Een kerklied met dubbele bodem
1982-11-12
Toen de Britse koning George de, Vijfde 25 jaar had geregeerd, werd dat zilveren jubileum nationaal en uitbundig gevierd. Het was in het 70e jaar van zijn leven - zijn laatste jaar - en Britten houden van hun vorsten. Het was in 1935.- Jaargang 26
- nummer 42
Een van die festiviteiten was een groots concert in de Albert Hall te London, uiteraard bijgewoond door de koning en zijn gemalin Mary. Aan het eind van het programma werd bekendgemaakt, dat op verzoek van de jubilerende vorst alsnog gespeeld en gezongen zou worden: het lied "Jerusalem", De duizenden aanwezigen hebben toen staande het hier algemeen bekende lied van William Blake gezongen.
Sedertdi enis het een inzetting in Engeland om, aan het slot van de jaarlijkse reeks promenade-concerten in de Albert Hall, dit lied samen te zingen. Wie "the last night of the proms" wel eens voor de televisie heeft gevolgd, zal verbaasd hebben gestaan over de bezieling en de bewogenheid waarmee dit lied massaal wordt gezongen; een lied dat, wellicht half begrepen, dit volk sterk aanspreekt in zijn onderbewustzijn; een lied, dat het huidige volk verbindt met zijn oude geschiedenis, door legendes overgeleverd; een lied, dat spreekt van reformatie en van geestelijke strijd, met woorden van David, Biza en Paulus.
“Jerusalem" werd gedicht door William Blake (1757-1827), later getoonzet door Sir Hubert Parry (1848-1918). Het verscheen eerst in een van zijn bundels "Profetische Boeken", later in de kerkelijke zangboeken en het komt eveneens in de huidige editie van het Church Hymnary voor. De toonkunstenaar gaf een inleidende herkenningsmelodie, die ook als tussenspel dient en het materiaal voor de afsluiting levert. De melodie is voornaam en van het profetisch niveau van de hymne zelf.
De vertaling zou kunnen luiden:
En wandelden deze voeten in oude tijden
over Engeland's groene bergen?
En is het heilige Lam van God
in Engeland's mooie landouwen gezien?
En lichtte het Goddelijk aangezicht
op onze bewolkte heuvels?
En werd Jeruzalem gebouwd, hier
tussen die zwarte demonische mijnen?
Breng mij mijn boog van vlammend goud!
Breng mij mijn brandende pijlen!
Breng mij mijn speer! O wolken, wijkt uiteen, brengt mij mijn vurige strijdwagen!
Ik zal de geestelijke strijd niet beëindigen,
noch mijn zwaard in mijn hand laten rusten,
voordat ik Jeruzalem heb herbouwd
in Engeland's groene, schone land.
De dichter woonde waarschijnlijk als jongen in Glastonbury, in het district Somerset. In die plaats werd zijn naam althans herhaaldeiijk gevonden. Toen hij veertien jaar was werd hij als leerling aan een Londons graficus toevertrouwd, welke opleiding zeven jaar heeft geduurd. Tijdens die periode heeft de jonge Blake zijn eerste gravures gemaakt. Ze hadden betrekking op Engeland's verre verleden en een ervan heet "Jozef van Arimathea op Albion's rotsen".
Blake, die later veel religieusfilosofische werken publiceerde (ze zelf illustreerde en drukte), was als jongen vertrouwd geworden met de in Somerset en Cornwall levende legende: dat Jozef van Arimathea als tinhandelaar regelmatig Zuidwest Engeland met zijn tin-, koper- en loodmijnen bezocht; dat deze Jozef een oom was van Maria en alzo een oudoom van de knaap Jezus; en dat hij Hem meermalen heeft meegenomen op zijn reizen naar Engeland; tenslotte dat Jezus, een of meer jaren voor Zijn optreden in Palestina, enige tijd in studie en voorbereiding heeft doorgebracht nabij het vroegere Avalon, dat vandaag Glastonbury heet.
Deze legende is duidelijk de basis van Blake's gedicht. Een Engels schrijver1) zegt, dat de mysticus Blake er geen twijfel over laat bestaan, dat hij de overlevering aanvaardde: dat Jezus een deel van Zijn leven in Somerset heeft gewoond.
Door diversen wordt Blake, met zijn eigen mythologie 2) en een mystieke filosofie 3), "onbegrijpelijk" geacht 4). Ds W. Barnard 5) noemt zijn "vervoerend en beeldend" gedicht "onvertaalbaar". Maar voor wie de moeite neemt de oude legende aan te horen en door te denken - wordt het duidelijk, dat Blake niet gefantaseerd heeft; en dat de overlevering niet op dwaze vertelsels, maar op sterke historische gegevens berust. Dat hopen we aan te tonen.
Blake was geen meeloper. Hij had een afschuw van het materialisme en rationalisme van zijn dagen. Tegelijk was hij van een hartstochtelijk geloof in de bevrijdende kracht van de verbeelding. Dat zijn twee punten, die hem onze tijd nabij brengen. Ook wij kennen de weerzin tegen de "dark santanic mills", die uitwassen van ons technisch vernuft, van ons rationalisme, ons materialisme. Ook wij kennen de wens om de weg terug naar de natuur te vinden; om ons in de paradijselijke staat terug te dromen; of om ons “auf Plügeln des Gesanges" het nieuwe Jeruzalem binnen te zingen. Want de Schrift leert ons verstaan dat we "met het hart geloven tot gerechtigheid - maar met de mond belijden tot zaligheid" 6).
Daarbij moet onze verbeelding aan het werk gezet worden. Gezonde verbeelding is immers niet het spinnen aan wensdromen - maar het openstaan voor alle mogelijkheden, die God in zijn onbegrensde arsenaal ons ter beschikking stelt.
Een voorbeeld van gezonde fantasie? Sinds eeuwen heeft de mensheid tevergeefs gezocht naar de betekenis van Homerus' heldenzangen, die wel uit zijn duim gezogen schenen te zijn. Maar Heinrich Schliemann (1822-1890), een Duitse jongen met fantasie, heeft de Griekse oudheid van Homerus 7) met zijn spade aan het licht gebracht. Niemand geloofde dat Homerus' goden en halfgoden ooit hadden bestaan. Bijna niemand zag in Homerus een bard, laat staan een historieschrijver. Maar door Homerus letterlijk te nemen en zijn gedichten als betrouwbaar te aanvaarden, groef Schliemann verborgen schatten, verloren steden en prachtige paleizen op, die duizenden jaren begraven waren geweest 8).
Laten we nu vast zeggen, dat de overlevering in Somerset en Cornwall overvloedige steun vindt in vele oude manuscripten. Overlevering, die in de Bijbel volle ruimte en soms enige grond vindt.
Noten:
1) C. C. Dobson in "Did our Lord visit Britain?".
2) Mythologie, die de Keltische bard Ossian volgt.
3) filosofie, in aansluiting op de natuurfilosoof en mysticus Swedenborg (1668-1772).
4) Winkler Prins.
5) Compendium, Kol. 696.
6) Rom. 10: 10.
7) Ilias en Odysse.
8) C. W. Ceram, "Goden, graven en geleerden".