wat om over na te denken.
Een merkwaardige uitleg, In Lukas 3 lezen we uitdrukkelijk dat het Woord van God tot Johannes kwam en even verder: onder het spreken van nog vele andere vermaningen verkondigde hij het volk het Evangelie.
Uitspraken, die toch moeilijk te rijmen zijn met de stelling, dat Johannes zich vergiste. Zou het niet kunnen zijn, dat ds Brussaerd zich schromelijk vergist?
Het vreemdste is, dat ds Brussaard Lukas 7 niet wat verder gelezen heeft.
Als Johannes door zijn vragen laat blijken het optreden van Jezus niet helemaal begrepen te hebben, laat Jezus door een gelijkenis zien, dat er geen wezenlijk verschil is tussen de boodschap van Johannes en zijn optreden.
Hij vertelt dan de gelijkenis van de kinderen op de markt. De gelijkenis vaneen stelletje vervelende, treiterende kinderen. Als er voorgesteld wordt een vrolijk spelletje te doen, nl. bruiloftje spelen, willen ze niet meedoen. Dan maar begrafenisje spelen. Maar ook dan blijven die kinderen lusteloos. Niets kan hen in beweging brengen.
Zo is nu het volk Israël, zegt Jezus.
Johannes was een sombere figuur, die zich ver hield van elk levensgenot.
Hij riep maar steeds op tot bekering en wees op het komende oordeel. De leiders van Israël bleven echter onaandoenlijk en onbewogen.
Dan treedt Jezus op. Zijn leefwijze was heel anders. Hij zat aan bij maaltijden en werd zelfs op bruiloften gezien. Hij nam gewoon deel aan het dagelijks leven.
Voor de armsten was hij te spreken.
Voor zondaren had hij een vriendelijk woord.
Aan het graf van Lazarus weende hij. Hij kwam om de treurenden te troosten. Maar hoe aantrekkelijk zijn verschijning ook was, ook van Hem wendt Israël zich af.
Johannes was hen te ernstig en Jezus was niet ernstig genoeg. Het volk Israël wilde niets weten van het koninkrijk Gods. Voor de donder beefden ze niet en a'ls het Evangelie hen lokte, namen ze dat ook niett aan.
In deze gelijkenis laat Jezus zien, dat er geen tegenstelling is, tussen zijn prediking en die van Johannes.
Zowel de dreiging van het oordeel als de prediking van Jezus die zichzelf aanbiedt, hebben de bedoeling Israël tot bekering te brengen.

Wat Jezus over de hel zegt
Jezus spreekt trouwens zelf ook over het komende gericht. Over de hel, waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust.
Eigenlijk zou ds Brussaard met deze woorden van Jezus ook niet erg gelukkig moeten zijn. Zo ver gaat hij echter niet. Hij zegt, dat Jezus deze beelden gebruikt om ons wakker te schudden. Zijn opmerkingen zijn geen doel, maar middel.
Dat beeld van "eeuwig moeten branden" leefde bij zijn toeschouwers, en daarom maakte Hij er gebruik van om fel te protesteren tegen alles wat aan ons goddeloos en onmenselijk kan zijn. Waarom ds Brussaard aan de waarschuwingen van Johannes niet dezelfde verklaring geeft, wordt niet duidelijk.
De woorden van Jezus, aldus ds Brussaard, geven dus niet het recht om in de hel te geloven. Het is toch te har om te geioven in een sadistische God, die gestorvenen welke niet het juiste geloofssysteem hebben gevolgd, eindeloos en vreselijk in hels vuur doet branden.
Vreemd, dat Jezus dan toch wel de mensen angst aangejaagd heeft, en geregeld en met nadruk over de hel gesproken heeft.
Zo heeft Jezus getuigd van het gericht over alIe mensen (Matth. 12 : 37).
Hij sprak van het helse vuur (Matth. 5 : 22) en zegt dat aan de liefdelozen en onrechtvaardigen "geween en tandengeknars" ten deel zal vallen (Matth. 22 : 13).
De Heiland spreekt zelfs 75 maal over de realiteit van de hel. En het laatste woord, dat Jezus volgens Mattheüs 25 : 46 In openbare prediking sprak ging over eeuwige straf en eeuwig leven.
Wij kunnen de beslissing tussen hemel en hel niet omzeilen. Zijn belofte en dreiging zijn even waar.

Een angstgeloof
Nu valt helaas niet te ontkennen, dat er predikers geweest zijn en misschien nog wel zijn, die erg royaal met de verdoemenis werkten en te weinig lieten doorklinken het woord van Jezus: komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven.
Daar is een verhaal over Brummelkamp, een van de vaders van de Afscheiding, die de klacht kreeg dat hij weinig liet doorklinken van de donder op Horeb. Hij nam zich voor, dit dan maar eens te doen.
Toen hij echter zijn gemeente voor zich zag, kreeg hij heter toch moeilijk mee. Hij zag daar al die mensen met hun vele zorgen zitten en besloot toen toch maar weer hen te troosten.
De Schrift heeft ook niet de bedoeling de mens te kwenen als ze over de hel spreekt. Christus wil ons juist van de angst bevrijden. Christus trekt de mensen niet tot zich door met de hel te dreigen. Ook de kerk heeft niet de roeping de mensen de hel te verkondigen en hen zo schrik aan te jagen.
De kerk heeft niet de hel te prediken, maar de blijde boodschap van de verlossing. Hij komt tot ons met het aanbod: kies voor Mij. Open uw hart voor Mij en ge zult gered worden.
Het christelijk geloof brengt de mensen niet in de angst voor de hel, maar opent de ogen voor het angstwekkende waar de mens in terecht dreigt te komen.
We mogen Christus juist zien als de mogelijkheid de angst voor de hel te overwinnen.

In strijd met Gods liefde?
Zijn veroordeling en hel niet in strijd met Gods liefde? God is toch geen sadist?
Wanneer men zo spreekt, ziet men dan wel hoe erg de zonde, de afval van God is. Juist de kruisdood van Christus laat ons men, hoe dodelijk ernstig, hoe afschuwelijk de zonde is. Van nature begrijpen we dit niet.
Daarom is het voor een mens zo moeilijk te aanvaarden, dat er een hel is. We moeten ervoor oppassen, dat we de liefde van God richten naar de menselijke liefde en God gaan beoordelen naar onze maatstaven.
Hoe verschrikkelijk de hel ook is, juist Christus, de vleesgeworden liefde, spreekt erover. Hij kon dan ook naar de maatstaf van God de ernst van de zonde peilen, En Hij heeft de consequentie daarvan in zijn lijden aanvaard, Wie iets afdoet van de werkelijkheid van de hel, doet daarmee af aan de verlossende liefde van God.
Wanneer Jezus tot ons spreekt over de hel is dat een onderstreping van de ernst van het Evangelie der verlossing, dat nooit straffeloos verworpen kan worden. Wanneer wij maar blijven zien, dat die hel de keerzijde is van het Evangelie.

God is barmhartig
God is barmhartig, maar bij mensen, ook bij christenen, ontbreekt daar vaak veel aan. In het boekje "Na vijftig jaren" vertelt mijn vader hoe men in de kring van oud gereformeerden in het begin van deze eeuw over de hel sprak.
"Alle kinderen die jong stierven werden met een grote zwaai in de hel geworpen, zo maar. Wie heel vroom was liet de hemel leeg. Een uit hen vertelde mij, dat er in Domburg drie waren, maar hij kon in Meliskerke niet verder komen dan twee. Maar een kind zalig worden? In geen geval."
Wanneer men zo spreekt, geeft men voedsel aan de gedachte, dat God wreed zou zijn.
Over anderen moeten we ons maar geen oordeel aanmatigen.
Daar wordt wel de vraag gesteld hoe het nu zal gaan met de heidenen die Christus nooit gekend hebben.
Met groten als Socrates en Plato Met al die kinderen die jong gestorven zijn.
Prof. K. Schilder schrijft daarover in "Wat is de hel?": "Vergeet niet dat de Bijbel over het lot van zulke mensen zich opzettelijk zeer onvolledig uitlaat, Al tellende en wegende vergeet men het beproeven van eigen hart."
Schilder sluit zich hier ook aan bij wat Bavinck in zijn Dogmatiek schreef: "De Gereformeerden wilden ten eerste de mate der genade niet vaststellen, waarmede een mens onder vele dwalingen en zonden nog aan God verbonden kan zijn, noch de graad der kennis bepalen die tot zaligheid onmisbaar is. En ten andere hielden zij staande, dat de middelen der genade niet absoluut noodzakelijk waren tot zaligheid en dat God ook buiten Woord en sacramenten kon wederbaren ten eeuwigen leven ... Zij (bedoeld wordt de Gereformeerde belijdenis) vindt de diepste oorzaak der zaligheid aHeen in Gods welbehagen, in zijn eeuwige ontferming ... " .
Als de discipelen aan Jezus vragen, of er weinigen zijn die zalig worden, antwoordt de Heiland: "strijd om in te gaan door de enge poort, want velen zullen zoeken in te gaan en zullen niet kunnen" (Lukas 13 : 24).
Dat alleen is van rechtstreeks belang voor ons.

Wat betekent eeuwige verdoemenis?
Op deze vraag moet het antwoord sober zijn. Waar de hel is weten we niet en we moeten daarover ook maar niet speculeren. De Schrift zegt ons wel dat het een oord van verschrikking is, maar zij doet dat in beelden en gelijkenissen omdat het ons begrip te boven gaat. Wij kunnen ons de hel slechts voorstellen in de ons bekende begrippen van ruimte en tijd.
In de hel is de absolute verlatenheid van God. Daar zal men God kennen zonder tot hem te kunnen komen. Op de aarde leven velen ver van God, maar ze realiseren zich niet, wat ze daarmee verliezen.
Bij het gericht komt het ogenblik, waarop we mogen zien wat we geloofd hebben, maar ook het ogenblik waarop we zien wat we niet geloofd hebben. De verlorenen zullen dan de bron van het leven zien zonder eruit te kunnen drinken.
Christus heeft de godverlatenheid aan het kruis zelf ondervonden.
Maar Hij heeft dat gedragen, opdat wij nimmer van God verlaten zouden worden. Om ons te vrijwaren voor de hel.
Het geloof in de hel een wrede trek in het christelijk geloof?
Wie dat zegt heeft er niet veel van begrepen.
Immers de Schrift wijst ons de weg om de hel te ontgaan: Jezus Christus.
Dan jagen dood, gericht en hel geen angst meer aan.
Integendeel, wij mogen die dag van het gericht met groot verlangen tegemoet zien.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief