Achaz en de Evangelicals

1982-12-31
  • Jaargang 26
  • nummer 49
"Als je een ontmoeting met Jezus wilt hebben, sta dan nu op en kom naar voren." Meermalen heb ik dit horen zeggen op het hoogtepunt van een One Way Day in Utrecht. Terwijl het massale koor indrukwekkend zong, werd deze dringende oproep gedaan aan een gehoor van meer dan tienduizend man. Ik herinner me, hoe er op zo'n moment iets bij me stokte. Het gevoel: zo kàn het niet. Dat kàn die man op het podium niet waarmaken. Dat je Jezus ervaart door op dat moment naar voren te komen. Toch maakte het ook een onvoorstelbare indruk. Wat een priegelwerk zijn onze wekelijkse kerkdiensten, als het ook zó kan!
En daarbij vooral de kritische vraag aan mezelf: lééft dat geloof bij ons eigenlijk wel, dat Jezus Christus zó concreet bij ons is, dat je dat werkelijk, nu, kunt ervaren?

Vooral over die laatste vraag wil ik het in dit artikel hebben: wat schort er aan ons geloof als we in feite jaloers kijken naar het blije geloof van evangelische christenen? Die vraag blijft immers recht overeind staan, ook als we precies weten aan te geven wat er niet deugt aan bijvoorbeeld een One Way Day.
Een uitstekend middel om het verschil in benadering tussen de evangelicals en de gereformeerden op het spoor te komen vind ik het onderscheid dat ik ds Smit hoorde maken. Hij zei namelijk: de evangelicals leven uit de vervulling, en gereformeerde mensen leven uit de belofte. Dat vind ik raak gezegd. Niet als een sluitende definitie, want evangeIicals hebben echt wel van de belofte gehoord en gereformeerden weten best van vervulling vandáág. Maar als typering zegt het wel iets.

Vastklampen
Als wij iemand troosten die het erg moeilijk heeft, dan kunnen wij bijvoorbeeld zeggen: "De HERE heeft gezegd: Ik ben die Ik ben, Ik zal er zijn voor u! En aan die belofte mag je je vasthouden. God zal die belofte waarmaken door je vast te houden ook in je moeilijkste dagen."
Evangelicals aan de andere kant horen wij tegen iemand in nood zeggen: "Als je vandaag Jezus in je hart laat, wordt vandaag je leven anders. Paulus heeft immers gezegd: Wie in Christus is, is een nieuwe schepping. Dat zul je merken, en je zult gelukkiger leven dan nu." U ziet het verschil: een gereformeerde wijst op het geloof in de belofte, en klampt zich aan die belofte vast. Een evangelical wijst op het geloof dat de vervulling er is, en daar verblijdt hij zich in.

God heelt beloofd
Ja, en dan komt natuurlijk de vraag: is dat van ons eigenlijk geen geloven met een omweg, terwijl de ander veel rechtstreekser gelooft? En zou daar misschien de reden liggen dat er zoveel schort aan ons geloof?
Hoe aannemelijk dit ook lijkt op het eerste gezicht, ik denk toch niet dat we het in die richting moeten zoeken.
De Bijbel leert ons namelijk dat God het zèlf in de hand houdt om zijn beloften te vervullen op zijn tijd. We kunnen niet al die gedeelten wegpoetsen uit de Bijbel waarin we lezen over mensen die pijnlijk lang hebben moeten wachten totdat God deed wat Hij duidelijk beloofd had.
Denk aan Abraham die zijn leven lang heeft moeten wachten op de zoon die God hem beloofd had. Was hij dan al die jaren zonder troost omdat de vervulling er nog niet was? Nee immers, want hij mocht leven uit de belofte. Die was zijn voortdurende troost. Die vrijheid van God om zijn belofte op zijn tijd en op zijn manier te vervullen, die moeten we respecteren.
Daarom kunnen we niet zeggen: als je een ontmoeting met Jezus wilt, sta dan nu op. Zo werkt dat niet. In plaats daarvan hebben we te zeggen: God heeft beloofd dat Hij ons leven radicaal zal veranderen, en het geloof is de weg waarin je zeker mag rekenen op de vervulling van die belofte. Dat is "leven uit de belofte".

Geen schande
Terug nu naar het bijbelwoord: "Wie in Christus is, is een nieuwe schepping" (11 Kor. 5 : 17). Ik vind dat je dat iemand die in zijn ellende naar God zoekt niet mag voorhouden als iets dat automatisch en onmiddellijk gebeurt wanneer hij Christus aanvaardt. Alsof al zijn problemen dan eensklaps van de baan zijn en hij zich een herboren mens zal voelen die niet meer overspannen of eenzaam is.
Toch neem ik dit en soortgelijke bijbelgedeelten wel serieus. Het is ook zo dat God je blijdschap geeft, dat Jezus het antwoord is op je vragen en dat God bij je is. Het is wáár, maar het is waar als belofte. Namelijk zo, dat God zelf het op zijn tijd en op zijn manier waarmaakt, wanneer we zijn belofte in geloof aanvaarden.
We noemen dit het belovende spreken van de Schrift. We komen dat in de Schrift veel vaker tegen. Zo zegt de Here Jezus na zijn opstanding: "Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde" (Matth. 28: 18).
Dat is heel werkelijk waar, omdat Hij door zijn dood en opstanding de satan onttroond heeft. Toch is zijn Rijk er nu nog zo onvolkomen, omdat de satan nog de overste van deze wereld is. Daarom kan er ook geschreven staan, dat Christus in de hemel is, "afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten" (Hebr. 10 : 13). Omdat de Bijbel zelf zo spreekt, hoeven wij ons niet te schamen voor het feit dat wij nog uit de belofte leven en dat we de gebrokenheid nog zo voelen, terwijl het soms lijkt of voor de evangelicals alles al rond is. Leven bij de belofte, dat is geen schande zolang de dag van de grote vervulling er nog niet is.

Camouflage
Dat er in ons dagelijks leven vaak maar zo bitter weinig blijkt van het geloof, dat zit 'm ergens anders in. Namelijk hierin, dat deze bijbelse manier van spreken misbruikt wordt als een verfje voor het meest platte ongeloof.
"Je kunt de Geest niet dwingen." "Je mag God niet verzoeken." "We leven in een onvolmaakte wereld." Het zijn allemaal waarheden. Maar als je eigenlijk niet op Gods beloften durft te bouwen, dan kun je deze waarheden gebruiken om je ongeloof te bedekken. Zo kun je in de praktijk zonder God leven, en daarbij toch het idee hooghouden dat je gelooft, maar dat je God alleen niet wilt beproeven.
Als Lazarus gestorven is, zegt de Here tegen Martha: "Uw broeder zal opstaan", maar Martha vertaalt dit haast automatisch naar iets dat je wèl kunt geloven: "Ik weet, dat hij zal opstaan ten jongsten dage" (Joh. 11 : 23 v.). Maar Jezus wil in dit geval méér doen. Kun je bij Martha nog aarzelen of het wel ongeloof was, veel erger is wat Achaz deed (Jes. 7). Achaz was een koning van Juda, die sidderde van angst omdat twee koningen hem in de tang namen. Dan biedt de HERE hem een teken aan om hem te leren dat hij op de HERE kan vertrouwen. Een teken diep in het dodenrijk of boven in den hoge mag Achaz kiezen. Maar hij weigert om op de HERE te vertrouwen. En dan antwoordt hij heel vroom: "Ik zal geen teken vragen, en de HERE niet verzoeken." Die houding, daar ben ik bang voor in onze eigen kring. Deze Achaz, je zou zeggen: hij is gepokt en gemazeld in 'het belovende spreken'. Dat weet hij zó goed, dat hij zegt: het is voor mij genoeg dat de HERE tekenen kán doen. Maar laat ik Hem maar niet verzoeken. En hij vindt dan ook nog, dat dit vromer staat dan op dat aanbod van God in te gaan.

Ongelovig gebruik
Zo denkt Achaz ongelovig te kunnen blijven, en intussen toch - ook voor zichzelf - de façade van ongeloof overeind te kunnen houden.
Hij heeft liever de zekerheid van een God waar hij aan twijfelt, dan de kans dat God machteloos blijkt te zijn.

Die houding van Achaz (is het niet een ontzettend cynisch ongeloof"), die verlamt ons. Ik zie in Achaz hèt voorbeeld van een zeer hoogmoedig ongeloof, dat op gereformeerde bodem groeikansen heeft. Dat je de uiterlijke kanten van het ongeloof gewoon overeind houdt, terwijl er in feite geen enkel werkelijk geloof meer achter steekt. Achaz was iemand die heel principieel over geloof kon spreken, terwijl hij voor geen cent concreet op de Here vertrouwde. Aan datzelfde maken wij ons schuldig, wanneer we de mond vol hebben over Gods beloften, zonder concreet te geloven dat God ook handelt, vandaag! Dat is het ongelovig gebruik van overigens vrome woorden. Daarom pleit ik ervoor, dat wij ons niet tegenover de evangelischen generen voor het feit dat wij bij de belofte leven, maar dat wij ons diep schamen tegenover God voor het woord 'belofte' verschuilen om ons ongeloof te verbergen.

Die de belofte aanvaard had
Leven bij de belofte en leven bij de vervulling. Kun je nu uit de Bijbel laten zien dat juist de belofte zo'n steun voor het geloof is? Ik zou dan willen wijzen op de geschiedenis van Abraham op de berg Moria.
Daar tien we het goede, gelovige gebruik van de belofte. En we zien ook hoe krachtig de belofte Abrahams geloof versterkt heeft. Abraham moest op Moria zijn enige zoon offeren. Als de Hebreeënbrief daar op terug kijkt, dan wordt gezegd: "Hij, die de belofte aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken. En daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken terug gekregen." (Hebr. 11 : 17 v.).
Hij die de belofte aanvaard had. Natuurlijk had Abraham ook de vervulling aanvard, maar toen hij die vervulling dreigde kwijt te raken, was de belofte hem meer waard. Al zou de vervulling hem afgenomen worden, omdat hij zijn zoon moest offeren, dan bleef de belofte recht overeind staan. God zou zeker, op zijn tijd en op zijn wijze, die belofte gestand doen. Zo heeft niet de vervulling maar de belofte Abraham overeind gehouden. Wie echt leeft uit het geloof, blijft door de belofte overeind. De vervulling neemt hij dankbaar van God aan, in het vaste geloof dat eenmaal alle beloften vervuld zullen zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief