Godsdienstige boeken zijn vaak voor ons een levensnoodzaak
1982-11-19
Uit een brief van een lezeres in Rusland: - Jaargang 26
- nummer 43
Ik ben ervan overtuigd dat deze soort van literatuur hier (en niet alleen hier) onmisbaar is, omdat ze het enige alternatief tegenover de officiële atheïstische cultuur is. Want bij alle verschillende richtingen in de Sovjetliteratuur en hoe vele begaafde en belangwekkende schrijvers er ook mogen zijn, altijd is de literatuur gefundeerd op het atheïsme en marxisme. Daardoor heeft ze een schadelijk effect op het bewustzijn van de Russische mens voor wie het boek een leermeester voor het leven is. Het Russische bewustzijn hing altijd af van de literatuur, het boek was een heerser over de gedachten en zo is het vandaag nog. Daarom is bij ons het boek een wapen en kan alleen al lezing van een boek een misdrijf zijn waarvoor men wordt vervolgd.
Maar het westen begrijpt tot op vandaag niet wat bij ons gebeurt en welke gevaren het atheïsme en zijn cultuur in zich bergen. Daarom houden de in het westen voor Rusland verzorgde boekuitgaven te weinig rekening met de noodzaak van een godsdienstige cultuur. Z.K.
Wij mogen wel bijzonder dankbaar zijn voor de godsdienstvrijheid, die wij momenteel nog in het Westen genieten. Maar al is onze situatie een andere dan in Rusland, dat mag ons niet verleiden tot de gedachte, dat het er niet zo op aankomt welke lectuur we aanschaffen en aan onze kinderen in handen geven. Dit stukje; dat we 'via de "Friese Kerkbode"
overnamen, moge ons prikkelen tot een bezinning op onze taak in deze. De duivel heeftin zijn gereedschapskist ook een scherpe vijl waarmee hij opereert om ons het ethisch besef afhandig te maken, zodat niemand op den duur meer enig. verlangen kent naar een ethisch reveil! Het is nI. van lieverlede buiten de menselijke belangensfeer komen te liggen. Zullen we onze boekenplank eens zelf inspecteren om na te gaan of ze voldoende materiaal bevat, dat tot onze geestelijke opbouw dienen kan? We zullen er overigens wel de tijd voor moeten nemen het nodige te lezen.
Helaas wordt de vervulling van die christelijke roeping vaak verdrongen door het avond aan avond t.v. kijken. We willen die tv niet betitelen als de kijkkast van satan zoals dat in het verleden een theoloog eens heeft gedaan. Maar dat betekent niet, dat we zonder enige selectie alles kunnen stikken wat de beeldbuis ons voorschotelt. We kwamen op onze speurtocht door de bont gevarieerde 'pers in "De Waarheidsvriend" een stuk· tegen uit een nummer van "De Strijdkreet", het blad van het Leger des Heils. Hierin wordt scherp gewaarschuwd tegen de moderne televisieverslaving.
En dat is een goede zaak! Leest u maar:
'De televisie is mijn herder, aan mijn geestelijke leven ontbreekt veel. Hij doet mij zitten metsdoen.
Hij leidt mij in gezelschap van mensen zonder geloof. Hij herstelt mijn verlangen naar wereldse genoegens. Hij eist al mijn vrije tijd op en verhindert me de wil van God te doen, omdat hij zoveel dwaasheid biedt, die ik moet zien. Hij vermeerdert mijn kennis van onzin en houdt mij af van de studie van Gods Woord. Ja, al word ik honderd jaar, toch zal het kijken naar mijn televisie de eerste plaats behouden in mijn leven, zolang hij functioneert, want hij is vlak bij mij.
Zijn geluid en zijn beeld, die vertroosten mij. Hij stelt onbenulligheid en dwaasheid voortdurend voor mij en verhindert mij mijn hele leven aan God over te geven. Hij zalft mijn geest met kiemen van bederf en vult mijn hoofd met ijdelheid die voor mij geen nut heeft, mijn beker blijft leeg. Ja, er zal niets goeds worden uit mijn leven, omdat ik ben toegewijd aan mijn televisie, die mij geen tiid laat om God te dienen op een wijze die Hem aangenaam is. Daarom zal ik in het huis van de schaamte verblijven tot in lengte van dagen.’
Men proeft hierin duidelijk. een parallellie, maar dan in negatieve zin, met de bekende herderspsalm, Ps. 23. Dat is een psalm, die we niet voor de stervende kinderen van God mogen serveren. Dit gedicht van David heeft een boodschap voor ons midden in het leven van hier en nu! Door wiè en wàt laten wij ons leiden? Dat is de vraag! En het antwoord wordt van ons, ieder persoonlijk, verwacht voor Gods Aangezicht!