Het verrotte leven van Floortje Bloem
1982-10-15
Op de laatste jaarvergadering van Opbouw vroeg iemand mij: "Wilt u niet eens iets schrijven over "Het verrotte leven van Floortje Bloem? Dat is een roman van Yvonne Keuls. U zult wel zeggen dat het geen literatuur is, maar ik denk dat het voor heel veel mensen goed zou zijn, als ze er eens kennis van namen."- Jaargang 26
- nummer 38
En zodoende! Ik heb het boek aangeschaft, gelezen en ben drie maanden geleden al aan een bespreking ervan begonnen. Maar ik kwam er niet toe die af te maken. Jammer, want het boek verdient inderdaad aandacht. Toch, beter laat dan helemaal niet en ook al zijn er meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht. het is heel goed mogelijk dat het boek in onze kring wettig bekend is geworden.
Is het literatuur? Niet in de gangbare zin des woords, maar dat is dan ook niet de belangrijkste vraag? De ellende die uit dit boek omhoog komt, is zó groot en de schrijfster heeft alles zó indringend verwoord dat je er nog weken lang mee bezig kunt zijn.
Yvonne Keuls is goed thuis in de problemen van wat men wei noemt de "ontspoorde" jeugd. Ik noem in dit verband een ander boek van haar: De moeder van David S. Daarin gaat het vooral om de moeite die ouders te verwerken krijgen, als zij proberen hun aan drugs verslaafde kinderen te helpen. Hóe goed de schrijfster vertrouwd is met die kinderen zelf, blijkt uit deze nieuwe roman: Het verrotte leven van Floortje Bloem. Misschien is het goed dat ik nu al waarschuw: het is geen boek voor iedereen. Wie meent dat het ontoelaatbaar is. dat er zo veel vloeken op papier staan of wie terugschrikt voor een confrontatie met het verval op zowel zedelijk als geestelijk gebied, kan dit boek beter ongelezen laten. Het biedt ook geen uitzicht, geen oplossing, het is niet veel meer dan een kreet om hulp, In haar voorwoord vertelt Yvonne Keuls: Klaart je is één van de meisjes met wie ik de afgelopen jaren intensief contact heeft gehad. Ze heeft me verteld over haar leven, dat ze verrot vindt, maar nog steeds niet hopeloos. Op een nacht zei ze tegen me: "Ik doe steeds dingen omdat een ander het wil. Ik ben pillen gaan slikken door een ander, met kerels begonnen door een ander, naar een dealer gesleept door een ander. Maar toch kan ik niemand de schuld geven want ik had toch nee kunnen zeggen, ik kies er toch zelf voor om mee te doen.
Want de angst die ik dán heb, is altijd nog kleiner dan de angst om alleen te blijven als ik nee zeg. Ik zou best willen afkicken, ik ben nou vijftien jaar en ik wil best kappen met dit verrotte leven. Maar ik ben als de dood dat ze mij dan met KZ-verklaring in een gekkenhuis gaan stoppen. Want ze kunnen toch niet anders? Heroïnehoertjes passen nergens bij en er is toch niks voor zulke meiden als ik? Kan jij niet proberen of er wèl iets komt, want ik leef nog ...ik ben toch nog steeds niet verloren?"
En dan komt het verhaal van Boortje Bloem. Het is geschreven in de ik-vorm, maar niet alleen Floortje vertelt, ook haar moeder, haar tante, haar zusje, de vader, de onderwijzer, pleegouders, u komt er ook wat ambtelijk aandoende rapporten in tegen van maatschappelijke begeleiders. Dat allemaal maakt de indruk van echtheid. De schrijfster heeft trouwens ook gezegd dat zij alles aan de werkelijkheid heeft ontleend, alles is echt zo gebeurd; zij heeft alleen de personen onherkenbaar gemaakt.
Floortje Bloem: de ouders al vóór haar geboorte uit elkaar, vanuit de kraamkliniek gaat zij rechtstreeks naar een kindertehuis; als ze bijna drie jaar is, komt zij bij pleegouders, zij vindt daar geborgenheid en liefde, maar haar pleegvader komt om bij een auto-ongeluk, zijn vrouw kan het dan met meer aan en Floortje komt in een "tweede pleeggezin. Daar gaat het verkeerd: ze is er niet te hanteren en wordt in een internaat geplaatst. Het belangrijkste wat Floortje mist, is liefde. Van haar echte ouders hoort ze niets meer, ook niet van haar pleegouders.
In het begin huilt ze veel, tot een ander meisje tegen haar zegt: "Ach kind, schei nou uit; er zijn geen ouders, ik heb ook geen ouders, je móet gewoon groot worden net als ik". Dan is er wéér een soort pleeggezin, ze mag er in de weekends naar toe, maar ontdekt dat ze er toch eigenlijk maar wat bijhangt. ondanks de mooie woorden hoort ze niet werkelijk bij de familie. Het eerste sexuele contact, ze is dan een jaar of twaalf. Op het internaat weet men geen raad meer met haar, op aandringen van haar moeder (die inmiddels hertrouwd is) komt ze weer "thuis".
Maar echte liefde krijgt ze niet; het is allemaal maar een oppervlakkig gedoe. Later raakt ze in contact met een volwassen man die haar wèl een gevoel van liefde en geborgenheid weet te geven, maar die na verloop van tijd wordt gearresteerd als pedofiel. Daarna wordt het allemaal alleen maar erger, ze raakt aan de drugs, verdient geld door seksuele contacten, het ene internaat na het andere opvoedingsgesticht slaagt er niet in haar van een verdere ondergang te redden. Soms lijkt het er even op dat Floortje toch de moeilijkheden te boven zal komen, maar haar verknipte jeugd en het tekort aan liefde wreken zich onherroepelijk. Het einde is triest; Floortje heeft iemand opgebeld en gezegd dat ze zich voor de trein zou gooien, als hij haar niet kwam afhalen. Zodra de man het huis uit was, zouden kornuiten van Floortje inbreken en zo veel mogelijk waardevolle dingen roven. De volgende dag leest ze in de krant een overlijdensadvertentie met daaronder de naam van de man die ze heeft opgebeld. Ze vertelt: Ik begon weer te lezen. Tot onze grote droefheid... Dat klopt.
Hij zei: ik heb een hoop narigheid gehad. En zijn vrouw lag in het ziekenhuis. En ondanks dat had hij me toch willen helpen. Hij is in zijn auto gesprongen en naar me toe gegaan.
Hij wilde niet dat ik me voor de trein zou werpen. En toen hebben Nappie en Martien zijn huis leeggehaald. En ik heb staan bellen en tegen hem staan liegen. Ik ben de schuld dat het allemaal zo is gegaan. Mijn léven is niet verrot. Ik ben verrot. Meer zal ik niet citeren, u moet het zelf maar lezen.
Is dit literatuur? Opnieuw zeg ik: die vraag is niet de belangrijkste. Wat Yvonne Keuls schrijft, is uit het leven gegrepen, ze weet waar ze het over heeft. En de oplossing voor het probleem? Och, als we eens begonnen met wat minder aan ons zelf te denken? We leven dan we'! in het egotijdperk, maar als we het toch eens konden opbrengen wat méér aandacht voor een ander te hebben? Dat is namelijk de les die uit de boeken van Yvonne Keuls getrokken kan worden, net als uit het "Verslag van een junkie" door Christiane F. En dan kom ik ook weer tot de vraag die voor mij tot nu toe zo'n teleurstellend antwoord heeft opgeleverd: Wat betekenen wij als kerk, als gemeenschap van christenen, voor deze wereld?