Naar een herstel van het gewone leven
2011-10-21
Rust, regelmaat, reinheid: de drie R’s uit lang vervlogen opvoedingsjaren. Toen kwamen de sixties.- Jaargang 55
- nummer 21
Die rust was helemaal niet nodig, van regelmaat zouden kinderen alleen maar dwangmatig worden en reinheid hoefde ook niet meer. Zijn kinderen er gelukkiger door geworden en zijn ouders betere opvoeders geworden toen we de drie R’s loslieten?
Inmiddels is het een klassieker geworden, maar nog altijd, en misschien meer dan ooit, is het in pedagogisch opzicht actueel. In zijn boek Het herstel van het gewone leven stelt de inmiddels hoogbejaarde hoogleraar orthopedagogiek prof. Wim ter Horst cruciale vragen: heeft dit kind wel een omgeving waarin het groot kan worden?
Is de omgeving wel geordend? Of moet het opgroeien in een chaos die het slechts kan ondergaan, zonder er enige invloed op te hebben?
Te veel kinderen groeien op in een omgeving die met een bombardement aan chaotische indrukken hun welzijn onder druk zet. Soms kunnen ze ondanks al die indrukken nog redelijk functioneren. Bij andere kinderen gaat de energie meer zitten in het overleven dan in het werkelijk genieten van het leven. Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in eet- en slaapproblemen, in druk of teruggetrokken gedrag of in onderpresteren op school.
Ruimte
Ter Horst werkt de ordening uit aan de hand van de thema’s ruimte, tijd en handelingen. Bij de ruimte gaat het om de vaste plekken voor de verschillende bezigheden in huis.
Kinderen hebben daar, zeker op jongere leeftijd, vaste plekken nodig. Slapen doe je niet op de bank, maar in je bed. Eten doe je niet voor de televisie, maar aan tafel. Tandenpoetsen doe je niet in de woonkamer, maar bij de wastafel.
| ‘Hoe laat legt u Jeffrey (5 jaar) op bed?’ vraag ik aan zijn moeder. ‘Heel verschillend,’ zegt zij. ‘Als hij op de bank in slaap is gevallen, leg ik hem in zijn eigen bed. Dat is soms om acht uur ‘s avonds, maar als hij niet wil slapen, dan wordt het wel elf uur.’ Ondertussen kijkt Jeffrey tvprogramma’s die alleen voor de ogen en oren van volwassenen bestemd zijn. |
Tijd
Vooral de structuur van de tijd staat tegenwoordig onder grote druk.
Ouders hebben veel haast en kinderen moeten overal aan mee doen. Is er nog iemand die echt de tijd voor hen neemt?
Passen ouders zich nog aan aan het tempo dat kinderen nodig hebben? Of moet het kind zich eenzijdig voegen naar het tempo van de ouders, die op hun beurt ook weer gevangen worden in het tempo dat de samenleving van hen eist?
In veel gezinnen lukt het niet om op min of meer vaste tijden te eten of naar bed te gaan. Er zijn kinderen die als een soort postpakketje overal mee naartoe genomen worden. De ene keer gaan ze om zeven uur naar bed, de andere keer om elf uur. De ‘we zien wel wanneer’-houding kan even aardig zijn in de vakantie, maar het is een manier van leven die niet bij kinderen past. Er zijn duizenden kinderen die in huis als zwervers opgroeien. Ze eten als ze honger hebben, ze gaan slapen als ze moe zijn. Deze kinderen missen ook de vaste rituelen die ieder kind nodig heeft om de dag goed af te sluiten, zoals bijvoorbeeld voorlezen en lekker onderstoppen.
| In een Amerikaanse tv-documentaire kwamen jonge kinderen van verslaafde ouders in beeld die om twee uur ’s nachts nog door het huis liepen. Er werd echter niet van buitenaf ingegrepen, want volgens de instanties ‘zat er nog voldoende eten in de koelkast.’ |
Handelen
De voorgaande voorbeelden hebben te maken met de meest cruciale vraag die Ter Horst stelt: is het handelen op orde? Daarmee bedoelt hij: is er iemand die doelgericht om het kind geeft? Is er iemand werkelijk actief bij het kind betrokken? Betrokkenheid heeft met verbondenheid te maken.
Het is de belangrijkste voorwaarde voor kinderen om zich veilig te kunnen hechten. En één op de drie kinderen is niet veilig gehecht.
Daar komt nog bij dat in gezinnen voortdurend veel ‘ruis’ binnen komt, die de aandacht afleidt van het contact.
Televisie, telefoon en allerlei sociale media vragen voortdurend onze aandacht.
| Mary doet een spelletje met haar dochter. Het spel wordt meer dan eens onderbroken doordat er een berichtje op Mary’s mobieltje verschijnt. Die berichtjes hebben voor Mary voorrang op het spel met haar dochter. |
Er zijn opvoeders die denken: zo lang het kind speelt is het oké, dan kan ik als opvoeder ook mijn gang gaan. Er zijn gezinnen waar beide ouders én de kinderen een groot deel van de dag achter de computer zitten. Iedereen vermaakt zich prima. Maar niemand is actief betrokken op de ander. Om gezond op te groeien hebben kinderen volwassenen nodig die werkelijk in hen geïnteresseerd zijn. Alleen als kinderen die emotionele bagage van jongs af aan mee krijgen, kunnen ze ook zelf weer opgroeien tot volwassenen die voor de ander kunnen zorgen. In een samenleving waar ouders niet meer echt oog hebben voor hun kinderen zal, zoals de Bijbel zegt, in een volgende generatie de liefde verkild zijn.
Christelijke levensstijl
Wat tot nu toe in dit artikel staat, is (te) zwart-wit.
Er zijn veel ouders die zich met hart en ziel inzetten voor de opvoeding van hun kinderen en die ook aandacht hebben voor thema’s als rust, regelmaat en reinheid. Toch is het voorgaande ook voor christenouders geen ver-van-mijn-bedshow. De onrust van deze tijd knaagt ook aan de wortels van ons pedagogisch handelen.
| Marinka stormt het huis van haar tante binnen. ‘Wat gaan we doen?’ Haar tante zegt: ‘Zullen we eerst eens even gaan zitten?’ ‘Maar wat gaan we doen?’ wil Marinka weten. Logeren is voor Marinka naar speeltuinen, dierentuinen, uit eten gaan, kortom: vermaakt worden. Maar de rem die haar tante inbouwde, werkte. Het werden voor Marinka drie leuke dagen, maar zonder bijzondere attracties. En het meest opvallende: Marinka at beter en sliep beter. Ze had meer rust in haar hoofd. |
Ouders zouden zich eens af kunnen vragen: welke ruimte hebben christelijke rituelen in het gezin? Heeft de televisie de plaats ingenomen van het voorlezen en het bidden? Worden we steeds gestoord door allerlei zaken die ons afleiden van waar we mee bezig waren? Hoe gaan we naar de kerk?
Moeten we daar vermaakt worden? Is er veel onrust, maar weinig rust? Is de zondag nog een echte rustdag, moeten we niet juist in deze tijd terug naar de basis? Een dag met gezinstijd, die echt anders is dan de andere dagen? Dat zou een zegen zijn voor de gezinnen en ook voor de hele samenleving.
Familie
In deze tijd zijn veel gezinnen geïsoleerd geraakt. De tijd van ‘nabuurschap’ (ook in de opvoeding) lijkt grotendeels voorbij, terwijl juist opvoeding iets is wat je niet in je eentje kunt. Opvoeding gebeurt in gemeenschap met anderen. Hierin heeft de kerk, maar ook het grotere familieverband een niet te onderschatten taak.
Wat kan een kind tot rust komen als het uit de hectiek van het eigen gezin een paar dagen kan logeren bij opa en oma, waar niet per definitie van alles moet en waar meer ruimte is voor individuele aandacht. Soms zijn de grootouders de enigen die het kind de weg naar Jezus kunnen wijzen, omdat de eigen ouders die weg kwijt zijn geraakt.
Wat een verrijking kan het contact met ooms en tantes, met neven en nichten zijn: loten van dezelfde stam met een aantal vergelijkbare eigenschappen qua temperament en karakter. De oudere broer of zus kan een soort van coach zijn voor een puber die op zoek is.
Geef haar te eten
Ter Horst noemt ruimte, tijd en handelen. Deze drie aspecten kun je in de Joodse religieuze traditie goed terugvinden. Dat was de wereld die Jezus kende en waar Hij vertrouwd mee was. Jezus heeft oog voor al de gewone, basale dingen uit het (kinder)leven. Dat is bijvoorbeeld te zien in de tijd die Hij zelf nam om te eten en te drinken en om de rust op te zoeken, maar ook om de kinderen te ontmoeten terwijl de discipelen dat niet nodig vonden. We zien het in de zorg en aandacht die Hij gaf aan de maaltijden voor de mensen die naar Hem kwamen luisteren. Het meest bijzondere in dit opzicht is wel de geschiedenis van het dochtertje van Jaïrus. Jezus zegt tegen haar: ‘Meisje, sta op!’ En direct nadat ze uit de dood is gewekt: ‘Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven…’ Er is een wonder gebeurd: een kind dat dood was, leeft weer. Maar het wonder wordt gevolgd door herstel van het gewone leven: dit meisje heeft eten nodig. Wat is dát mooi dat Jezus daar zóveel oog voor had! In dat geven van voedsel klinkt zorg door. In sommige gezinnen zijn gezamenlijke maaltijden een zeldzaamheid. Zelfs jonge kinderen moeten hun eten maar zelf bij elkaar zien te sprokkelen. Maar dit meisje wordt gevoed door zorgende ouders.
Valkuil
Er is ook een andere kant. Veel goedwillende ouders zijn onzeker geworden door alle informatie die er voor opvoeders geschreven is. Het gevolg is dat ze gebukt gaan onder de last van schuldgevoelens.
Die schuldgevoelens leggen op hun beurt weer een emotionele hypotheek op de gezinnen.
‘Een kind is geen appeltaart,’ zei prof. Ter Horst twee jaar geleden tijdens een lezing voor Opbouw. Het is niet zo dat als je ‘dit’ er in stopt, dat ‘dat’ er dan uit komt. Gezinstherapeut Jesper Juul besteedt in zijn boeken veel aandacht aan de last van schuldgevoelens bij de ouders. Zijn visie biedt ook goede mogelijkheden voor pastoraat aan gezinnen. We leven in een gebroken wereld. De perfecte opvoeder bestaat niet. Maar dat hoeft ook niet. Er wordt al een emotionele last van ons afgenomen, als we beseffen dat we het niet alleen hoeven te doen en dat we ruimte mogen nemen om zelf bij te tanken. Dan wil God onze gebrekkige opvoedingsmiddelen aanvullen. Als we ons dat realiseren, geeft dat werkelijk rust in de opvoeding van de kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd.
Henk Algra is orthopedagoog en vader van twee volwassen kinderen. Hij is lid van de NGK/CGK Alkmaar.