Drs F.H. Breukelman

1982-01-15
  • Jaargang 26
  • nummer 2
Drs Breukelman is een uniek fenomeen in de theologische- en kerkelijke wereld van ons land. In het "Kerkblad voor de (synodaal) gereformeerde kerken van de classis Amsterdam" werd een interview met deze bijzondere theoloog opgenomen.
Omdat Breukelman een belangrijk figuur is nemen wij de voornaamste fragmenten van dit interview over.

• Levensgang
Breukelman, geboren in 1916, groeide op in een vrijzinnig-remonstrants milieu in Den Haag. Hoewel hij een exacte aard bleek te hebben op de middelbare school, koos hij vanuit niet helemaal te achterhalen redenen toch voor de theologie. Was het de ontzagwekkendheid van het heelal, waar hij zo van onder de indruk was? Of de onvrede met zijn eigen vrijzinnige achtergrond? Het doet er weinig toe. Feit is dat hij voor de theologie behouden werd door de boeken van de grote zwitserse theoloog Karl Barth.

• Theologie
Na zijn studie wordt hij achtereenvolgens hulpprediker bij wijlen prof. van Niftrik, daarna hervormd predikant in Rithem op Walcheren en later predikant in Simonshaven, een dorpje vlak ten zuiden van Rotterdam. Juist in de pastorie ontekt hij hoeveel moeite hij heeft met preken uit het Oude Testament. Hij komt onder de indruk van Miskotte, de Nederlandse Barth-kenner en via hem met de Duitse Thorageleerden Buber en Rosenzweig. Eindelijk gaat het O.T. voor hem leven en ontdekt hij de enorme rijkdom ervan. Bestaande exegetische methoden bevredigen hem steeds minder. Deze methoden hebben de enorme pretentie van wetenschappelijk te ,zijn (historisch- kritisch, literair-kritisch etc.), maar ze hebben weinig oog voor het feit dat de Schrift een héélheid vormt, waarin bepaalde Sleutelwoorden een grote functie vervullen. Een grote aandacht voor het opsporen van de sleutelwoorden in een Schriftgedeelte en een nauwkeurige analyse van de compositie ervan doen de waarheid ervan oplichten, veel meer dan de kunstgrepen van de literaire kritiek. Het gaat voortdurend om de vraag: waarom staat er wat er staat. Alleen zo kan ook de prediking tot zijn recht komen.


• Schoolvorming
Hij heeft zelfs school gemaakt in deze stad. De Z.g. Amsterdamse School is verregaand door hem beïnvloed. Talloze gereformeerde theologen zijn bij hem in de leer geweest of zijn dat nog. En verder kan het natuurlijk nooit kwaad om iemand eens te horen over de gereformeerde wereld, die daar op een afstand naar staat te kijken. Overbodig tenslotte te zeggen dat dit interview geen discussie beoogde. Veel meer karakterisering.
Theologen kunnen voor hun kennis over Breukelman uiteraard beter terecht bij hun vakliteratuur.

• Gereformeerden
Met de gereformeerden heb ik altijd een haat-liefde relatie gehad. Ik bewonder hun grote inzet, hun stoerheid en consequentheid.
En misschien wel vooral het gegeven dat ze aanspreekbaar zijn op wat de Schrift zelf en zich daarin ook willen laten overtuigen. Ik ben minder onder de indruk van hun betweterigheid en de neiging tot zwart-wit denken. Maar als u vraagt naar de ontwikkelingen in de Geref. kerken van tegenwoordig dan zeg ik: ik vind het ronduit afschuwelijk wat daar gebeurt. Ik zal me wat inhouden, omdat ik anders ruzie krijg met mijn lieve vrouw die van geref. afkomst is.
Die probeert mij altijd milder te stemmen als het hierom gaat. Maar heel erg blijf ik het vinden. Om elk misverstand te vermijden: de hervormde kerk is natuurlijk helemaal een rotzooitje. Maar dat is altijd zo geweest. De gereformeerden hebben echter de pretentie gehad,en ze hebben in allerlei opzichten veel voorgesteld - aan te sluiten bij de grondbedoelingen van de Reformatie.
Daarom zijn ze ook uit de hervormde kerk gestapt. Maar nu zie je dat die kerken met grote snelheid afglijden naar de vrijzinnigheid. Het is zelfs de vraag of .Samen op Weg om die reden op den duur nog wel interessant is voor de hervormden.

