Ik kom spoedig
1983-04-15
De wederkomst - een heilsfeit- Jaargang 27
- nummer 15
De heilsfeiten wis de geboorte van Jezus, zijn kruisdood, zijn opstanding, de uitstorting van de Heilige Geest worden door steeds meerderen geloochend.
Hetzelfde geldt voor het heilsfeit van de wederkomst van de Here Jezus.
Missohien is het beter niet te spreken van wederkomst, maar van aankomst.
Det is nl. de betekenis van het woord "parousia", dat de Schrift gebruikt.
Het lijkt ook weinig reëel om in deze tijd nog de komst van Christus op de wolken te verwachten. Is dat niet iets, dat we beter aan dweperige secten kunnen overlaten?
Wanneer je nu het einde van de wereld verwachten zou door een atoomoorlog of door een totale klimaatsverandering of door een noodlottige aantasting van het milieu zou dat een gegronde vrees schijnen.
Immers de machtsconcentraties en de enorme kernbewapening maken de mogelijkheden voor een allesvernietigende atoomoorlog steeds groter. De opdroging van onze energiebronnen en het te gronde gaan van het milieu lijken voortekenen van een komende ondergang van deze wereld.
Onze kwetsbaarheid is ook veel groter geworden, De ontwikkelingen, waarbij wij betrokken zijn, gaan in een richting, waarvan hert eindpunt voor ons niet te overzien is. De wereld gaat steeds meer lijken,zolas ik ergens, op een voortjagende auto, waarvan de motor steeds harder loopt, maar waarvan de remmen en het stuur kapot zijn. Dat moet wel op een katastrofe uitdopen.
Maar wat wijst er nu op de komst van Christus? Er is toch geen enkel teken, dat hierop wijst?
Daarom zeggen ook veel mensen, dat de wereldgeschiedenis zelf ook wereldgericht is. Onrecht en schuld worden vanzelf wel gestraft. Daar is geen komst van Jezus voor nodig.
Anderen zien het leven als een kringloop, als een vrij zinloze zaak dus. Het leven is een verschrikkelijke, troosteloze cirkelbeweging van de mens om zichzelf.
Weer anderen zien het wat optimistischer.
Zij geloven in ere vooruitgang.
De techniek zorgt ervoor, dat de wereld steeds volmaakter wordt, De druk van de arbeid wordt minder.
Tot voor enkele jaren werd de levensstandaard steeds beter. Dat loopt nu wel weer terug, maar dat zal toch wel tijdelijk zijn. Optimisten zien al weer hoopvolle tekenen voor de toekomst, Hoe de toekomst ook zal zijn, de mens blij fit steeds dezelfde met zijn verlangens, zijn angst, zijn hevig begeren naar leven en zijn uitgeleverd aan de dood.
Draaien we niet met zijn allen in een kringetje rond? Zitten we eigenlijk niet samen in een geweldige draaimolen? En een draaimolen is niet gemakkelijk te combineren met de wederkomst van Christus.
De kerk in de toekomst
Maar hoe staat de kerk tegenover de wederkomst van Christus?
In de kerk zijn we gewoon de heilsfeiten te vieren, maar dat geldt niet voor de wederkomst van Christus.
Een speciale feestdag zou vermoedelijk ook niet veel belangstelling trekken. Als kerk hebben we de neiging dit heilsfeit wat naar achteren re schuiven. En toch moeten we, zoals prof, v. Niftrik eens schreef, als gemeente leven in de herinnering aan het verleden der openbaring Gods en in de verwachting van de komst van het koninkrijk Gods.
Helaas is er wat betreft de wederkomst een zekere matheid te bespeuren.
Wij moeten echter, zo schreef de apostel Petrus, vol verwachting zijn naar de toekomst van de dag Gods.
Het lijkt er echter wel op, dat ook bij ons deze verwachting weinig meer dan een pro memoriepost gebleven is.
Er zijn zelfs christenen voor wie deze toekomst een zuiver aardse zaak is geworden. Ze geloven niet meer in de wederkomst, maar in de vooruitgang, Onze toekomstverwachting richt zich meer op ons eigen leven, de verschrikking van de dood en de heerlijkheid daarna. We praten vaak over de dood, maar weinig over het eind van de wereld.
Alleen wanneer de welvaart terugloopt, zoals nu het geval is, of als we door de verschrikkingen van de oorlogen bedreigd worden, gaan we ons weer bezighouden met de komst van de Here Jezus.
Maar letten wij op de tekenen der tijden? Bidden wij voortdurend en vol verwachting: kom Here Jezus?
Houden wij er rekening mee, dat de dag van die komst zo maar kan aanbreken?
