Grauw

1982-11-12
  • Jaargang 26
  • nummer 42
Prof. Dr. K.J. Popma spreekt in zijn boek “Eerst de Jood, maar ook die Griek”, Franeker, 1950 over de roeping van een mens. Hij zegt dat de mens geroepen is tot een taak en tot de zaligheid en dat het wijs is, in de bijbelse zin van het woord, als we de roeping tot onze taak en tot de zaligheid niet uit elkaar trekken. In dat verband, zegt hij: “Zelfs in het mensenleven, aan deze zijde van het graf, is het een bitter onheil, als de mens werkloos is. In nog veel sterkere mate geldt dit van de volmaakte werkloosheid, dat is de verlorenheid in buitenste duisternis”. Uit mijn jeugd herinner ik me de lange rijen werklozen, die voor de stempellokalen stonden in de crisis van de dertiger jaren. Hoewel ik zelf geen last had van werkeloosheid of iets dergelijks, heb ik er wel zó veel van gezien op straat, en in eigen omgeving, dat ik het niet vergeten ben. Wie in die jaren niet met dichte ogen door de straten en wegen van ons land ging, kon zien wat een bittere ellende er werd geleden. De rijen maakten een grauwe indruk. Zodra je armoede aan mensen kunt zien, dan wordt alles vaal en vuilgrijs. Die grauwheid is voor mijn gevoel alleen maar overtroffen in de oorlog. Toen de honger kwam met de hongertochten. Ook dat was grauw.
Nu we wéér grote werkloosheid hebben in ons land en in ons werelddeel, moet ik er vaak aan terugdenken. Zeker: de lange rijen zijn er niet. En de grauwheid heb ik nog niet gezien, maar wel weer het bittere onheil, zoals Popma het zo treffend noemt. Als we in de westerse wereld niets
weten te doen aan dit onheil, dan kan het onheil alleen maar groter worden en dan kon "het grauw" wel eens in opstand komen.
Het meest verontrustende bij dit alles is dat er eigenlijk niemand is die een oplossing weet. En als iemand een oplossing aanbiedt, dan zijn er altijd wel weer anderen die beweren dat het op die manier niet kan. Nu we een nieuw kabinet hebben die voor de taak staat te zorgen dat het leven niet grauwer wordt en als eerste taak toch wel heeft aan het bittere onheil van de werkloosheid een einde te maken, doen de christenen goed hun gebeden te vermenigvuldigen voor de overheid. Moge de God van álle genade de bestuurders van ons land geven dat zij ons rechtvaardigheid, wijs en zacht regeren. Opdat het bittere onheil terug gedrongen moge worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief