HET LIEDBOEK
1983-05-06
Lied 180- Jaargang 27
- nummer 18
"De tekst van dit Lied mediteert over de nacht van Gethsémané, waarin Christus heeft geleden, geklaagd en gebeden. Vooral de tegenstelling tussen Jezus' waakzaamheid en het inslapen van de Zijnen komt hierin naar voren". (Cornp.p.454).
Jammer dat strofe 5 vanwege de afwijkende tekst betreffende het historisch gebeuren niet aanvaardbaar is. Ook de bewoordingen van strofe 7 passen o.i. niet in dit kerk-lied.
De melodie is gelijk aan die van lied 177.
Tekst: 3 (uitgezonderd strofe 5 en 7 : 1); melodie: 3.
Lied 181 t/m 190
Zie Opbouw 23e jrg. no. 47 van 14-12-'79.
Lied 191
Naar onze mening rou dit Lied in de reeks van de lijdenstijd-liederen wel kunnen worden gemist: het draagt geen enkel nieuw element aan en van een nieuwe vormgeving is evenmin sprake. De tekst, in de tegenwoordige tijd gesteld, is evenmin passend.
De melodie is voor de kerkzang weinig interessant.
Tekst: 1; melodie: 1.
Lied 192
Dit Lied mist het karakter van een aanvaardbaar kerklied. Het is niet bepaald begrijpelijk in zijn woordkeus (strofe 1) en in zijn zegswijze: "angst en liefde wijzen naar het wonder heen" (strofe 3), terwijl de beeldspraak in strofe 4 al evenmin erg helder is. Daardoor vereist elke strofe commentaar. Vergelijking met het oorspronkelijke (engelse) gezang valt sterk in het nadeel van dit lied uit.
De melodie is erg goed.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 193
"Als vrucht van dichtgenootschappelijke arbeid is dit Lied ontstaan"
uit het zeer bekende, 15 strofen tellende, duitse gezang van Paul Gerhardt, waarvan Bach een 2-tal als koralen in zijn Mattheaus-Passion opnam. Van de samenvatting die in de 3 strofen van het lied is gegeven zeggen de dichtervertalers: "wij geloven dat het genoeg is en het lied in deze ingehouden vorm beter tot zijn recht komt dan wanneer we woordgetrouwer te werk waren gegaan"
(Comp. p. 489).
De onbekende melodie ("niet moeilijk, maar evenmin grandioos") kan door herinneringen aan andere zangwijzen op te roepen, moeilijkheden voor de gemeentezang veroorzaken.
Beter is het daarom de melodie van Lied 365 aan te houden.
Tekst: 3; melodie: 2.
Lied 194
Het kruislijden van onze Heiland wordt in dit Lied (een gedicht van Inge Lievaart, getiteld: "Goede Vrijdag") goed schriftuurlijk bezongen en is daarmee belangrijk beter dan bijvoorbeeld Lied 191.
"Elke strofe is opgebouwd uit de tegenstelling: bitter en goed", met de wending in het midden van de derde regel, niet op het einde van een regel dus, als uitdrukking van het verrassende van het heilswonder: dat wat door mensen ten kwade was gedacht door God ten goede bleek gedaobt". (Comp. p. 490).
De melodie is onbekend en ligt niet gemakkelijk in het gehoor, maar past uitstekend bij dit lied, zodat het alleszins waard is er moeite aan te besteden.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 195
"Rusten in het volbrachte werk van Christus - dat is een oude, gereformeerde notie, en daarom draait het gehele Lied. De dag tussen Goede Vrijdag en Pasen wordt hier in verlengd perspectief gezien met die eerste sabbath, waarop volgens Genesis 1 God zelf na volbrachte arbeid rustte. De overwegingen van lijdelijkheid als in deze liedtekst moeten hier en daar in het kerklied tot klinken komen, al gaan ze dwars tegen ons goedbedoelende activistische vlees en bloed in", aldus de overwegingen van een der dichters in het compendium.
(p, 492, 493).
De melodie is eenvoudig en erg mooi: "het dient heel rustig en gebonden gezongen te worden"
(Comp.), Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 196
Het oorspronkelijke gedicht van Revius, waaruit dit Lied is ontstaan, vertoont zeer sterke nationalistische trekken: "het mengt vrijmoedig de gegevens uit het boek Exodus (bevrijding uit het diensthuis Egypte) met de christelijke interpretatie daarvan en de actuele krijgsverrichtingen uit de oorlog tegen de spaanse onderdrukker.
Om het tot een bruikbaar Lied voor de paasnacht te kunnen maken moest het gereinigd worden van dat christelijk-historische zuurdeeg. Als voorbeeld daarvan werd de volgende strofe uit het gedicht van Revius: Gods Sone wilt loven Gods Soon van hierboven Heeft wonder gewracht, Hij heeft door Orangien Den hooehmoet van Spangien Ter schanden gebracht.
omgewerkt tot: Gods Zone Wilt loven, Gods Zoon van hierboven heeft wonder gedaan; Aanhoort deze tijding en laat de bevrijding u niet meer ontgaan!
(Comp, p. 494, 495).
De melodie is zeer goed.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 197
De tekst van dit Lied is ontleend "aan één van de anonieme vroegchristelijke liederen waarvan de kracht en schoonheid gelegen is in hun stralende eenvoud" (comp. p. 498). Geen uiting van individuele kunst, maar vertolking van het geloof dat de christenen overal verbindt." Alleen de eerste vier strofen van het zeer oude paaslied (11 strofen lang) zijn opgenomen als zijnde verreweg het beste deel van het lied, een gesloten geheel in zichzelf". De tweede strofe houdt verband met Ef. 4: 8-10: "opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede ... ".
De melodie is wel de schoonste die ons uit de tijd van Ambrosius (plm. 340-397) is overgeleverd en is internationaal verbreid: de moeite waard om te leren.
Tekst: 3; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.