Adventisme
Het valt dan ook niet te verbazen dat in reactie hierop bewegingen opgekomen zijn, die de komst van Christus te eenzijdig gingen beklemtonen.
De advent, de komst van Jezus, werd voor hen het beheersende dogma en velen menen zelfs die komst nauwkeurig te kunnen berekenen.
In Nederland is nogal bekend geworden de Maranatha-beweging, waar vóór de oorlog Johan de Heer sterk op de voorgrond trad. Zijn liederenbundel is ook in onze kringen nog altijd populair.
Al is de benadering van deze christenen wat eenzijdig, hun evangelisatie-ijver moet ons tot jaloersheid brengen. Bovendien stellen zij vragen, die ook ons moeren bezig houden.
Moeilijke vragen overigens.
De vraag b.v., waar wij ons nu bevinden in de tijd tussen hemelvaart en wederkomst.
Is het einde spoedig nabij, d.w.z. zal Jezus binnenkort wederkomen?
Kunnen we daar wel een verstandig woord over zeggen? Immers de Schrift zegt, dat God alleen weet, wanneer dat zal zijn. Die dag komt immers als een dief in de nacht.
Maar diezelfde God zegt ook,dat we moeten letten op de tekenen der tijden.
We moeten dus waakzaam zijn. We weten zeker dat die dag komt. We moeten ons erop voorbereiden en toch Zal die dag ons overvallen. Wij kunnen niet op Gods klok kijken.
Het is voor ons niet zo gemakkelijk dat alles met elkaar te rijmen.
Ik kom spoedig
Jezus zegt, dat Hij spoedig zal terugkomen.
Bij de eerste christenen leefde al de gedachte, dat men dit nog zou meemaken.
Daar waren zelfs christenen, die niet meer wilden werken, omdat Christus toch spoedig weer zou komen.
En sindsdien zijn nu bijna 20 eeuwen verstreken. Elke morgen gaat de zon op, maar daar is nog steeds geen spoor van Jezus te bekennen.
We mogen echter niet vergeten, dat de voorzeggingen van Jezus over zijn opstanding en zijn wederkomst in de grond der zaak een eenheid vormen. De komst, die Christus heeft aangekondigd heeft in zijn opstanding een voorlopige vervulling gevonden, Dat neemt niet weg, dat Jezus in zijn toespraken over de toekomende dingen onze aandacht richt op de uiteindelijke ven definitieve komst van het koninkrijk der hemelen.
Over dat rijk wordt gesproken als over een rijk, dat nog niet gekomen is. En dat rijk blijft maar steeds uit, terwijl Jezus zei, dat Hij spoedig zou komen.
Maar Jezus heeft daar meer over gezegd. Hij heeft ook gewaarschuwd, dat het voor ons besef nog lang kon duren. In deze gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes zegt Hij, dat de bruidegom vertoeft te komen. Hij blijft zo lang uit, dart de meisjes erbij in slaap vallen.
En Petrus vertelt ons, dat er in de Iaatste dagen spotters zullen zijn, die ironisch zullen zeggen: waar blijft de belofte van zijn komst? Maar, zegt Petrus, dit ene mag u niet ontgaan: dat één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.
Ja, de Here heeft grote haast en toch duurt het voor ons besef lang.
God geeft de wereld nog tijd. Hij heeft geduld met ons. Hij wil spoedig komen. Voor ons besef duurt dat echter zo lang, omdat God lankmoedig is. Hij will niet, dat sommigen verloren gaan.
Het is als in die gelijkenis. De bruidegom bleef uit, zij sliepen allen in.
Maar plotseling komt het geroep: de bruidegom komt! Zo zal het gaan bij de jongste dag. Maar nog is Gods geduld niet ten einde. Nog geeft hij tijd tot bekering.
Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan
Jezus heeft dus geen termijn genoemd over zijn wederkomst.
Daarmee lijkt wat in strijd zijn uitspraak: "Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles is geschied". (Marc, 13 : 30).
Zo oppervlakkig lijkt het erop, dat Jezus hier zegt, dat de toen levende generatie zijn wederkomst zal beleven.
De Jehova’s getuigen die menen dat Jezus in 1914 in de hemel als koning op de troon werd geplaatst, geloven dat het einde komt voordat allen die in 1914 leefden, gestorven zullen zijn.
Anderen leggen de uitspraak van Jezus uit, dat Hij dacht aan het Joodse volk als volks-geheel, het "geslacht", dat Hem als Messias verwierp.
Veel waarschijnlijker is de uitleg, die "dit geslacht" opvat in de ongunstige zin, waarin Jezus deze uitdrukking meer gebruikt. Zo spreekt Hij over “dit boze geslacht" en “ongelovig en verkeerd geslacht" en ook wel "dit overspelig geslacht".
Jezus bedoelt dus met “dit geslacht" altijd een bepaalde ongunstige mentaliteit.
Jezus zegt, dat zulke van Jezus afkerige mensen er bij zijn wederkomst nóg zullen zijn.
Dat sluit ook goed aan bij de volgende zin: "De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan."
De tekenen der tijden
Intussen moeten we letten op de tekenen der tijden, zegt Jezus.
Als we nagaan, wat die tekenen zijn, valt het op, dat Jezus tekenen noemt, drie in de geschiedenis steeds weer voorkomen. Je kunt dus niet zeggen: nu zijn die tekenen er, dus nu komt Jezus. Deze rekenen geven dus evenmin een tijdsaanduiding.
Er zullen, zo zegt Jezus, verleidingen komen. Vroeger en ook nu zijn er veel wereldverbeteraars, die miljoenen achter zich gekregen hebben!
Hitler, Marxistische heilpredikers.
Mao was in China de grote Messias. Nu schijnt Chomeini voor veel Perzen weer een heiland te zijn. En zo zal het ondanks alle teleurstellingen doorgaan.
Er zullen oorlogen zijn en geruchten van oorlogen. Onze tijd is er vol van.
In één eeuw zelfs twee wereldoorlogen.
Hongersnoden zullen er zijn. In vele delen van de aarde is ernstige hongersnood, elk jaar weer.
Vervolgingen. Alle eeuwen door zijn christenen vervolgd. Ook in onze tijd. Naar schatting wordt in deze tijd een derde van alle christenen vervolgd.
Zo noemt onze Heiland meer negatieve tekenen, maar ook één positief teken, nl. dat het Evangelie over heel de wereld gepredikt zal worden.
Vooral de laatste twee eeuwen is dit het geval.
Maar wat zeggen die tekenen nu?
Ze zijn immers niet specifiek voor onze tijd!
Nee, dat niet, maar het bijzondere is wel, dat ze telkens heviger worden.
Het is een proces dat zich in de loop der jaren in heftiger vormen ontwikkelt.
Het zijn barensweeën voor de blijde geboorte. Het zijn tekenen die ons toeroepen, dat die grote dag zeker zal aanbreken.
Daarom behoeven al die verschrikkelijke gebeurtenissen ons ook niet te verontrusten. Neen, zegt Jezus, als deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofd omhoog, want uw verlossing is nabij.
Heft uw hoofd op. Dat is het gebaar van iemand, die plotseling vol verwachting zijn hoofd opheft, omdat hij iets tiet, dat hij hoopte te zulten zien.
Ja, Jezus komt vast en zeker. Dat zeggen ons de tekenen der tijden.
Als een dief in de nacht
Wij moeten waakzaam zijn, maar toch zal die dag ons overvallen als een dief in de nacht. We kunnen dit enigszins vergelijken met de ondergang van Pompeji, waarbij duizenden mensen door de uitbarsting van de Vesuvius omkwamen.
Plotseling werden de mensen verrast door een regen van as en puimsteen.
Vlak daarvoor ging alles nog zijn gewone gang. Kinderen naar school, vaders naar hun werk. moeders aan de was. En dan ineens komt het leven tot stilstand. Uit de opgravingen blijkt, dat de mensen zo verrast waren, dat ze midden in hun werk aan hun eind kwamen, zonder daarvoor iets van het gevaar bemerkt te hebben.
Zo zal het ook gaan bij de komst van de Here Jezus. Ondanks al die tekenen der tijden, zal men toch in valse rust voortleven.
En Jezus bindt ons dan ook op het hart, dat we bereid moeten zijn, -want op een uur, dat we Hem niet verwachten, zal de Zoon des mensen komen.
Here Jezus kom
Jezus zegt, dat Hij spoedig komen zal. De gemeente antwoordt hier biddend op: kom Here Jezus.
Bidden en werken wij voor de komst van de Here Jezus? Immers als wij het heilsfeit van de wederkomst gelovig aanvaarden, blijven wij niet rustig zitten. Dan zijn we attent op de tekenen der tijden.
Dan hollen we niet achter allerlei wereldverbeteraars aan.
Dan worden we niet verschrikt door de verschrikkingen om ons heen.
Maar we bidden voortdurend om de komst van de Here Jezus.
En we gaan ook aan het werk.
We vergeten niet onze grote opdracht overal het evangelie van het koninkrijk re brengen.
Dat is ook een van de tekenen der tijden.
En daar wil de Here onszelf bij inschakelen.
Wij mogen dus zelf ook aan die komst meewerken.
Zoon van God en Zoon des mensen.
0, kom spoedig in Uw kracht, op des hemels wolken weder, kom, Heer Jezus. Kom ik wacht