De Paus
1982-10-22
De koningin gaat waarschijnlijk de paus bezoeken. Dat zal diplomatiek wel niet anders kunnen, maar ik moet bekennen dat ik er moeite mee heb. Onze vaderen zagen in het pausschap openbaring van de antichrist en zij die paus als hoofd van de kerk erkenden waren zij “die de naam van het beest belijden”. De kanttekeningen op de Statenvertaling maken dat wel duidelijk. Als er staat dat de antichrist in de tempel Gods als een God zal zitten en zich laten vereren dan staat bij 2 Thess. 2:6 deze aantekening: “Wie nu de antichrist is, wordt klaarlijk aangewezen in Openb. 13, 17, 18. Ik denk niet dat de kanttekenaren volkomen gelijk hebben, maar elke keer als men de paus ziet ergens op tv moet ik wel denken aan dat “zich als God laten vereren”. Het is afschuwelijk op welke wijze een mens wordt vereerd. Pausen zijn duistere figuren. Niet in die zin dat ze persoonlijk slechter zouden zijn dan wie ook. Dat maakt geen verschil. Maar dat je je laat kiezen als paus en dat je jezelf noemt de stadhouder van Jezus Christus! De enorme religieuze humbug waarmee het tweede Vaticaanse concilie werd geopend, gehouden en gesloten staat nóg op mijn netvlies. En dan wordt Johannes XXIII algemeen geprezen als zo’n menselijke, aardige paus. - Jaargang 26
- nummer 39
Maar deze aardige, menselijke paus was wel een vriend van Von Papen, de man die de laatste stoot gaf tot het aan de macht brengen van Hitler. Zijn opvolger trouwens, Paulus VI, had de moed aan Golda Meir te zeggen dat Israël de Palestijnen niet zo lelijk moest behandelen. En de huidige paus wist een redevoering te houden in de algemene vergadering van de V.N. over de vrede in het Midden-Oosten en daarbij zelfs de naam Israël niet te noemen. En nu heeft hij Arafat ontvangen. En na Arafat de koningin. Wie staatkundig een antipapist is heeft de Bijbel niet goed begrepen. En daarom kan dat bezoek van de koningin wellicht niet anders. Maar wie religieus geen antipapist is heeft nog minder van de Bijbel begrepen. Geloofd zij God, die ons gezegend heeft met Luther en Calvijn en met de kanttekeningen op de Statenvertaling.