• Vrijzinnigheid
Ik bedoel (met het woord vrijzinnigheid) niet in tegenstelling met een bepaald soort opvatting van het woord "orthodox". Orthodoxie namelijk als het slikken of slikken van/in een groot aantal door de kerk geformuleerde geloofswaarheden, Op die wijze pleeg ik niet te geloven.
Met recht in de leer bedoel ik dat de kerk zich bewust is van haar unieke identiteit die door de Reformatie is omschreven met de woorden: sola fide, sola gratia, sola scriptura (alleen door het geloof, alleen door de genade, alleen door de Schrift). En die identiteit wordt steeds meer aangevochten, juist ook in de gereformeerde kerken. Je ziet dat in de nieuwe aandacht voor het woordje én in de theologie: natuur én genade, Schrift én traditie, geloof én goede werken, wet én evangelie, ervaring én openbaring enz. enz. Het lijkt wel of men niet door heeft dat je op deze manier stiekem of openlijk de mens weer tot centrum van de theologie maakt. En dat is voor mij vrijzinnigheid. Ik kan met mijn vrijzinnige achtergrond met recht zeggen, dat zoiets tot de meest afschuwelijke dingen leiden. Ik ben opgegroeid tussen vreselijke aardige en beschaafde mensen,geen kwaad woord daarover, maar de mensgerichte benadering van hun theologie heeft God verduisterd en zijn soevereiniteit aangetast. En die theologie heeft ook geen werkelijke bijdrage geleverd tot het verstaan van de grote vragen van deze eeuw. Ik ben als de dood dat de theologie op dit moment een terugval beleeft in de 1ge eeuw.

• Hoe komt dat?
Dat zal ik u vertellen. Maar daarvoor moeten we eerst nog wat verder terug.
Naar wat ik gemakshalve de 17e eeuw zou willen noemen. In die tijd met zijn uitgesproken orthodoxie, was men in feite niet bij machte de grondspanning van de Reformatie vast te houden. De middeleeuwen werden weer levend, waarin het theologische en denken had gebloeid.
Op allerlei fronten was het leven door de Reformatie onder het beslag van het Woord gekomen, maar juist als het ging om de relatie natuur en genade, wilde dat kennelijk niet lukken. Binnen de kortste keren ging de natuur toch weer aan de genade vooraf, met alle nare consequenties van dien (de mens weer centraal, vreemde ideeën over voorzienigheid, uitverkiezing etc.).
Als je het goed bekijkt zit het vrijzinnige dus al helemaal ingebakken in de orthodoxie.
Het komt dus niet als een bedreiging van buiten af zoals zo vaak wordt gesuggereerd. En als Kuyper en Bavinck in de vorige eeuw hun theologie voor de gereformeerde kerken ontwerpen, grijpen ze in feite meer terug op de 17e eeuw dan op de Reformatie. Geen wonder dat de vrijzinnigheid waar ik over sprak, er nu na een eeuw volop uit komt.

• Zijn theologie
Ik maak er geen geheim van dat ik geweldig diepgaand door Karl Barth ben beïnvloed. Hij is een reus in de theologie, achter wie niemand in feite terug kan. Evenmin als we nog terug kunnen achter de Reformatie. Wie het wel probeert doet allereerst zichzelf te kort. Hij is voor mij de enige theoloog die werkelijk het grondthema van de Reformatie (sola fide etc., zie boven) consequent en grondig heeft doordacht. En die niet is blijven staan bij die tegenstelling natuurgenade.
Eindelijk wordt "het natuurlijke" onder het beslag van de genade gebracht. Barth heeft ons gevoerd uit het diensthuis van de natuurlijke theologie. De religieuze mens is bij hem van zijn voetstuk gevallen. Het gaat bij hem om de triomf der genade. Onze menselijke ervaring verdwijnt daarbij naar het tweede plan.

• "Ervaring'
Ik heb niets tegen menselijke ervaringen. Ik pleeg intensief te leven. Bij de dag nog wel, en dat is goed bijbels. Ik kan me zelfs voorstellen dat ervaringen toe leiden naar de openbaring, om die tegenstelling nog maar eens te gebruiken.
Maar waar ik vuur benauwd voor ben is dat onze ervaring de openbaring van God gaat beheersen, gaat inkaderen in onze cultuur of wetenschap. Het woord van God komt van een andere kant. Het slaat als een bliksem in in onze werkelijkheid.
Denkschema's worden daarbij doorbroken. En valse tegenstellingen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Zo staan de soevereiniteit van God en de ware menselijkheid niet langer concurrerend tegenover elkaar. Een nieuwe geschiedenis van God en mensen wordt gemaakt, een toekomst wordt opengebroken. Vanuit die verwachting moeten we de Schrift leren lezen.

De Schrift
Laat ik voorop stellen dat we het inderdaad van de Schrift moeten hebben en nergens anders van. In de belabberde toestand waarin de kerken zich bevinden, moet men geen heil verwachten van sociologie, psychologie of wat voor menswetenschappen er zijn. Hoeveel goeds daar op zichzelf ook van te zeggen valt. De ecclesia (gemeente) heeft een eigen discipline en een eigen bron waaruit zij put. We moeten met andere woorden gewoon weer de Schrift uitleggen.
En dat met grotere hartstocht en zorgvuldigheid dan ooit te voren. Maar hoe?
Gewoon lezen wat er staat en niet anders. De grondwoorden van de Schrift ons weer eigen maken, zoals ik van mijn leermeester Miskotte heb geleerd. En eindeloos letten op het verband en de details. Totdat de woorden weer gaan spreken. Niet meteen de Schrift in de rede vallen.
Dat begint al op een heel vroeg moment. Namelijk bij diegene die de Bijbel uit de grondtekst vertaalt. Als je hoogste doel is een vlotte, begrijpelijke vertaling te leveren is het kwaad al geschied. Ik haat vertalingen als 'Groot Nieuws voor u' en de Willibrord-vertaling en wat er van dat soort nog meer mag zijn. Wat ze aan voordeel opleveren aan leesbaarheid, leveren ze weer in aan betrouwbaarheid.
Alle woorden van de Schrift beginnen te protesteren als je ze aanpast aan ons moderne bewustzijn. Geef mij dan maar liever de Statenvertaling. De grondhouding van de vertalers daarvan is volkomen juist geweest. Ze probeerden zo mogelijk in hun eigen taal de taal van de Schrift te spreken. Dat is typerend voor het gereformeerde vertaalprincipe. Ik vind dit een uitermate gewichtig punt, haast nog gewichtiger dan een geloofsbelijdenis. Alleen als de Schrift zelf je machtigt, mag je daar vanaf wijken. Je herkent dit principe ook in de manier waarop Buber en Rosenzweig de Schrift verdeutscht" hebben.
In de tweede plaats kun je de Schrift in de rede vallen met de Bijbelwetenschap die we hebben opgebouwd. Ik sta daar overigens niet alleen negatief tegenover.
Archeologie, tekstkritiek en literaire analyse hebben het een en ander opgeleverd.
Je moet het alleen niet overschatten en ook niet voorbarig gebruiken. Neem als voorbeeld ons gesprek hier. Toen u zich bij mij meldde, kende ik u in het geheel niet. Ik heb maar afgewacht wie hier zou verschijnen. Ik had natuurlijk ook achter uw rug om inlichtingen over u kunnen verzamelen. Misschien had ik wel een heel dossier over u kunnen aanleggen.
En bij alles wat u hier zei had ik dan kunnen denken: zie je wel, het klopt, of het klopt niet. Maar een echte ontmoeting had het dan niet meer kunnen worden. Daarvoor was ik al te veel voorgeprogrammeerd. Nog sterker gaat het zo in de ontmoeting met de Schrift. Alleen als we open en ontvankelijk de Schrift tegemoet treden, als we onze dogmatische en filosofische vooronderstellingen tussen haakjes zetten en geduldig willen luisteren kan er herkenning ontstaan.
Kan de waarheid in verwondering oplichten. Het is nog altijd zo dat je dan van de ene verbazing in de andere kunt vallen.

• Exegese met een bijvoeglijk naamwoord
Ik heb daar vaak de grootste moeite mee. Om niet te zeggen, dat ik het vaak de grootste onzin vind. Het is niet zelden een vorm van geweld tegenover de Schrift. Ik heb niets tegen vrouwen of feminisme. In mijn afscheidscollege heb ik gesproken over de vrouw in het Mattheüs-evangelie en daarbij aangetoond dat Mattheüs in feite een aanval doet op de mannelijke bestaanswijze in die tijd.
Maar een feministische bril opzetten en zo de Schrift gaan lezen, lijkt me belachelijk.
En van de term materialistische exegese word ik bepaald onwel. Laat men allereerst liever spreken van marxistische exegese. Dat is alvast zuiverder geformuleerd. Met het marxisme kan ik een heel eind uit de voeten, maar het is te gek als mensen vanuit het marxisme de Schrift gaan benaderen.

• Kritiek van de "ortholoxen"
Allereerst wordt daar de Schrift helemaal niet onbevooroordeeld benaderd, maar juist zeer dogmatisch. Maar kijk, hier het eeuwige verwijt dat ik uit orthodoxe kring te horen krijg (staat op en haalt enkele artikelen voor de dag uit het Fries Dagblad van de hand van dr. Vlaardingerbroek): Breukelman zou geen eerbied hebben voor de geschiedenis. Voor hem is de Bijbel te weinig een geschiedenisboek. Maar ik vind dat lasterlijke aantijgingen. Natuurlijk geeft de Schrift geschiedenis weer. Maar het is geen geschiedenisboek zoals wij die hebben. In orthodoxe kringen wordt voortdurend een systeem gemaakt van de geschiedenissen van de Schrift. En zelfs een systeem van waarheden. Aan dat soort systeembouw doe ik niet mee. De Bijbel is een natuurkunde of biologieboek. Fundamenteel voor de Schrift is dat er voltooide tijd, een heden en een toekomende tijd. Dat is toch de struotuur van wat geschiedenis is? Achter de tekst een zg. ware geschiedenis reconstrueren is ons nauwelijks gegeven. Ik vind wel dat men eens moet ophouden mij op dit punt verkeerd te willen begrijpen.

• Verbittering
Ik maak er geen geheim van dat ik me vaak teleurgesteld voel. Zelfs verbitterd mag ik wel zeggen .Het zal wel met de leeftijd te maken hebben dat ik wat argwanend word. Ik denk wel eens dat mensen tegen mij samenspannen, om datgene wat ik ontdekt heb kapot te maken.
Links en rechts vinden elkaar lijkt het wel in hun kritiek op mijn manier van theologiseren. De vrijzinnigen - waar ik volkomen aan ontgroeid ben -, vinden mij te orthodox. De orthodoxen vinden mij niet zuiver op de graad. Van de kant van de wetenschappers krijg ik het eeuwige verwijt te horen dat ik niet wetenschappelijk genoeg ben.
Linkse theologen en feministen verwijten mij dat ik niet ver genoeg met hen mee ga. En zoals ik eerder heb laten merken, vind ik dat de theologie weer terugvalt in de 19e eeuw. Die stelling maakt je ook niet overal populair. Als je dan ook nog als gelovige en als mens aangevochten en onstabiel bent, dan is het leven niet altijd vreugde alhier. Maar als ik dan zoals vorige week een aantal dagen met een groep Duitse predikanten optrek in ons Friese onderkomen, en daar van de vroege ochtend tot de late avond niet anders doen dan de Schrift exegetiseren, dan vat ik weer moed. De Schrift kan niet kapot en opent steeds opnieuw vergezichten. Het kan altijd en overal weer opnieuw beginnen, dat verrassende verhaal van God met de mensen. Het is mijn diepe overtuiging dat ik op een goed spoor zit als het gaat om de uitleg van de Schrift. Het is de moeite waard de ideeën van Breukelman goed te overdenken Hij is een theoloog die wat te zeggen heeft.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief