Een zondag in Nicaragua
1983-04-08
Ik maakte deze reis als voorzitter van een delegatie van ICCC - de interkerkelijke commissie voor ontwikkelingsprojecten in Nederland - op verzoek van de Evangelische kerken in Nicaragua, die zich in CEPAD (de hulp en ontwikkelingsorganisatie van de Nicaraguaanse protestanten) aaneengesloten hebben.- Jaargang 27
- nummer 14
Zondagochtend 21 februari 1983.
Het is warm, bijna dertig graden, wanneer we uit ons bestelwagentje stappen op het met palmen en bananenplanten wildbegroeide terreintje van de arme boeren-Baptistengemeente, zo'n 20 km van de hoofdstad Managua. Van heinde en verre stromen de mensen er naar toe, voortsjokkend op de rulle wegen: er worden er deze zondag wel 2000 verwacht, om samen het oogstfeest te vieren. Een feest dat nu pas op gang komt, want het zal minstens drie dagen duren - en de arme feestgangers hebben hun tienden meegenomen! Het is dan ook een echt feest. De lucht van het bakken van vlees en bananen komt je onmiddellijk tegemoet. Er staat een gammel ijskarretje tegen een boom, met kinderen er omheen. En de blijheid straalt van de meeste gezichten. In het kerkgebouwtje wordt in- en uitgelopen. Maar het zit propvol, wanneer uit Deuteronomium wordt gelezen over de drie hoge feesten van Israël, waarbij ook het Loofhuttenfeest hoort. En wanneer wordt gezongen en geklapt: Amor, Esperanza y la fé, geloof, hoop en liefde, want zij blijven, deze drie, dank zij El Signor Iesu Cristo. Er zitten een paar tieners naast me op de volle wankele bank die bij dit lied zo hartstochtelijk er al hun energie in stoppen, dat je er bij trilt, letterlijk en figuurlijk. Op zo'n moment voel je dat het net iets te gemakkelijk is, de verschillen tussen de "liturgie" hier en bij ons alleen maar op de verschillen in volksaard te gooien. Hier in Nederland zet welhaast elke kerkdienst nog eens een extra rém op de weinige spontaniteit, die wij als Nederlanders toch al bezitten. Onze liturgie is een extreem van onszelf niet een korrektie op onszelf. Het gitaarspel, en de mensen die met hun handen en voeten loskomen wanneer ze het over Hun Heer hebben - het is van een levensechtheid en een geloofswarmte, die je jaloers maakt. En wanneer we na een poos weer moeten verdwijnen, na eerst de hartelijke groet van de Nederlandse christenen te hebben overgebracht - er wordt luid geapplaudisseerd - zegt de jonge ouderling die ons naar ons busje uitgeleide doet: Per favor, alstublieft, vertel toch in uw land, dat ook hier het Woord van God in al zijn kracht en volheid wordt verkondigd". En dat is dan ook eigenlijk de reden, dat ik dit artikel schrijf.
Want deze mensen, onze hermanos, broeders en zusters in het geloof, leven in Nicaragua. Een land dat keer op keer in de krant opduikt als een tweede Cuba in de achtertuin van Amerika, met een Sandinistische regering aan de leiding (Sandino was een guerilla-generaal in Nicaragua, die werd vermoord na een gemeenschappelijke maaltijd door de dictator Somoza). En nu is het vreemde in onze ogen, dat verreweg de meeste van deze orthodoxe christenen, die in Nederland bij wijze van spreken tot de EO zouden behoren, zich ronduit positief uitspreken over wat de regering wil en doet. 0 ja, ze hebben op bepaalde punten hun zorgen: over het groeiend militarisme in de samenleving, en over de manier waarop zeker aanvankelijk de Indianen in het Noorden - de Miskito's, waarvan 60 % behoren tot de Evangelische broedergemeenten! - door de overheid behandeld zijn. Ook zijn er, die vrezen dat de overheid te veel macht naar zich toetrekt - nu al is de invloed van de regering op pers, radio en TV ontzaglijk groot.
Maar steeds horen we, dat hun respect voor en loyaliteit aan de regering vooropstaat. Hoe kan dat nu in vredesnaam ten opzichte van een regime, waarvan de vertegenwoordigers soms naar Moskou reizen, en waarvoor president Reagan keer op keer waarschuwt? Schort er dan toch iets aan hun geloof?
Ik denk veeleer, dat wij het zijn, die hier grove beoordelingsfouten maken. En om dat te verduidelijken, is het niet voldoende er op te wijzen, dat deze protestanten - ze vormen maar liefst 15 % van de hele bevolking! - nu een volstrekte godsdienstvrijheid bezitten, die ze onder dictator Somoza (tot 1979) niet hadden. Er moet dan ook iets worden gezegd over het kruis, dat over de wereld van nu ligt en waaraan onze wereld door eigen schuld lijdt: het kruis, waarvan de Oost-West verhouding en de Noord-Zuid verhouding de twee balken zijn.
Nicaragua is een arm, echt arm land, dat al twee eeuwen lang diep geleden heeft onder wat het rijke Noorden - met name de USA het heeft aangedaan. Keer op keer vielen de Amerikaanse mariniers binnen om het te bezetten; het grondgebied is op Wallstreet, de Amerikaanse effectenbeurs, als koloniaal bezit verkwanseld, en de gruwelijke dictator Somoza was een stropop van wat Amerika in Nicaragua goeddacht. Vooral in de jaren 70, zo vertellen deze Evangelische christenen ons, zijn onder de verdrukking hun ogen er voor open gegaan dat het Evangelie 66k een boodschap is van sociale gerechtigheid - dat het niet aangaat zich in de eigen godsdienstbeleving terug te trekken wanneer vooral de armsten in de samenleving voortdurend worden uitgebuit, verdrukt en gemarteld.
De revolutie van 1979 was voor hen dan ook vooral een bevrijding uit de handen van Somoza en de Amerikaanse druk - net zoals voor ons 1945 een bevrijding was uit de handen van Hitler en de Germaanse druk. En ze hebben daarna krachtig meegewerkt aan de strijd tegen de armoede in hun eigen land.
Misschien begint het nu al enigszins te dagen, wat ik bedoelde met die grove beoordelingsfouten van onze kant. Als wij met zulke landen te maken hebben, hanteren wijzelf - die deel uitmaken van het rijke Noorden! - keer op keer uitsluitend de meetlat van de Oost-West verhouding, als de enige maatstaf die voor zulke situaties geldt. En het oordeel is dan vlug geveld: dit land, als ongebonden land, zit toch al gevaarlijk dicht in de buurt van het Marxisme-Leninisme, en moet daarom - zo nodig met geweld - tot het besef van Westerse vrijheid en democratie worden teruggebracht.
Maar door z6 de zaak te versimpelen, zijn wij in feite bezig de kern van het probleem een kwartslag te draaien. We halen er als het ware de pijn uit van de Noord-Zuid verhouding, van de verdrukking van arm door rijk in deze wereld. En waarom? Wel, omdat het natuurlijk prettiger is jezelf als de kampioen van de vrijheid te zien, dan als een arm en gebruikend en misbruikend werelddeel. Zo kunnen we onszelf de handen schoonwassen - we gaan vrijuit. Maar zo lijdt wel de wereld weer intenser aan het kruis van de Noord-Zuid en de Oost-West verhouding.
De orthodoxe protestante christenen in Nicaragua vragen ons nu, waar wijzelf, als christenen in het Noorden, staan. Toen we er waren, deden ze een hartstochtelijk beroep op ons de Verenigde Staten te bewegen hun steun terug te trekken van degenen, die - deel uitmakend van het kamp van de vroegere metgezellen van Somoza - vanuit Honduras keer op keer Nicaragua binnenvallen, en daarbij de gruwelijkste martelingen bedrijven. Deze week nog werd een catechetserend Baptistenpredikant met zijn zeven catechisanten door hen overvallen en vermoord, in een dorpje niet ver van de grens.
Waar staan wij? Wassen wij onze handen schoon, of delen we in hun lijden? Het eerste wat ze ons vroegen, was: ons gebed.