God is ieder ogenblik nieuw

1983-04-15
  • Jaargang 27
  • nummer 15
n.a.v. "God is ieder ogenblik nieuw", gesprekken met Edward Schillebeeckx, door Huub Oosterhuis en Piet Hoogeveen, uitg. Ambo/Thijmgenootschap.

Een half jaar geleden werd in de Nieuwe Kerk - Amsterdam door Z.K.H. Prins Bernhard aan professor dr Edward Schillebeeckx de Erasmusprijs uitgereikt. De naam Schillebeeckx is in deze kolom al eens genoemd: als een belangrijke Rooms-katholieke theoloog, die zowel in zijn eigen als. in protestantse kringen veelal voor ketter doorgaat. Ongeveer aan het eind van zijn loopbaan als hoogleraar (te Leuven en te Nijmegen) geviel hem de eer van een wetenschappelijke prijs, naar aan/leiding waarvan het bovengenoemde boekje werd uitgegeven. In dit boek, dat in de vorm van enige interviews werd geschreven, wordt door de priester Huub Oesterhuis (ons bekend uit het Liedboek) een poging gedaan om Schillebeeckx' moeilijke werken en gedachten wat meer voor gemiddelde lezers toegankelijk te maken. In een aantal, vaak uitdagende, vragen geeft Oesterhuis hem telkens de kans, een mening te bestrijden dan wel met bijval te verklaren.
Althans zijn centrale thema's zijn hierdoor uit de verf gekomen.

Wie was Erasmus ook weer? Een fllosoof-theoloog (1467-1536), die getracht heeft het christendom en het humanisme of een synthese te brengen.
In zijn kritiek op maatschappelijke en kerkelijke toestanden (tijdgenoot van Luther) was hij gevreesd. Zijn afkeer van scholastiek bracht hem tot verzet regen de kerkelijke dogmatiek en ceremoniën. Met Luthers kritiek op de kerkelijke misstanden kon hij instemmen, met diens onbesuisde optreden niet. Waar Luther hamerde op het "geloof alleen " , en de brief van Jacobus durfde te veroordelen vanwege de daarin gewenste "goede werken" - daar pleitte Erasmus voor de eenheid van de christenen, die te bereiken zou zijn door tegenstellingen in leer en bediening achter te stellen bij eenvoudige vroomheid en hoge moraal. Zijn invloed is later gebleken in het Arminianisme, in de Aufklärung en in het vrijzinnige Protestantisme.

Erasmus zag in Jezus Christus minder de Verzoener dan wel de hemelse Leraar. Maar ook mag van hem gezegd worden, dat hij de Griekse tekst van het nieuwe testament door zijn Latijnse vertaling en aantekeningen algemeen toegankelijk heeft gemaakt.
De Erasmus-stichting heeft niet alleen een prijs uitgereikt, maar daarbij als haar oordeel uitgesproken: "zijn (Schillebeeckx') theologie blijft niet bij theorie, maar vertaalt de kerkelijke tradilbie door zijn gerichtheid op de levenspraktijk en draagt bij tot een onbevangen dialoog tussen kerk en maatschappij" .
Prins Bernhard zei bij de overhandiging onder meer: "Schillebeeckx weet het Evangelie te actualiseren voor onze bewogen wereld, omdat E.S. over Jezus schrijft niet als een mens Uit de verleden tijd - maar als van "een levende".
En uit het antwoord van E.S. knippen we: "een theologie, die niet langer 'koningin der wetenschappen' is, kan een positieve en kritische bijdrage leveren aan de wereld, die huilt om meer menselijkheid". En ook: "dat een humanisme, dat op wetenschap en technologie is gebaseerd, de mens onder de dreiging van in-humaniciteit kan brengen". "De techniek vormt de grootste bedreiging voor de toekomst en maakt de religieuze vragen dringender dan ooit".

Voordat we nader op dit boek van 159 bladzijden ingaan - eerst enkele algemene opmerkingen. De titel van deze 13 gesprekken is gekozen uit Klaagliederen 3 : 23 waar Jeremia zegt: "Het zijn de gunstbewijzen des Heeren, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn ze nieuw, groot is Uw trouw!" In deze titel spreekt de verwondering over Gods trouw, daar, waar wij soms geen uitzicht hebben. De troost, die God biedt in zijn Woord ondanks alles wat ons tot wanhoop zou kunnen brengen, doorstraalt alle gesprekken. In de kennis van de zonde is E.S. realistisch; in de kennis van de verlossing niet minder - al spreekt hij anders dan wij gewoon zijn te doen; maar in zijn dankbaarheid voor Gods liefde ten aanzien van deze totale kosmos is hij lyrisch, uitbundig en voorbeeldig.

E.S. is een algemeen erkende ketter. Dat woord klinkt onder ons niet leuk.
We zijn geneigd hierbij te denken (indien al) aan een man, die onbetrouwbare profetie geeft, die ons van de goede weg afleidt en die we op een afstand moeten houden. Het feit, dat E.S. een van zijn belangrijkste boeken samen met dr H. Kuitert schreef, maakt ons ook al niet gelukkig.

Toch is het goed, zelf eens zo'n "ketterij" te lezen en te beoordelen. "Ik zie het zo", zegt E.S. (pag. 103): "het gaat niet om de kerk allereerst. Het gaat om het evangelie van Jezus, van waaruit mensen met elkaar een gemeente, kerk vormen. Die kerk heeft zich historisch zo ontwikkeld, dat zij nu een macht is geworden tegenover het evangelie. Maar dat kerkgebeuren staat onder de kritiek van het evangelie, zoals Israël onder de kritiek stond van de profeten. Dus wie gegrepen is door dat evangelie, als 'leek' of als ambtsdrager, zal alwat mensen verknecht aanklagen". De kerkelijke hiërarchie, als macht, wordt geoordeeld door allen, die (uit) het evangelie leven".

E.S. citeert Thomas van Aquino: "er zijn aangelegenheden, waarin de mens ... volledig vanuit zichzelf mag handelen en dit tegen een mogelijk verbod van de paus in" (104). Eveneens van Thomas geciteerd: "men moet dan zelfs tegen het gebod van de paus ingaan, op gevaar af geëxcommuniceerd te worden". Zodat E.S. concludeert: "Thomas reeds relativeert die hiërarchie in de kerk. Voor hem zijn het evangelie en het geweten de hoogste instanties en (als het goed gaat) vervult de kerk een bemiddelende functie tussen beide" (104). "Vanaf de elfde eeuw is heel die centralisatie begonnen in het Romeinse machtsapparaat. Die kritiek van Luther en Calvijn en heel de Reformatie is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen.
De kerk heeft zich zo geïdentificeerd met een door haarzelf tot Absoluut Heerser vertekende Christus, dat ze inderdaad een machtsinstitum is geworden, dat zich niet meer onder de kritiek van het evangelie stelt. De encyclieken van de 1geeeuw, waarin de macht van Christus in rechte lijn en zonder enige bedenking wordt 'Overgedragen op de paus - en onder deze paus begint dat opnieuw - dat zijn verschrikkelijke vergissingen". (104).

In de kennismaking met deze ketter u tot nu toe goed bekomen? Lees dam verder. We kunnen er van leren. Oesterhuis vraagt aan E.S.: "hoe voel jij jezelf in deze kerk, onder deze paus?" En het antwoord van E.S. luidt: "ik heb geleerd van de geschiedenis. De hoogste verantwoordelijkheid verwordt tot dwingelandij in de handen der mensen, ook in de kerk. Maar ik relativeer het ook. Ik zie in tweeduizend jaar christendom ook een tegenbeweging aan het werk, en die is nooit verstomd. Dat profetisch geluid wordt in die 2000 jaar voortdurend gehoord", 105.

Begrijpelijk dat prof. Schillebeeckx om deze en dergelijke uitspraken meer dan eens te Rome op het matje geroepen is. Op het Tweede Vaticaanse Concilie echter (1962-1965) was dezelfde E.S. in de wandelgangen aanwezig, waar hij op verzoek van de Ned. bisschoppen Alfrink en Bellers lezingen hield voor en christelijke kritieken verstrekte aan conciliegangers: zodat hij soms voor 200 bisschoppen sprak, hetgeen 'van hogerop' de officiële uitspraak ontlokte: "dat dié conferenties niet onder het gezag van het Concilie stonden". (151) Gevraagd aan de vader van E.S., wat die als goed-katholiek er wel van dacht, dat de paus Edward ,in 1968 ter verantwoording riep, antwoordde deze verstandige man: “Edward ken ik maar deze paus ken ik niet". (111) Misschien wordt het duidelijk, dat ook een ketter een nuttig mens kan zijn.
Hij weegt een leer kritisch: zoekt naar de innerlijke waarde en niet naar de historische autoriteit. Hij graaft zelfstandig in de Schrift, in plaats van grote theologen na te praten. Hij leest de Schrift in het licht van de huidige omstandigheden, in plaats van staande te houden wat vroeger mocht gelden. Zo dwingt hij ons tot nadenken, soms tot instemmen, soms tot afwijzen.
En E.S. speelt niet de ketter, maar is een diep-gelovig mens, die leeft uit het Woord en daarom niet slechts 'Heere Heere' zegt - maar ook in zijn levenswerken de Heiland volgt. Zijn kritiek op de Roomse moederkerk, welke door protestanten grif kan worden onderschreven, ligt op het niveau van Luther en Calvijn.

Een ketter -laten we nog even naar Van Dale luisteren - is hij, die als lid van een godsdienstige gemeenschap gevoelens voorstaat, die afwijken van de als rechtzinnig erkende leer dier gemeenschap; een R.K. gedoopt christen, die bewust en hardnekkig enig leerstuk van de kerk verwerpt; ook iemand die op gebied van wetenschap of kunst van de algemeen gehuldigde begrippen afwijkt.

(wordt vervolgd)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief