Wie was Jozef van Arimathea?

1982-11-26
  • Jaargang 26
  • nummer 44
Jozef van Arimathea komt onverwacht en op het goede ogenblik in de Bijbel voor, doet daar zijn goede werk en wordt vergeten. Precies als MeIchizedek - met wie hij wel meer gemeen heeft.

Jozef was, zegt Mattheus 21), een rijk man. Niet dat rijkdom een deugd is, maar het is wel het eerste wat we horen en de rijkdom heeft betekenis gekregen. We denken aan Jesaja: dat de Messias, bestemd 22) om bij de overtreders begraven te worden - in zijn dood "bij de rijken" was. Zullen we dat maar letterlijk nemen? Dan woonde Jozef te Arimathea, een dorp ongeveer 13 km ten Noorden van Jeruzalem, op de weg bij voorbeeld naar Nazareth. Voorts was Jozef een discipel van Jezus (zeggen Matth. En [oh.), die het koninkrijk Gods verwachtte (Mrc. en Luc.) - maar bedekt, vanwege zijn vrees (zegt de apostel die ook schreef, dat liefde de vrees uitbant.) Jozef was niet volmaakt. Nog meer bekend? Ja, hij was een achtbaar raadsheer (Mrc. en Luc.), een goed en rechtvaardig man (Lc.), die niet meebewilligde in het schandelijk vonnis (Lc.).

Dat niet meebewilligen meent men wel te slaan op het lidmaatschap van het Sanhedrin. Maar dat lijkt niet waarschijnlijk. Jozef werd een "edel decurion" genoemd, bekleder van een aanzienlijk Romeins ambt, hoger dan het Sanhedrin. Zijn ambt maakte, dat hij buiten Arimathea 23) in Jeruzalem een ambtswoning moest hebben. En buiten de stad had hij een eigen tuin, zelfs met een eigen graf.

Hij was dus rijk. Hoe? De wetten van Mozes voorkwamen bijzondere rijkdom en bijzondere armoede. Zijn rijkdom moet dus uit handel zijn gekomen en wel handel, tussenhandel, voor de gojim. Jozef moet dan buiten Palestina in de handel zijn geweest. Hoeveel Joden handelen vandaag nog in edele en onedele metalen - en worden rijk?

Jozef heeft de begrafenis van onze Heer verzorgd. Hij verzocht om het lichaam, kreeg het van Pilatus, balsemde het, wond het in fijn lijnwaad, legde het in zijn eigen ongebruikte graf, in de eigen tuin. En hij wemelde een steen voor de opening: bescherming tegen lijkroof, schending en gedierte.
Alles zo liefdevol en volledig.
Toch laat zich uit deze fijne tekening van de Schrift meer halen. De veroordeelde had de briesende haat van Sanhedrin en kliek over zich gekregen, de woede en verachting van de stadhouder. Toch durfde Jozef zich verstoutend" (Mrc.) om het lichaam te verzoeken. Riskeerde hij niet de woede van de kliek? Durfde hij met zijn aanzien bij Pilatus in de bres te springen en de Raad uit te dagen? Wist hij niet, dat er voor gevonnisten twee speciale begraafplaatsen bij Jerusalem waren? Moest hij nu ergernis wekken door zijn speciale, nieuwe graf ter beschikking te stellen van een Godslasteraar? Was dit geen openlijke uitdaging - en dat voor iemand, die bedekt, vanwege de vrees der Joden, Jezus' volgeling was?

Niets van dit alles. Zelfs zijn bedekte discipelschap liep geen gevaar, mits Jozef tot de naaste familie van Jezus behoorde. Er was een Romeinse wet (vermoedelijk ook een Joods gebruik), luidende dat de naaste familie verplicht was een dode te begraven. In de vorige Ndl. begrafeniswet werd het begraven verplichtend gesteld - maar werd verzuimd aan te geven op wie deze plicht rustte; zo zeer sprak dit vanzelf, naar Romeins recht.

Welnu, dan is de piëteitvolle daad van de rijke Jozef geen uitdaging geweest, maar eenvoudige familieplicht. Die door Pilatus onmiddellijk en zonder overleg werd toegestaan en waarop zelfs het haatdragende Sanhedrin moest zwijgen.

De Oosterse traditie, gevonden bij verscheidene schrijvers, verklaart deze familieverwantschap. Oude geslachtsregisters bevestigen de zaak. Jozef van A. was een jongere broer van Eli, de vader van Maria, grootvader van onze Heer Jezus.

Eli, de vader van Maria 24), stamde van Nathan, Davids zoon (: 31), zoon van Perez, van Juda (: 33), van Abraham (: 34), van Adam (: 38). Jozef van Arimathea eveneens. Maar beiden stamden, door een tussenhuwelijk, mede af van Simon de Rechtvaardige en alzo van Aäron, de hogepriester.
In Maria en in haar Zoon waren koninklijke en priesterlijke afstammingen verenigd. We hopen op deze priester-koning naar de orde van Melehizedek terug te komen.

Jozef, de man van Maria, stamde eveneens van David af 25) maar dan van Davids zoon Salomo 26). De afstamming van Jozef wordt door Mattheus "naar de wet" gegeven, aangezien "men meende" dat hij de vader was. De afstamming van Maria en haar Zoon wordt door Lucas aangereikt, naar de werkelijkheid.

Voorzichtig zijn met eindeloze geslachtsrekening, zei Paulus? Ja - zeker wanneer de Bijbel als genealogisch archief wordt gebruikt. En toch leert ons de Bijbel 27) dat sommigen van de uit Babel teruggekeerde priesters geen dienst mochten doen, zo lang zij hun afstamming niet konden aantonen.

In het voorbijgaan geven wij nog even uit de oude kronieken door:" dat Jozef van A. gehuwd is geweest met een Engelse vrouw. Hun dochter Anna huwde met de Engelse prins Amalech, Hun kleinkinderen waren Beli de Grote en Penardim, welke laatste met Koning Lear huwde en Brên de Gezegende tot zoon had. Brän was de vader van koning Caradoc, die met zijn kinderen Linus en Gladys (de laatste onder de naam Clandia gehuwd met de Romeinse senator Pudens) gevankelijk naar Rome zijn gevoerd.
U vindt ze in 2 Trim. 4: 22 - we komen er op terug.

Algemeen wordt aangenomen, dat Maria haar man Jozef verloren heeft toen Jezus nog een knaap was. In dat geval viel de voogdij over de vaderloze jongen op de naaste mannelijke bloedverwant. Indien Jozef van A. haar nader stond dan de aangetrouwde neef Zacharias (gesteld dat die nog leefde, hoogbejaard als hij was) ligt het voor de hand, dat Jozef de verantwoordelijkheid voor de jonge Jezus op zich genoemen heeft. Jozef was een rechtvaardig man, die het koninkrijk Gods verwachtte, Maar hij was nogal eens op zakenreis. Dan is het aannemelijk dat hij Jezus meermalen meegenomen heeft: onderweg met Hem gesproken, Hem iets van de wereld laten zien, Hem kennis van rijkdom en de betrekkelijkheid daarvan bijgebracht, Hem in contact heeft gebracht met medemensen, die al evenzeer hun zaligheid van het zoenoffer van een komende Messias, genaamd Yesu, verwachtten (!) en zo een bijdrage heeft mogen leveren aan de toenemende wijsheid van onze Heer, die door God en mensen graag gezien werd.

Jozef van Arimathea is na de dood van Stefanus met elf anderen naar Zuidwest Engeland gevlucht. Ze vestigden zich in Glastonbury (Avalon) en bouwden hun hutten rond de hut, die aan onze Heer werd toegeschreven. Koning Arviragus, neef van Caractacus, heeft hun 12 stukken land geschonken, welke duizend jaar later nog onbelast en onaangetast waren 28). Ze hebben daar het evangelie van verlossing en verzoening, van dood en wederopstanding, van hemelvaart en belofte van wederkomst, verkondigd.
Lang voor Rome haar zendelingen uitzond. Hun eerste bekeerlingen waren leden van een koninklijke familie.

Jozef is te Glastonbury begraven, nabij de oudste christenkapel. Maelgwyn van Llandaff bevestigde het in 450 n.C., In 1345 gaf Edward 111 verlof zijn lichaam op te graven. In 1367 schreef een monnik op, dat het lidhaam gevonden en herbegraven is in een zilveren mand, onder een sarcofaag in de Jozefskapel. Toen in 1662 de kapel in elkaar viel, bleef de sarcofaag intact en bevatte de zilveren mand. 29). Het graf van Jozef van Arimathea wordt nog steeds bewaard en geëerd. Het opschrift luidt in het Latijn: "Ik kwam naar Britain, nadat ik de Heer had begraven. Ik onderwees hier. Ik rust hier". Jozef was meer dan Melchizedek. Van hem kennen we de voorouders en zijn nakomelingen. Zijn graf is onder ons en zijn kinderen zitten op de troon van Groot-Brittannië.

Noten
21) Matth. 27:57- 22, Jes. 53:9 23) Arimathea = Ramah, Ramallah, ook Amartha, zoals Flav. Josephus zegt
24) Luc. 3:24
25) Luc 4:24 - waar niet staat dat ook Maria van David stamde
26) Matt. 1 : 6
27) Neh. 7 : 64, 65
28) Het Domesday Book, een soort kadaster, in 1087door

Willem de Veroveraar ingesteld, noemt deze 12 stukken land uitdrukkelijk.

29) bronnen o.m. Wm of Malmesbury “Records of Glastonbury", Morgan, "St Paul in Britain", Milner, '"The Royal House of Britain", Dobson, "Did the Lord visit Britain?", Baring Gould, "Book of Cornwall"; de laatste zegt dat Jozef in een schip uit Tharsis kwam en de knaap Jezus meebracht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief