Ontwikkelingen met betrekking tot het C.D.A. (1)
1982-12-10
De laatste maanden zijn in dit blad enkele artikelen verschenen, waarin nogal wat kritiek doorklinkt op de koers en het politiek handelen van het C.D.A. Onderwerpen die in dit verband met name aan de orde worden gesteld zijn: de abortuswetgeving en het voorontwerp W·et Gelijke Behandeling (antidiscriminatiewet), Geconstateerd kan worden, dat de kritiek op het C.D.A. welke afkomstig is van "klein rechts" (waaronder worden verstaan S.G.P., R.P.F. en G.P.V.), in hoofdzaak beperkt blijft tot deze onderwerpen. Verder is het ook niet moeilijk vast te stellen, dat zij die niet (langer) hun stem uitbrengen op het C.D.A., maar op één van deze drie kleine partijen, dit veelal doen op grond van argumenten die betrekking hebben op de beide genoemde onderwerpen.- Jaargang 26
- nummer 46
Dit geldt uiteraard met name voor degenen, die de laatste tijd het C.D.A. vaarwel hebben gezegd. Zij die reeds langere tijd het C.D.A. hebben verlaten, althans de drie daarvan deel uitmakende componenten, stellen doorgaans dat het christelijk karakter van A.R.P., C.H.U., K.V.P. en nu het C.D.A. in onvoldoende mate tot uitdrukking komt. De aanhang van "klein rechts" verwacht, dat S.G.P., R.P.P. en G.P.V. krachtig stelling zullen nemen, indien het gaat om onderwerpen die te maken hebben met de zedelijkheidswetgeving, de vrijheid van godsdienst en de handhaving van de openbare orde. Indien aan die verwachting wordt voldaan, dan wordt daarmee de partijkeuze ook achteraf gerechtvaardigd.
Het vorenstaande geldt naar ik aanneem zowel voor jongere als ook voor oudere kiezers.
Christenen die de kleine rechtse partijen om één of 'andere reden niet zo zien zitten, maar ook het C.D.A. hun stem niet toevertrouwen, komen in toenemende mate terecht bij V.V.D. of P.v.d.A./E.V.P. Wat de E.V.P. betreft zijn het vooral de duidelijke standpunten die deze partij heeft inzake de kernwapens en de "economie van het genoeg", die veel mensen weten te boeien. De keuze voor V.V.D. of P.v.d.A. is denk ik moeilijker in een paar woorden te beargumenteren.
Betwijfeld moet worden, of het hierbij gaat om het aanhangen van respectievelijk het liberalisme en het socialisme als basisuitgangspunten.
Het gaat denk ik veeleer om de mate waarin men overheidsoptreden in de actuele politieke situatie gewenst acht. In deze tijd van economische teruggang wil dat zeggen, dat men de keuze beperkt ziet tot hetzij een grotere dosis overheidsbemoeienis met het economisch leven, hetzij juist het terugtreden van de overheid en het daarvoor in de plaats komende herstel van het bedrijfsleven. Het C.D.A. ziet men in dat verband vaak als een partij die teveel kolen en geiten wil sparen en een onduidelijke middenpositie inneemt. Een aspect dat ook niet uit het oog mag worden verloren betreft de wijze van politiek bedrijven.
De P.v.d.A. en het C.D.A. hebben de naam, dat in deze partijen nogal wat intern geruzie moet plaatsvinden, alvorens men met een (unaniem) standpunt naar buiten kan komen. De V.V.D. daarentegen heeft het beeld weten op te bouwen, dat men daar voortdurend eenstemmig is en ook snel tot besluiten kan komen. Het beeld van "recht-voor-z'n-raap-politiek", dat vooral onder het bewind van' Wiegel tot uitdrukking is gebracht, blijkt ontzettend veel mensen aan te spreken. Indien deze partij er in zal slagen vooral veel jonge kiezers aan nch te binden, is het denkbaar dat deze partij er in z&llslagen op korte termijn uit te groeien tot de één na grootste partij van dit land.
Deze ontwikkeling zit er heel duidelijk in en het is gevaarlijk om de laatste verkiezingswinsten van de V.V.D. af te doen met "een tijdelijk verschijnsel".
Het afkalvingproces van het C.D.A. gaat in een steeds sneller tempo door. De aanhang van deze partij is ten opzichte van zo'n twintig jaar geleden, toen er nog drie afzonderlijke partijen waren, praktisch gehalveerd. Het kiezen voor de V.V.D. in plaats van voor het C.D.A. is globaal, gesproken eerder begonnen in het zuiden en westen van het land dan in het oosten en noorden. Maar ook in de twee laatstgenoemde delen van ons land blijkt dit proces zich thans heel duidelijk te voltrekken, Dit is onder meer gebleken bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, die er toe hebben geleid dat het C.D.A. in veel gemeenten z'n machtspositie heeft verloren.
Het aantal mensen dat op de V.V.D. stemt in plaats van op het C.D.A. zal naar verwachting nog verder groeien. Daarnaast tekent het zich af dat er een (voorlopig) eind is gekomen aan de overstap van C.D.A.-ers naar S.G.P., R.P.F. en G.P.V. Dit laatste is dan ook niet zozeer de reden, dat er thans binnen het C.D.A. een studie op gang komt naar de plaats en on1twik'keling van het C.D.A. De reden hiervoor ligt eerder in het feit, dat voor steeds minder mensen een christelijke beginselpartij een vanzelfsprekende zaak is.
Dit doet de vraag rijzen, of deze ontwikkeling valt te keren. Hoewel er vanuit het C.D.A. zelf gezien waarschijnlijk weinig behoefte is aan opnieuw een grondslagdiscussie, aangezien deze eind jaren '70 in alle hevigheid al is gevoerd, bestaat er een mogelijkheid dat sommigen zich daartoe wel zullen laten verleiden. Het zal dan met name gaan om personen, die van het C.D.A. een brede middenpartij willen maken, om de V.V.D. de wind uit de zeilen te halen, en met andere woorden aankoersen op een variant van de Duitse C.D.U. Ik ga er vooralsnog van uit, dat het gros van de C.D.A.-ers aan een dergelijke discussie geen behoefte heeft en deze in feite ook niet wil. Zij kunnen zich namelijk wel vinden in het vastgestelde Program van Uitgangspunten en willen geen "royalere" opstelling in dezen. Dit Program op zich vinden zij duidelijk genoeg en zij hebben er geen behoefte aan, allerlei mensen binnen de partij te halen, die dit Program niet kunnen onderschrijven.
Bij het grootste gedeelte van de aanhang leeft wel zorg over de vraag, of de vertaling van deze uitgangspunten door de dames en heren politici, bij de benadering van alle zich voordoende politieke situaties, wel bij de kiezers overkomt. Daarbij komt nog, dat het in de politiek niet alleen gaat om het "vertalen" van de uitgangspunten. Ik zou haast zeggen, was dat maar waar.
Indien dat alleen het geval was, zou het politiek bedrijven al moeilijk genoeg zijn. Het gaat er daarnaast ook nog om, dat in de politiek (dat geldt met name voor regeringsverantwoordelijkheid dragende partijen) nogal eens compromissen moeten worden gesloten. In dit verband kan gewezen worden op de gang van zaken bij de abortuswetgeving. Een ander punt dat soms van belang is, betreft het rekening willen en moeten houden met afspraken die er tussen twee of meer landen gelden. Dit houdt in, dat bepaalde vraagstukken niet uitsluitend vanuit een Nederlands gezichtspunt kunnen worden benaderd, maar dat er als het ware een internationale dimensie aan wordt toegevoegd.
Ik mag in dit verband wijzen op het standpunt van het C.D.A. inzake de kernwapenproblematiek, waarin steeds een verwijzing doorklinkt naar de ontwapeningsbesprekingen in Genève. Bij de beide voorbeelden die hier genoemd worden kan worden geconstateerd, dat de kritiek die vanuit bepaalde kringen komt op het C.D.A. nogal eens neer komt op: "die partij is te weinig principieel en laat teveel de eigen uitgangspunten los". Hoewel de kritiek op het C.D.A. in feite wei uit alle politieke partijen afkomstig is, voert het in dit bestek te ver om op al die kritiek in te gaan. Aangezien er nogal wat "grensverkeer" is tussen C.D.A. en R.P.F. èn tussen C.D.A. en V.V.D. zal ik in het vervolg op dit artikel met name ten aaneien van die partijen een aantal opmerkingen marken.
(wordt vervolgd)