Mensen die je niet vergeet (vervolg)
1982-10-15
Wij noemden van dr J. J. Buskes al zijn "Hoera voor het leven", vol bijzonderheden over "mensen en toestanden, die hun stempel op deze gevoelige schrijver hebben gezet. Eigenlijk moeten ook zijn latere "Vier Vrienden" (1971) en "Dwarsliggers" (1974) worden genoemd, die samen met "Mensen die je niet vergeet" (1969) een reeks vormen. Maar aangezien voor vandaag het laatstgenoemde boek op ons program staat gaan we daar mee verder.- Jaargang 26
- nummer 38
Dr Buskes windt er geen doekjes om. Hij acht wijlen dr K. Schilder "een van de grootste vechtjassen, die de gereformeerde kerken in de 20e eeuw hebben opgeleverd". Daartoe verwijst hij naar De Reformatie met zijn "vele pagina's polemiek, van de venijnigste soort". "Wie niet polemiseert is niet bekeerd", schreef KS eens aan Buskes. Dat zat zo.
KS had vijf regels over Buskes geschreven. Buskes schreef vijf regels ten antwoord. Daarop schreef KS een halve kolom tegen Buskes. Deze antwoordde met een halve kolom. Vervolgens werd het een hele kolom van KS en een kolom van Buskes terug. Daarna een open brief van acht kolommen in De Reformatie - maar geen antwoord van Buskes. Die zag daar geen heil in. Want waren we doorgegaan, zegt hij, dan schreven we langzamerhand encyclopedieën tegen elkaar en zouden daarmee zijn doorgegaan tot de wederkomst van onze Heer.
Maar toen hij een gesprek met Schilder aanging en zich verbaasde over de aangename mens Schilder, antwoordde deze: hier ontmoeten we elkaar als medemensen en medechristenen, maar als ik polemiseer heb ik met u persoonlijk niets te maken - dan bestrijd ik beginselen.
Het is voor ons, die destijds volgelingen van Schilder heetten, zaak, zulke historie te kennen en opnieuw te wegen. ",A:1s hij schreef zag hij geen mensen", zegt Buskes; "zo moest hij wel spreken van oneerlijkheid en geknoei - waarvan bij de bestredenen geen sprake was. Ben noodlottige zaak: uitsluitend beginselen en geen mensen te zien: vooral als men die beginselen tot eeuwige beginselen proclameert" . (In dit opzicht achtte Buskes KS een goed leerling van dr A. Kuyper.)
KS heeft Buskes en vele anderen ongelooflijk gekwetst, zonder zich daarvan bewust te zijn. "Hij liep in het luchtledige van beginselen". "Overtuigingskracht had zijn polemiek uitsluitend voor de overtuigden". De anderen werden alleen geïrriteerd en gekwetst. De mens Schilder en de polemicus Schilder waren twee mensen, die naast elkaar leefden, ieder in Zijn eigen wereld. Daarmee heeft hij veel vrienden verspeeld en velen tot vijanden gemaakt, zegt Buskes.
"Overigens hebben de Gereformeerde Kerken het KS niet gemakkelijk gemaakt - al ondervond hij daar wat hij de mensen van het Hersteld Verband had aangedaan". "De maatregelen waren een afschuwelijke zaak. Onbegrijpelijk dat er op de synode niemand opstond met: zo kan en zo mag het niet!" "Dat men KS de kerken heeft uitgewerkt blijft een uiterst pijnlijke zaak.' Er is geen legitieme verontschuldiging: Hepp en Kuyper (H.H.) waren veel onmogelijker mensen dan hij.' En in de bezettingstijd was KS een van de dapperste en voortreffelijkste mensen in de gereformeerde kring. Volgens Miskotte eender eersten onder de dapperen".
"Wat de Gereformeerde Kerken hem aandeden heeft hij niet verdiend. Wat zou ik graag willen dat de kerken dat eens royaal uitspraken". Hoewel naar de mening van Buskes "KS zelf uitmaakte wat anderen bedoelden en naar zijn overtuiging moesten bedoelen", achtte hij KS tegelijk een "goed en beminnelijk mens en bekwaam theoloog, van wie ik veel geleerd heb en wie ik mijn bewondering niet onthoud". "In wezen een eenvoudig en oprecht kind van God". Om nooit te vergeten.
P. S. Gerbrandy, schoonzoon van Sikkel, in de Londense ballingschap tot eerste minister bevorderd, kende maar één boek, de Bijbel; en maar één oorlog, de Tachtigjarige. Eigenlijk een vreemde eend in de antirevolutionaire bijt. Want hij zag de AR en Colijn steeds meer in de conservatieve en liberale hoek zitten. Zelf zagen ze deze oppositionele figuur als het rooie mannetje uit Sneek, dat in 1928 "De strijd om nieuwe maatschappijvormen" had ingezet.
Toch was Gerbrandy meer dan een dwarsligger. Hij kende Kuypers publicatie uit 1891 voor het Chr. Soc. Congres. Daarin 'had deze duidelijke Schriftuurlijke lijnen voor de emancipatie van de underdog aangegeven; had het recht der armen, der verdrukten, doen geiden. Zelf schreef Gerbrandy in deze lijn over "Calvinisme en Kapitalisme" en over "Medezeggenschap", waarmee hij de CDU prachtig werkmateriaal heeft geleverd.
Maar hij ging daarmee tegen de lijn der Gereformeerde Kerken in, die in 1936 het lidmaatschap van de CDU en een gereformeerde kerk onverenigbaar achtten. Waarom toch? Omdat Kuyper zelf zijn jeugdige uitspraken had ingeslikt?
Toen Fedde Schurer wegens antimilitarisme en lidmaatschap van de CDU als christelijk onderwijzer te de Lemmer werd ontslagen, trad Buskes voor hem op bij de Commissie van Beroep. Gorbrandy pleitte voor het schoolbestuur en won, als knap advocaat, natuurlijk het pleit. Maar zei na afloop tegen Schurer, inaanwezigheid van Buskes: waarom heb je mij niet voor je laten pleiten? Ik had dat veel liever gedaan! (Zekerheidshalve sprak hij Fries - maar daar was hij advocaat voor.) Bij een andere gelegenheid vroeg Gerbrandy aan Buskes: "Voelt u zich nu echt thuis in de PvdA?" - Buskes zei: "ik wil u wel antwoorden, maar zegt u me dan eerst of u zich echt thuis voelt in de ARP". Waarop Gerbrandy grinnekend besloot met: "zullen we er verder dan maar niet over praten?"
Buskes' hart sloeg voor de arme, de verdrukte, voor de wees en de weduwe. Hierin volgde hij zijn Heiland metterdaad, al kwam hij daardoor wel eens in wat bizarre kringen. In de PvdA werd hij trouwens net zo gewantrouwd als in eigen kerkelijke kringen. Maar ook dit is een christen niet vreemd.
De NCSV (Ned. Chr. Studentenvereniging) had een heel stuk van Buskes' hart en hoofd. Zijn christelijk-politieke opleiding, begonnen in de JV op GG, werd hier aangevuld en voltooid. Deze vereniging bracht studentten in aanraking met het Evangelie; probeerde mensen, die straks een vooraanstaande post in de maatschappij zouden bekleden, tijdig op goed spoor te zetten.
Het streven was in 1896 in ons land geïmporteerd, maar niet nieuw. Al in 1806 namen Amerikaanse studenten initiatieven voor zending naar binnen en naar. buiten; In 1895 werd een wereldfederatie van christelijke studentenverenigingen in Zweden opgericht. Een belangrijke figuur was John Mott, die "geloofde in God en in de van Godswege in -de mens liggende mogelijkheden". Hij drong aan op persoonlijke overgave aan God, persoonlijk geloof in de Heiland, een intens geestelijk leven, dagelijks, begonnen met de "momingwatoh", het stille kwartier bij het ontwaken. "
Er werd lectuur verstrekt, er werden kampen gehouden ter versterking van het persoonlijk geloofsleven van studenten . Hele besturen van nationale studentenverenigingen gingen tijdelijk in de zending werken - of bleven daar. In ons land waren die kampen in hoofdzaak te Nunspeet en te Vierhouten; diverse foto's getuigen er van. Persoonlijk heb ik - daar ik vijf en twintig jaar de pachtrechten op de Waskolk en Mosterdveen uitoefende sfeer van de christenstudenten er altijd geproefd.
Er worden mannen van het eerste uur genoemd. Herman Rutgers, zoon van VU-hoogleraar, sedert 1915 algemeen secretaris van de NCSV. Hij wordt getekend als groot zakenman, geboren financier, die met grote getallen speelde maar ook de detailkosten van een zomerkamp kende. "Hij heeft de NCSV op poten gezet". - Henk Kraemer, weesjongen uit de Jordaan, zowel christen als socialist omdat hij geen keus tussen die twee kon maken; hij sprak over Jezus Christus als de Heer der wereld. Dat klonk gereformeerd, vond Buskes, maar er zat geen gedwongen antithese in, het: was geen stelsel maar spontaneïteit. - Ook dr Harrenstein wordt genoemd en op de foto's komen meer bekende kerkelijke namen voor: dr E. L. Smelik, Jan Schouten, dr G. W. Brillenburg Wurth, Mw van Andel, ds J. C. Brussaard. - Nico Stufkens tenslotte kwam daar tot het inzicht, dat de geestelijke verwarring en onmacht binnen en buiten eigen erf onder één noemer waren te brengen: "wij weten niet meer wat geloof is, zoals de Bijbel en de Reformatie dat wisten". Heel zijn werk was de Bijbel te laten zeggen wat geloof is.
Vandaag noemen we dat misschien goede taal, maar met nieuw. Dan moeten we bedenken wat de kerken (de hervormde zowel als de gereformeerde) in de jaren tussen twee wereldoorlogen voor de wereld hebben betekend: vrijwel niets. In ons isolement zagen we onze kracht. We deden niets aan de sociale tegenstellingen, maar steunden die. Persoonlijk werd ik naar een JV op GG-met-boordjes gestuurd - op de arbeiders-IV (ook op GG) hoorde een predikantszoon niet thuis. We leerden niets over de arme en verdrukte, niets over inkomensnivellering en evenredige draagkracht; de Duitse bezetter moest bij ons het Ziekenfondsenbesluit en de wet op de CAO introduceren! Wel werden op de JV vechters gevormd, beginselvaste vechters; maar liefde, geloof, je jas weggeven?
Voor de werkelijke vragen van de wereld stond niemand open, zegt Buskes; maar de NCSV ging vanuit de studentenwereld dat lauwe christendom belegeren. "Een man als prof. H. Bavinck heeft dat geweten en vroeg de , Gereformeerde Kerken, om vertrouwen in de NCSV. Bavinck leefde echt mee, sprak op vele conferenties, had en belangrijk aandeel in de besprekingen over basis en doelstellingen; had een hartstochtelijk verlangen naar het universele en wijde, verzette zich krachtig tegen alle verminking van de Bijbelse boodschap en het christelijk geloof, was afkerig van alle theologisch denken dat niet eigentijds was".
Sam de Wolff was een rabbi te Amsterdam, een oudtestamenticus die ook het nieuwe testament kende. Een zionist en marxist. Zijn joodse slagzin: "weet je wat vrijzinnigheid is? Er is geen God en Jezus Christus is zijn Zoon". Hij hield van Marx, een jood. Hij hield van Buskes, een christen.
En als de problemen hem werkelijk te groot waren dan citeerde hij: "de verborgen dingen zijn voor de Heere onze God - maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen, om die te doen, om die te doen, om die te deen".
Toen Sam op zijn uiterste lag zocht Buskes hem op. Sam vroeg: .Buskes, ben je gekomen om mij te bekeren?" - "Je weet dat ik nooit een mens kan bekeren". - "Zal ik je dan eens wat zeggen, Buskes? A'ls het waar is wat jij gelooft en wat er in de Tenach staat, dan moet ik straks voor Jahweh verschijnen". - "Dan zal ik zeggen: Heer, Gij zijt de rechter der ganse aarde, hier is Sam de Wolff. Hij is niet lui geweest, hij heeft zijn leven lang hard gewerkt! en al zijn kracht ingezet voor de opbouw van een andere wereld. Maar Heer, Gij zijt de rechter der ganse aarde, voor u is het leven van Sam de Wolff stof en as - mag Sam. de Wolff hopen op uw barmhartigheid?".
U ziet dat we nog niet door het boek heen zijn. Mogen we volgende week nog even doorgaan? Gedenken is: je in het verleden verdiepen dan wel dat verleden ophalen, teneinde de toekomst beter in te gaan. Buskes' belichting van de nieuwere kerkgeschiedenis in ons land mogen we niet vergeten.