Het Liedboek

1982-10-22
  • Jaargang 26
  • nummer 39
Lied 152: Er zijn van dit middeleeuwse Lied verschillende versies, waarvan de meest uitgebreide 15 strofen heeft. Deze nieuwe bewerking (op verzoek van de NCRV) heeft 7 strofen, "waarin vooral de aanbidding door de wijzen uit het oosten centraal, staat". (Comp, p. 406). De melodie, die eenvoudig van karakter is, kenmerkt zich voorts door een kleine omgang.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 153De tekst van dit Lied, afkomstig van Vondel, is vanwege zijn sterk verouderde taal en stijl niet bepaald aantrekkelijk voor de kerkzang van nu. Temeer is dit het geval doordat het lide vrijwel geheel onbekend is.
De melodie betekent nauwelijks een aanwinst voor de gemeentezang.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 154Ook deze oude liedtekst, afkomstig van Vondel, brengt, evenals de voorgaande, zijn bezwaren als kerklied mee. Vanwege het feit dat dit Lied min of meer 'algemene bekendheid geniet, lijkt het ons echter wel aanvaardbaar.
De melodie die spciaal voor de gemeentezang is bewerkt, is desondanks niet gemakkelijk, maar wel mooi.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 155Vergelijking van dit Lied met vele andere Kerstzangen laat duidelijk zien dat het zich niet te buiten gaat aan sentimenten.
Integendeel: het feestgeschal wordt geplaatst in het teken van het lijden, het vrolijke gezang in de realiteit van het gericht. De onbekende melodie is niet eenvoudig.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 156: Diverse details van dit Lied roepen bezwaren op: zoals b.v. in strofe 3: "Hij..., die ook de kleinste vogel voedt, ligt hier in 't stro" (vgl. Matth. 6 : 26: Uw Hemelse Vader voedt de vogelen des hemels). Evenzo in strofe 6: "de wijzen boden God geschenken aan" i.p.v. "Boden 't Kind geschenken aan". Voorts is strofe 10 bepaald zwak te noemen, "rijmelarij" en weinig terzake. Ook het slot van strofe 7 "offers Christus toegewijd" lijkt ons minder juist. "Het lied bevat zeker geen grootse poëzie noch indrukwekkende gedachten", aldus de dichter-vertaler (Comp. p. 142).
Tegen deze achtergrond leveren de reeds genoemde bezwaren voldoende motivering voor afwijzing.
De melodie is door vereenvoudiging geschikt gemaakt voor de gemeentezang.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 157: Vanwege het mystieke karakter en een sentimenteel accent munt dit Lied niet bepaald uit in duidelijkheid en zeggingskracht. Het is sterk individualistisch van opzet ("mij" en "mijn" zijn kernwoorden) en het ademt een piëtistische geest. Dit geldt overigens in sterkere mate voor de hier geboden vertaling dan voor het origineel.
De melodie is dezelfde als die van Lied 148 (zie aldaar).
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 158: Ook regen onderdelen van dit Lied kunnen o.i. bezwaren worden ingebracht. Zo is het slot van strofe 3 niet. sterk (,,'t zoet van uw heil"), terwijl strofe 4 in 't geheel niet past omdat het niet van Christus spreekt en het werk van Vader en Zoon niet nauwkeurig van elkaar onderscheiden zijn. De vertaling is in de eerste 2 strofen minder goed, al zijn ze wel acceptabel. De melodie is "een der mooiste melodieën uit de litteratuur" (Comp. p. 417) en gemakkelijk te leren.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 159: In dit Lied "wordt het gehele heilswerk van Jezus Christus in een achttal korte, maar heel pregnante strofen bezongen en de grond daarvan wordt strofe na strofe krachtig onderstreept: uit genade" (Comp. p. 417). De melodie is prachtig, alleen is het niet duidelijk waarom de verbindingsboog in de eerste regel anders is gelegd dan in de oorspronkelijke tekst.
(Het comp. spreekt onbegrijpelijkerwijze van "terecht"!) Tekst: 3; melodie: 3.


A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistische karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het
cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief