De konsekwentie van Pasen

1983-04-15
  • Jaargang 27
  • nummer 15
"Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid."

Kol. 3 : 1-4

Levensheiliging
De Kolossenzenbrief is geschreven aaneen bedreigde gemeente. Bedreigd door een soort godsdienstigheid, dat een aanval pleegt op het hart van het evangelie. Een godsdienstigheid die het houden van menselijke inzettingen als feestdagen, eet- en leefregels tot voorwaarde voor de zaligheid wil maken (Kol. 2). Voorwaardelijke godsdienst bezit grote aantrekkingskracht.
Zo zijn de Kolossenzen onder de indruk van de godsdienstigheid van de joodse dwaalleraars, die zich in de gemeente sterk maken.
Wat een ernstige levensheiliging! Ook zo af te sterven aan zonde en wereld en op te staan tot een nieuw leven... !
Paulus noemt deze attractieve religiositeit "eigenwillig" (2 : 23). Hij erkent dat levensheiliging noodzakelijk is. Alleen, zij is geen voorwaarde t6t, maar vrucht vàn de verlossing door Christus.

Niet opdat, maar omdat
Tegenover het wetticisme dat mensen neerdrukt, zet Paulus het evangelie, de blijde boodschap, die mensen opbeurt. De gemeente van Kolosse moet zich niet pijnigen met de vraag "Hoe komen wij in de hemel?", de gemeente moet ernst ma ken met de werkelijkheid, dat haar leven sinds Pasen en Hemelvaart al in de hemel is! "Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God" (vs. 3)!
Wat voor alle wetticisme het dool van de heiliging is, namelijk "de hemel", is volgens Paulus het uitgangspunt van de heiliging. De dwaalleer neemt baar uitgangspunt in het aardse, om van daaruit op te klimmen tot de hemel. Paulus wijst de gemeente haar uitgangspunt in de hemel en leert baar van daaruit het leven hier op aarde te benaderen.
Spannen wetticistische christenen zich in, opdàt zij aan de zonde sterven, het evangelie leert Gods kinderen heilig te leven, omdat zij al aan de zonde gestorven zijn. Doe niet alsof u het Pasen moet doen worden, zegt Paulus, maar trek de konsekwentie uit Pasen voor uw leven. U bent toch met Christus opgewekt? Welnu, zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is.
"Met Christus opgewekt", zegt Paulus.
Dat wil zeggen: opgewekt op de Paasdag als Lichaam van Christus, delend in de opwekking van het Hoofd.
Deze opwekking wordt toegeëigend in de weg van doop en geloof (2 : 11 v.). Zonder geloof en voortdurende bekering gaat het niet. Paulus schrijft niet: "Vergeet de heiliging van uw leven maar, Zij is na Pasen overbodig. Want u bènt toch al met Christus opgewekt?" Nee, levensheiliging moet wel, maar anders.
Niet wettisch, maar evangelisch: "Nu dan de oude mens gestorven en begraven is en de nieuwe is opgewekt, lééf dan ook als opgewekte mensen!". Adeldom verplicht immers.

Noblesse oblige
De dwaalleraars uit Kolosse zijn te vergelijken met een jongen, die ervan droomt, kroonprins te worden.
Stel, van z'n zakgeld koopt hij een keurige stropdas, hij last zich in taxi's rondrijden, zet een duur gezicht en laat zich "Hoogheid" noemen.
Alsof hij zo zijn doel bereikt!
Naïef. Alle inspanningen tevergeefs, al gedraagt hij zich nog zo voorbeeldig.
Maar, wie kroonprins is, heeft zich als prins te gedragen ook.
Noblesse oblige. Maar dat kan dan ook, want hij is tenslotte prins.
Eigenwillig godsdienstige mensen doen als die jongen. Krampachtig proberen ze op eigen gelegenheid een onhaalbare status te bereiken.
Paulus leert de gemeente, dat zij is als die kroonprins. Zij behoeft niet meer haar eigen heil te bewerken: zij is al gestorven en opgewekt uit de zonde, Alleen, adeldom verplicht: nu moet zij wel overeenkomstig die status leven ook. Maar dat kan zij, want zij is tenslotte tot het nieuwe leven opgewekt.

Tussen Hemelvaart en Wederkomst
Paulus noemt het nieuwe leven: "het zoeken van de dingen die boven zijn".
Niet omdat de dingen "boven" verkieslijker zijn dan de dingen "beneden".
Maar omdat Christus daar nu is. Hij is ons leven (vs. 4). En waar ons leven is, daar zal ook ons hart zijn (vgl. Mt. 6 : 21). Je hart bij de hemel hebben, betekent: niet aardsgezind zijn, een hemelse Ievensstijl hebben, leven-op-de-manier-van-boven. Gods kinderen kunnen dat en moeten dat. Vandaar dat Paulus de gebiedende wijs gebruikt: "Zoekt, bedenkt!".
Wie ontmoedigt raakt door eigen onvermogen en onvolmaaktheid, getroost door de wetenschap, dat bet nieuwe leven nog verborgen is.
Het is er wel, maar je ziet het nog niet ten volle. Echt zichtbaar wordt het, als Christus verschijnt in heerlijkheid.
Dan zal, met Hem, ook ons nieuwe leven in alle heerlijkheid openbaar worden.

Leven van ontvangen
Misschien denkt iemand: "Ik zou wel zo met Christus gestorven en opgewekt willen zijn. Maar dat lukt dus niet. Want je bent het óf je bent het niet, net als die jongen uit dat voorbeeld". Er is voor die jongen één "tenzij". Het lukt hem nooit om prins te worden, tenzij hij tot zoon wordt áángenomen. Zo geldt dat ook van Gods kinderen.
Zij zijn allen aangenomen kinderen.
De gebruikelijke weg tot Christus is die van verbond, doop, geloof en bekering. Zaken die van God komen.
Moet je daarvoor niet geweldig je best doen? Nee, die ontvang je, evenals die jongen zijn adoptie ontvangt. Eenvoudig als je er om vraagt, in het gebed. Paulus schrijft: "Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam ... " (4: 2). Wie bidt en waakt, ontvangt. Hij gaat Hem zoeken Die boven is. Dan wordt het leven ná Pasen ook een leven uit Pasen – konsekwent.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief