Het laatste bezoek

2011-10-21
  • Jaargang 55
  • nummer 21
Mijn vader (89) woonde al een poos in het verzorgingshuis.
Uiteraard zochten we hem regelmatig op. Toen we die zaterdagmorgen bij hem aanklopten, zat hij in zijn vertrouwde stoel, strak in het pak. ‘Jochie, wat fijn dat je er bent,’ sprak hij, ‘maar ik moet straks wel naar de kerk.’ Ik schoot in de lach en antwoordde: ‘Nou pa, dat bent u in ieder geval op tijd, want vandaag is het zaterdag.’ Later hoorde ik dat hij al eerder die week op het bankje in de hal had zitten wachten om naar de kerk gebracht te worden.
Aan tafel lazen we, op verzoek van het Bijbels dagboekje De kracht van hunne kracht dat beroemde gedeelte uit Prediker, over de maalsters die hun werk staken, de deuren naar de straat die gesloten worden en alle tonen die gedempt worden.
Onmiskenbaar een verhaal over de moeiten van ouderdom en aftakeling. We kwamen erover in gesprek. Zo kwam ook de vraag aan bod of vader verlangde naar het sterven. Het antwoord was verrassend: ‘Nee, zolang ik hier ben heb ik kennelijk nog een taak. Maar ik ben wel nieuwsgierig naar wat komen gaat. Wat zal dat een verrassing zijn!’ We namen afscheid en wensten vader een goede zondag toe. Dan zou hij avondmaal vieren. Daar keek hij naar uit.
Hij genoot altijd van de slotwoorden uit het korte formulier, waarin vooruitgekeken wordt naar de bruiloft van het Lam.
Wat een uitzicht!

Die zondagmorgen werden we gebeld. Vader had een hartstilstand gehad, terwijl hij zich klaarmaakte voor de kerk.
Geen avondmaal voor hem; wél rechtstreeks door naar de bruiloft van het Lam. Wat was dat laatste gesprek voor ons opeens extra waardevol!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief