Praatboek: Zuid-Afrika komt dichterbij
1983-04-22
Recensie van: Prof. B. Boot-Siertsema, J. J. G. Boot.- Jaargang 27
- nummer 16
Praatboek uit Zuid-Afrika: Blank en niet-blank, progressieven, verkrampten en bruggenbouwers in 80 onthullende interviews.
Amsterdam, 1982, Buijten & Schipperheijn, 432 pag., f 39,90.
Niet iedereen zal, als hij een boek op tafel ziet liggen, dat zich aandient als “Praatboek", die pil, een extra dikke paperback van 430 pagina's, meteen oppakken om er geïnteresseerd in te gaan lezen.
Praatjes vullen geen gaatjes ... denkt hij. Maar onze vluchtige beschouwer vergist zich. Wat daar op tafel ligt, zijn 100 onthullende interviews over Zuid-Afrika, vraaggesprekken met blank en zwart, op de band opgenomen en uitgewerkt door Dr. B. Boot-Siertsema en J. J. G: Boot. Als je dat eenmaal weet, klinkt de titel “Praatboek" niet eens meer zo vreemd. Het is de taal van het land.
De samenstellers van het boek hebben geruime tijd in Zuid-Afrika doorgebracht. Mevrouw Dr. Boot doceerde vijf jaar aan de universiteit van Ibadan in Nigeria. Later verbleef zij ook in Uganda, waar zij een vergelijkend woordenboek samenstelde van het Masaba. Vervolgens was zij hoogleraar in Westafrikaanse talen aan de Rijksuniversiteit in Leiden en in de Algemene Taalwetenschap aan de V.U. te Amsterdam. Eén van haar werkterreinen was de Republiek Zuid-Afrika.
De heer Boot is burgemeester van Hilversum geweest. In die hoedanigheid verzamelde hij gegevens, bevan Paul Krüger in Hilversum in 1901, welke documenten door hem persoonlijk aan het Paul Krüger Museum te Pretoria werden overgedragen.
Hij bezocht Zuid-Afrika opnieuw gedurende een aantal maanden in 1976/1977 en in 1981/ 1982.
Verschil in waardering
Je kunt tegen Zuid-Afrika aanschoppen, zoals een groot deel van de Nederlandse pers met meer of minder venijnigheid pleegt te doen. Alleen al het noemen van het land kan bij velen een soort afkeergevoel opwekken. Daar heerst onderdrukking en rechteloosheid. In ieder geval wordt er politiek zwaar gediscrimineerd.
Aan de andere kant zijn er ook nog die vinden, dat gescheiden ontwikkeling op bijbelse gronden kan worden verdedigd.
Dr. Dreyer, emeritus-predikant van de Herv. Kerk te Potschefstroom, beweert, dat God-zelf de verscheidenheid, die goddelijk van oorsprong is, handhaaft. Aan het eind van de huidige bedeling zegt hij, spreekt de Heilige Schrift nog van de "naties", wier "heerlijkheid en eer" in het nieuwe Jeruzalem zullen worden "binnengebracht". Daar tegenover staat het "beleid" van de antichrist, die de scheppingsgrenzen wil uitwissen en één grote wereldkerk wil vestigen. Daarom…
Apartheid!
In dit Praatboek komen mensen aan het woord uit beide kampen.
Het zijn vraaggesprekken met (ik citeer) Blank, Bruin en Zwart uit alle lagen van de bevolking en van alle gezindten; met hen wier mening ons uit pers en media reeds bekend was, maar ook met vele anderen, mensen "van gelijke beweging als wij". Hun opmerkingen waren voor ons vaak boeiend en onthullend. Einde citaat.
Waar hebben ze het dan over?
Alleen de inhoudsopgave van dit boek telt al vier en een halve pagina.
Ik maakte er een drastisch ingekort uittreksel van.
Hoofdstuk I: Vele volkeren in één land. Vreedzame coëxistentie. Kleine Apartheid. Racisme. Verschil in gewoonten.
II. Vijf interviews. Kritische vragen van J. J. G. Boot. Gesprek met Dr. J. D. Vorster, met Dr. E. Rhoodie, met prof. Dr. W. J. Richards, met prof. Dr. P. J. Cillié.
III. De zwarte en de westers georiënteerde samenleving. Dwang van het westerse levenspatroon.
Vrouwen gezinsleven. Polygamie.
De toverdokter .
IV. Het thuislandenbeleid (De grote apartheid). Stemmen "vóór".
Twijfels en vragen. Stemmen "tegen".
Voor en tegen in debat. Conclusie.
V. De kleine apartheid. De ontuchtwet.
De wet op de groepsgebieden.
Afschaffing in theorie en praktijk. De kerken. Zwarte waarschuwing.
Ethiek.
VI. Soweto en andere zwarte voorsteden.
Geschiedenis val) Soweto.
De onlusten in 1976. Verslag van de plaatselijke en van de Staatspolitie.
Reacties in de pers.
VII. De kleurlingen heden en verleden.
Tegenstellingen! Het stemrecht ontnomen. Gedifferentieerd stemrecht?
VIII. De kleurlingen, heden en toekomst. Openbare gelegenheden.
Onderwijs. Kerken. Burgerlijk verzet.
Onlusten met behulp van het buitenland?
IX. Bescherming van de burgers.
Het Pasjes-stelsel. Opstanden. Communisme.
Sex. Bende-vorming.
De rest van het boek bevat een Epiloog en Registers naar Personen, Plaatsen en Zaken en bovendien een literatuurlijst.
Uit deze opsomming is duidelijk, dat het gebodene alles te maken heeft met de vraagstukken rond Apartheid, Rassendiscriminatie en Thuislandenbeleid. Dr. P. W. van der Merwe, Oud-vice-voorzitter van het Zuidafrikaanse Parlement, zegt (163): "We zijn op het ogenblik bezig een goede gezindheid te scheppen tussen de verschillende volken, tussen Blanken en Zwarten.
Vroeger haatte de Zwarte de Blanke, omdat hij de regering niet kon overnemen. Maar omdat wij nu ons beleid van Afzonderlijke Ontwikkeling hebben, kan de Zwarte Eerste Minister worden b.v. van Transkei.
Hij kan professor worden of arts of wat hij maar wil, in zijn eigen thuisland. Met andere woorden: er is geen reden meer om elkaar te haten. De Zwarte volken hebben het zelfde recht voor God en de mensen om vrijheid te verkrijgen als wij, Blanken, hebben. Daarom zijn we ook bereid hun die eigen vrijheid te geven".
Dat klinkt gematigd en mooi. Maar hoe gaat dat in de praktijk?
De stem van de zwarte radicaal Dr. Nthato Motlana uit Soweto klinkt heel wat dreigender (175).
"Afrika is vastbesloten zich te ontdoen van zijn eigen burgers door ze in thuislanden op te bergen. De Zulu's bijvoorbeeld woonden vroeger over heel Zululand plus de Oostelijke Vrijstaat, plus Transvaal verspreid; nu worden ze teruggedrongen naar een klein hoekje in Natal.
Maar de Zwarten hebben meegeholpen samen met de Blanken Zuid-Afrika op te bouwen. Ze willen er nu ook volledig deel aan hebben.
Ik néém het niet, dat mijn zoon, die hier en in dit huis geboren is, niet langer Zuidafrikaan is, omdat de Nationale Partij in 1970 een wet door het Parlement kreeg, die hem eenvoudig tot vreemdeling verklaarde.
Om die reden zijn wij Zwarten totaal tegen het regeringsbeleid. Ik wil stemrecht. Niet in de een of andere verlaten uithoek, die men thuisland wenst te noemen. Ik wil hiér stemrecht. En ik wil het nu hebben!"
Verschillende culturen, die botsen
Het is niet gemakkelijk om een eerlijk oordeel te vellen over anderen, als de levensomstandigheden van de anderen zo verschillend zijn.
Je hebt te maken met het feit, dat op een toch beperkt grondgebied vele volken samenwonen. Allereerst zijn daar de Blanken, die te onderscheiden zijn in Afrikaans- en Engelssprekenden.
De oude "Boer-Brit" tegenstelling werkt nog na, hetgeen (dit tussen haakjes) er mede de oorzaak van is, dat de berichtgeving, die doorgaans aan de Engelse pers wordt ontleend, niet altijd even welwillend is. Dan zijn er twee soorten Kleurlingen, onderscheiden in Christenen en Islambelijders.
Het moeilijkste blok zijn de Bantoes, die uit 12 verschillende volken zijn voortgekomen. Verder moet er rekening worden gehouden met de Aziaten, te onderscheiden in Hindi, Islamieten en Chinezen. De getalsverhoudingen liggen: 4th miljoen Blanken, 2 miljoen Kleurlingen, 16 miljoen Bantoes en 800.000 Aziaten. De gekleurde volkeren hebben steeds onder zeer ongunstige omstandigheden geleefd. Ze hebben een heel andere ontwikkelingsgeschiedenis doorgemaakt dan de Blanken en ze zijn daardoor in menig opzicht heel andere mensen geworden. Ze hebben een mentaliteit, die westers georiënteerde mensen niet begrijpen. Het boek geeft daar verschillende staaltjes van.
Een Zwartman zegt: "Je moet als zwarte zoveel veranderen! Je mag niet meer lachen als iemand valt, of een gekke buiteling maakt. Lachen mag je pas als je ziet, dat die man ongedeerd is. Je mag niet meer huilen als je afscheid neemt van je beste vriend. In de Blanken-wereld huilen de mannen niet. Dat vinden ze gek. Je mag niet meer zingen als je vader gestorven is en hij je flink wat heeft nagelaten. Je mag je ouders niet meer thuis begraven onder de vloer van je hut. Nu kun je hun geest niet meer raadplegen, zodra er zich een moeilijkheid voordoet.
Je mag geen twee dagen en nachten meer feesten ter herdenking van de begrafenis van je grootvader, vijf of tien jaar geleden. Hij zal nu wel snel uit de herinnering verdwijnen, want jij hebt je plicht verzaakt en zijn geest zal zich wreken.
Als je land hebt gepacht. . . moet je er àlmaar op werken. Ook al is de oogst nog zo goed, dat je er wel twee jaar van kunt leven. Wáárom willen ze toch altijd maar bezig zien?!"
Een ander voorbeeld is het verhaal over een hooggeplaatst persoon met veel verantwoordelijkheid, een zwart schoolhoofd, lidmaat van de N.G. kerk. Van tijd tot tijd is hij toch onder de indruk van zijn vroeger voorvadergeloof. Tegen alle regels van zijn beroep in, verzuimt hij gewoon, omdat hij 's nachts bij een overleden buurman moet gaan zingen. En de volgende morgen laat hij de school, de school, de kinderen spelen lekker buiten op het schoolplein en hij moet uitslapen.
In het boek worden deze vermakelijke toestanden min of meer als "couleur locale" opgevoerd. Ongetwijfeld liggen de problemen voor een harmonieuze samenleving dieper.
Maar ze hebben er wel mee te maken.
Van lezen komt praten
Bij de gevoerde gesprekken was door de vraagstelling, met hier en daar een toelichting, wel op te maken in welke richting de interviewers zelf dachten. Ten overvloede hebben ze aan hun boek een Epiloog toegevoegd, waarin zij hun zienswijze verduidelijken. De kern van dat betoog - hoe kan het anders - is, dat we met een ontstellend gecompliceerde situatie te doen hebben. Als er ergens een mogelijke oplossing in een bepaald gebied wordt aangedragen, dan schept dat onherroepelijk nieuwe vragen voor de bewoners van de andere delen.
De "Kleine Apartheid", zèggen ze, is aan het verdwijnen en voor de aanpak van de "Grote Apartheid"
(het thuislandenbeleid) hebben we tijd nodig. Tijd en wijsheid en politieke wil. Er wordt aan gewerkt!
Aan de kerken in Nederland wordt gevraagd meer begrip op te brengen voor de trage ontwikkelingsgang in dit land, waaraan we historisch gezien, zo veel banden hebben.
Gevraagd wordt (ik citeer) "te breken met het gif van de verdachtmaking, met de leugen van de eenzijdigheid, met het onrecht van de goedkope kritiek en oog te hebben voor de indrukwekkende problematiek, waarmee Blank, Bruin en Zwart in Zuid-Afrika nog worstelen en waarin zich thans de vage lijnen van een toekomst-perspectief beginnen af te tekenen". Einde citaat.
Fraaie volzinnen, waarin met name de kerken in Synodaal verband worden aangesproken. Deze kerken hebben immers via Kampen en de V.U. veel invloed uitgeoefend op de vorming van de overtuigingen in Zuid-Afrika.
En de kerken dáár? Meer dan een derde van de blanke bevolking (1.500.000) in Zuid-Afrika behoort tot de Nederduitsch Gereformeerde Kerk (NG-kerk). Op een enkele uitzondering na zijn alle regeringsleiders en ca. 80 % van de parlementsleden lid van die kerk. De “Hervormdes" hebben ongeveer 250.000 zielen en de Geref. Kerk in Zuid-Afrika (Dopperkerk) , ons door het werk van onze zendelingen nog het best bekend, telt ca. 120.000 leden.
Zo gezien is Zuid-Afrika een Christelijk land. En vergeleken met Nederland kun je rustig van een trouwe kerkgang spreken. Ook de Afrikaanstalige pers laat zich niet onbetuigd. Er is in woord en geschrift gelukkig wel kritiek op het Regeringsbeleid. Wanneer het echter op het nemen van maatregelen aankomt, zal een vlotte verwijzing naar eigen verantwoordelijkheid op eigen terrein de uitvoering daarvan verhinderen. Gun ons slechts de tijd.
Over terreinen gesproken. In het "Praatboek" lees ik, dat volgens de heer King, deken van de Anglicaanse Kerk in Kaapstad, de eerste aanzetten van de "Afzonderlijke Ontwikkeling" al gegeven zijn door de onderscheiding in Wetskringen in Dooyeweerds W. d. W. 1) en Abr. Kuyper's opvattingen over souvereiniteit in eigen kring.
Vreemd, dat zulke misvattingen, die overigens door de schrijvers niet worden gedeeld, zo'n taai leven leiden.
Dooyeweerd heeft ze zelf meermalen bestreden. Als men daar aan de Kaap nog wat meer aandacht zou besteden aan de geschriften, zowel van Kuyper als van de W. d. W., dan zou men weten dat juist bij hen de eis tot publieke gerechtigheid zo'n grote rol speelt en dat de uitwerking daarvan in strijd is met de bestaande rechtsongelijkheid tussen de volken.
Ik vind “Praatboek" een bijzonder boek. Een mooi boek ook. De titel is origineel en van de inhoud heb ik genoten. Veel mensen komen er aan 't woord. Het zijn stemmen, die lang niet altijd het zelfde beweren.
Ze geven op prettige en duidelijke manier inlichtingen over het hoe en waarom van de moeilijke situatie in Zuid-Afrika. Ik heb getracht met enkele citaten daar iets van te laten zien. Je behoeft het niet in alles met de sprekers eens te zijn. Belangrijk is, dat na lezing Zuid-Afrika niet meer zo veràf is. Het waren onze gelovige(!) voorouders, die daar in 1652 neerstreken. Nadien zijn er nog vele gezinnen gevolgd.
Wat vonden ze daar? Hoe gingen ze met hun medemensen om? En wat zal de toekomst van de vele volken onder het bewind van de huidige Nationale Partij zijn?
Alleen al door de taal bestaat er een verwantschap tussen ons en de mensen in dat verre land. En denken we, al lezend, niet vanzelf aan onze zendelingen in Richmond, Vrijheid, Louis Trichard en Sibassa, die daar in opdracht van onze kerken (Ned. Geref. of Chr. Geref.) werken ... en er met hun gezinnen ook wonen?
1) W. d. W.: Wijsbegeerte der Wetsidee, tegenwoordig meestal aangeduid als 'reformatorische wijsbegeerte' (red.).