Kinderen hebben grenzen nodig

2008-12-19
  • Jaargang 52
  • nummer 25
De jaren ’60 van de vorige eeuw kenmerkten zich door het streven naar vrijheid.
De jongeren van toen werden ouders die vaak niet veel van grenzen wilden weten. Daardoor werden we wel hardhandig met onze neus op de feiten gedrukt. Kinderen hebben grenzen nodig. Sterker nog: pas door het stellen van regels ontstaat er ruimte. Sarina Brons-Van der Wekken schreef een boek over grenzen stellen in de opvoeding. Zinvol, want zelfs als ouders wéten dat ze grenzen moeten stellen, dan nóg is het vaak moeilijk om te bedenken hoe dat moet. Het boek is duidelijk vanuit een christelijke achtergrond geschreven. ‘Vanwege het gezag dat God ons geeft mogen we gehoorzaamheid van kinderen verlangen. Gezag moet er zijn. Niet omdat wij dat zo graag willen, maar omdat God dat wil. God wil dat onze kinderen leven tot zijn eer. Wij moeten ze daarom de weg wijzen. En grenzen aangeven.’ Ongetwijfeld zijn er lezers die schrikken van dit citaat. Er zijn immers ook ouders die onder de dekmantel van deze afgeleide verantwoordelijkheid hun kinderen geestelijk of lichamelijk mishandeld hebben. Echter: door eenzijdig de rísico’s van het gehoorzamen te benadrukken gooiden nogal wat ‘zestigers’ met het pedagogische badwater een stuk van de emotionele veiligheid van hun kind overboord. Brons-
Van der Wekken noemt niet deze (mogelijk) donkere zijde van het ouderlijke gezag. Haar boekje vormt een pleidooi voor het stellen van grenzen. Dat hebben kinderen nodig om zich veilig te voelen. Die boodschap is in onze tijd nog steeds geen overbodige luxe.

Méér dan grenzen stellen
In de veilige beslotenheid van een dorp of ‘zuil’ waren de grenzen duidelijk.
Gaven ouders geen grenzen aan, dan deed de omgeving dat wel. In grote delen van ons land is dat verleden tijd.
Ouders zullen zelf moeten bedenken wat de grenzen zijn. De straat vult de grenzen niet aan, de straat breekt onze grenzen maar al te vaak af. Daarom is het des te belangrijker dat ouders een perspectief voor ogen hebben. Wie is mijn kind en ‘waarom en waartoe’ voed ik op? Wie echter denkt dat het met alleen het stellen van grenzen wel goed komt zal bedrogen uit komen. Geen kind maakt zich op die manier de regels eigen. In een andere omgeving zal zo’n kind zomaar andere regels gaan hanteren. Het doel van de opvoeding is dat kinderen eigen keuzes leren maken. Dát is het perspectief achter de opvoeding. Het risico van een boek over het begrenzen van gedrag is dat het teveel over de regels gaat.
Gelukkig is in dit boek merkbaar dat de schrijfster het grotere perspectief en de achtergrond van de christelijke opvoeding steeds weer voor ogen heeft. Het is een boek over grenzen stellen, maar uiteindelijk toch steeds weer in een breder kader.

Kritische opmerkingen
Sarina Brons heeft een uitvoerig boek geschreven over regels in de opvoeding.
Toch zijn enkele aspecten naar mijn mening onderbelicht gebleven.
Het accent ligt vooral op het handelen, waardoor het goed kijken naar jezelf als opvoeder en naar de uniciteit van het kind niet voldoende aan bod komt. Hoewel de schrijfster een enkele keer emoties van ouders benoemt gaat ze niet dieper op dit onderwerp in. De toon waarop iets wordt gezegd, de persoon die je bent, de relatie die je hebt met je kind zijn mijns inziens meer bepalend dan de woorden die je zegt bij het opvoeden.
De ontwikkelingsfase van het kind komt te laat aan bod en de dynamiek (dit kind in relatie tot dit gezin) blijft onderbelicht. Dat je van een kind van twee jaar minder gehoorzaamheid kunt verwachten dan van een kind van acht komt pas later in het boek uitgebreider aan de orde. Het zou didactisch helderder zijn geweest als de schrijfster dit thema al aan het begin van het boek benoemd had en er steeds weer op terug had gegrepen.
Kinderen zijn zeer verschillend en reageren dus ook heel verschillend op correcties. Dat heeft o.a. te maken met het temperament, maar vooral met de emotionele ontwikkeling. Op die aspecten gaat dit boek nauwelijks in.
Met name het laatste hoofdstuk noemt enkele situaties waarin kinderen niet luisteren. Toch wekt het boek teveel de indruk dat er voor ieder conflict een oplossing is. Soms zul je er echter samen niet uit komen. Als je je dat realiseert kan het ook ontspanning geven: dat gebeurt nu eenmaal óók in de gebrokenheid van onze opvoeding…

Nog enkele andere opmerkingen
Er wordt wel erg veel met (veel) woorden opgelost. Er zijn kinderen die juist dán hun oren toe zullen sluiten, zéker bij spanning. Woorden komen dan niet meer binnen en worden als ‘preken’ ervaren. Ook het taalgebruik is soms niet passend bij de leeftijd van een (‘gemiddeld’) kind.
De schrijfster gaat nogal eens uit van stereotype beelden, zoals: ‘Moeders willen alles controleren, vaders laten de boel gemakkelijker op hun beloop.’ (49) Het boek is vanuit een reformatorische context geschreven. Veel voorbeelden zijn herkenbaar, maar hedendaagse ouders zullen ook dagelijkse situaties missen (zoals conflicten over feestjes, niet naar de kerk willen, muziek en tvprogramma’s).
Naast spanning is ontspanning nodig. ‘Hoe laadt Pascal zijn emotionele tank op? Door dingen die hij leuk vindt.’ (60) Maar voor veel kinderen zijn leuke dingen juist op den duur belastend. Vooral op jonge leeftijd kost genieten ook weer energie en moet je ook daarin doseren. ‘Leuk’ is in dit verband een onjuist criterium.

Waardevol
Ondanks deze kritiek vind ik Ruimte door regels een waardevol boek. Het staat boordevol goede tips die ouders verder kunnen helpen bij het begrenzen van gedrag. Bijzonder is de indeling van de grenzen die een kind zich eigen moet maken: die van honger en dorst, dag en nacht, mijn en dijn en tenslotte hard en zacht. Ook het leren omgaan met boosheid is een aardig thema, waarbij eerst het grensoverschrijdend gedrag gestopt moet worden en daarna – bij voorkeur samen met kinderen - naar een oplossing gezocht wordt.
Heel fijn zijn de (vele) voorbeelden met ‘ik-boodschappen’. Dat kan niet vaak genoeg benadrukt worden. Als opvoeder stuur je het gedrag bij, maar je moet het kind als persoon niet degraderen (‘Je bent een sloddervos’, of: ‘Ik vind het slordig dat…’). Dat aspect van de communicatie moeten ook volwassenen onderling zich iedere dag opnieuw realiseren.
En tenslotte: de boodschap dat we (weer) grenzen moeten durven te stellen is in onze tijd geen overbodige luxe.

(Te) veel informatie?
Tot slot nog een kritische opmerking.
Enerzijds heb ik aangegeven een aantal aspecten onderbelicht te vinden. Aan de andere kant staat het boek te vol met informatie. Daardoor heb je tijdens het lezen soms de indruk door de pedagogische bomen het opvoedingsbos niet meer te zien. Het register heft die indruk onvoldoende op. De uitgever heeft geprobeerd door een aanpassing van de lay-out (kleuren en vormgeving) tot een overzichtelijker geheel te komen. Bij een eventuele herdruk (die ik dit boekje van harte gun) zou nog eens kritisch gekeken kunnen worden naar een manier waarop de inhoud meer tot zijn recht kan komen (samenvattingen, meer wit, tips in telegramstijl en per leeftijdsfase).

Sarina Brons-Van der Wekken, Ruimte door regels. Boekencentrum, 2008. 184 blz. € 15,90.

Henk Algra is orthopedagoog. Hij is lid van de CGK/NGK van Alkmaar

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief