Tolerantie (2)

1982-01-22
  • Jaargang 26
  • nummer 3
Het gaat er naar uit zien dat in ieder geval in ons land er een klimaat gaat ontstaan van onverdraagzaamheid tegenover elke godsdienst en in ieder geval tegen de christelijke.
Er worden zeer venijnige aanvallen gedaan om zo veel mogelijk elk christelijk stempel van ons volksleven aan de kant te schuiven.
Ik zal enkele voorbeelden noemen. Meestal recente.
In een gesprek tussen de wel ingelichte kringen van de VPRO en Mient Jan Faber van het IKV over de toen nog komende vredesdemonstratie in Amsterdam was duidelijk een geïrriteerdheid merkbaar bij de kringen dat het IKV een "kerkelijke" organisatie was. In dit geval was er geen verschil van mening tussen dr Faber en de mensen die de welingelichte kringen vormen over de kernwapens en de doelstellingen van de demonstatie. Maar eigenlijk vond men het vreemd dat op deze wijze toch weer iets kerkelijks zo op de voorgrond trad in Nederland.
Trouwens ook in de IKV-kernen gaan al stemmen op die dat kerkelijke karakter van deze beweging helemaal niet meer zo zien. Het weekblad "De Tijd" gaf daarover al informatie. Uitspraken van kernleden liegen daar niet om. "Eigenlijk zal het me een rotzorg zijn of iemand gereformeerd, katholiek of ongelovig is, als we die persoon maar kunnen winnen voor de actie" ("De Tijd" van 13 november 1981). Het gaat me er nu niet om over het IKV te schrijven, maar alleen om te wijzen op de tendenzen van intolerantie tegenover het christelijk, wat men daar dan ook maar voor aanziet.

Een tweede voorbeeld. De niet ongeleerde dr J. C. Brandt Corstius heeft iets tegen het woordenboek Van Dale. De dikke Van Dale zoals er in mijn jeugd werd gezegd. Deze fanatieke antigodsdienstige schrijver heeft ontdekt dat Van Dale overdreven veel aandacht aan de Staten Vertaling besteedt. Ja hij schrijft over een ontoelaatbare voorkeur voor bijbelcitaten. Natuurlijk: het humanistisch verbond is het daarmee eens.
Nu gaat het me ook in deze niet over de vraag of Van Dale werkelijk veel aan de Staten Vertaling ontleent. Dat zal wel waar zijn. Ik leerde op de middelbare school al dat de Staten Vertaling vormend ingewerkt had op de Nederlandse taal. Er zijn in onze taal veel spreekwoorden en gezegden die hun ontstaan aan de Staten Vertaling danken.
Brandt Corstius zou zeggen: te wijten hebben. Het is dus vanzelfsprekend.

Een zelfde verschijnsel is in Duitsland aan te wijzen met de Luther-vertaling en in Engeland met de King James vertaling. Een man, als Busken Huet, toch bepaald iemand die welbewust de kerk de' rug had toegekeerd heeft gezegd "Noch Hooft, noch Huygens, noch Vondel, noch zelfs de populaire Cats, zijn in zulk een mate de taalmeesters van het Nederlandse volk geweest als de overzetters van de Staten-Bijbel." Als men Van Dale's woordenboek wil gaan zuiveren van de Bijbelse invloeden dan kan dat dus alleen maar zijn uit afkeer en vijandschap tegen de Bijbel zelf. Uit taalkundige overwegingen is het onzin. De taal komt niet uit de lucht vallen. Allerlei invloeden zijn duidelijk aanwijsbaar.
Zo is voor ons Nederlands de Staten Vertaling van groot belang geweest. Wie daartegen strijdt, strijd tegen feiten en kan dat alleen doen uit afkeer van de Bijbel zelf. Alleen fanaten zijn zo werkzaam. Een man als Jan Wolkers verklaarde in een tv-uitzending dat hij toch maar groot geworden was met de Staten Bijbel en dat dan een soort voortreffelijk Nederlands je eigendom wordt waarvan je nooit los komt en waarvan hij niet los wilde komen juist omdat het zulk een voortreffelijk Nederlands is.
Een derde voorbeeld. Het vroeger zo deftig liberale NRC Handelsblad geeft in het Zaterdagbijvoegsel van 19 december j.l. onder de ogenschijnlijk zo wetenschappelijke-objectieve titel "Enige aspecten betreffende de godsdienst in de vroege jaren tachtig". Van enige wetenschappelijkheid is geen sprake.
Evenmin van objectiviteit. Maar
wel druipt het van de vijandigheid.
De haters van God en elke godsdienst krijgen weer eens zeer ondeftig maar wel oud-liberaal de kans hun gal te spuwen. Natuurlijk daarin de anarcho-liberaal van de welingelichte kringen van de VPRO, Hofland, onder het pseudoniem S. Montag. Hij vindt klokgebeier Zondagsmorgens een staaltje van grenzeloze brutaliteit en vraagt zich af waarom nog nooit iemand met de Hinderwet in de hand geprobeerd heeft daaraan een eind te maken.
En - hij zou eens ontbreken in het koor - J. H. Donner, de schaker. Zijn Vader, minister Donner, zorgde eens voor de strafbaarstelling van bepaalde vormen van Godslastering. De zoon schijnt er plezier in te hebben dat te doen want de Vader verfoeide. De zoon schrijft: "een ontwerp voor een nieuw atheïsme". Met een waarschijnlijk niet eens ernstige bedoelde wetenschappelijkheid worden de meest onnozele zaken gezegd over het eerste gebod en over de spijswetten van Mozes.
En natuurlijk ontbreekt in dit nummer van de NRC niet de beschimping van de oude vrouwen die de Heidelbergse Catechismus uit hun hoofd kennen en die daarom zo bekrompen zijn bezwaar te hebben tegen een communistische vrouwelijke predikante.

Ik noem als laatste voorbeeld kort de smaad van bepaalde cabaretiers.
Niet omdat het zo onbelangrijk zou zijn. Want de invloed van deze mensen is zeer groot en terecht heeft dr. W. Aalders eens de aandacht gevraagd voor dit verschijnsel en duidelijk gemaakt dat deze grappenmakers dezelfde rol spelen als voor de franse revolutie gedaan werd door lieden als Voltaire. Het is een geliefd koost middel de christenen lastig te vallen door hen als belachelijk voor te stellen en die belachelijkheid dan gebruiken als argument tegen de Christus. Deze methode is zo oud als de Bijbel oud is.

In heel dit proces is curieus te zien het verlangen van gewezen christenen om de invloed van de christenen en de christelijke leer terug te dringen.
Jan Hein Donner is daarvan een voorbeeld. Maar invloedrijker is een Jan Wolkers en waarschijnlijk nog meer Maarten 't Hart. De man die ontroerend mooi kan schrijven.
En wiens invloed daarom groot moet zijn.
Bij hem geen ordinaire scheldpartijen maar in heel fraai nederlands worden toch maar de meest onzinnige dingen gezegd en komt de vijandschap tegen God tot uiting. In het beroemde boek "Een vlucht regenwulpen", dat ten onrechte nog wel eens geprezen wordt door christenen, weet de schrijver zijn hoofdpersoon zijn vijandschap tot uiting te laten brengen in een gevecht met de ouderlingen die zijn zieke moeder komen bezoeken. Letterlijk gaat hij hen te lijf. Maar de rechtvaardiging daarvoor wordt gevonden door eerst van die ouderlingen een volslagen caricatuur te maken. Ook hier weer die methode: de spot als middel tegen mensen wordt een aanval op God Zelf. Bij Maarten 't Hart op de God die de keelkanker heeft uitgevonden. Dat zou dan geleerd worden in zondag 10 van de Heidelberger . Reeds eerder wist trouwens ook J.B. Charles al zeer ernstige dingen te zeggen tegen de God van Abraham, Izak en Jacob.

De verontwaardiging van de 'progressieve' kringen tegen minister v. Dijk en staatssecretaris v. Leyenhorst vind ik ook verdacht. De hele zaak maakt me trouwens misselijk. Ik was het met Van Dijk niet eens toen hij in de vijftiger jaren over apartheid en Zuid-Afrika schreef.
Maar de manier waarop hij er nu afstand van doet is ook niets. Want in de vijftiger jaren werd door de meeste christenen van de gereformeerde gezindte nog partij gekozen voor de politiek van de blanke Zuid-Afrikanen. De door de progressieyen zo geprezen Bruins Slot, schreef in Trouw toen ook dat de blanken niets beters konden doen dan onbeperkte emigratie toe te staan vanuit de blanke landen. Net als Israël deed met de Joden van heel de wereld.
Dan zou er een zeker evenwicht ontstaan tussen blank en zwart. Zo was toen de vrijwel algemeen verbreide sympathie voor blank Zuid-Afrika. Ik deelde toen de sympathie. Maar ik was ook toen al overtuigd van de doodlopende weg in Zuid-Afrika. Maar - en hier begint mijn wantrouwen tegenover minister Van Dijk - mijn sympathie is gebleven en ik zie met srchrik de toekomst van de blanke gemeenschap. Dat wordt leed, verdriet en ondergang. Dat kan niet uitblijven.
Juist als we van het onrecht van de apartheid getuigen moet die sympathie blijven klinken. Want wij christenen hebben deze politiek bijna steeds gesteund. Daarom ben ik het ook nu weer niet met Van Dijk eens. Maar waarom wordt hij zo lastig gevallen? Is het niet omdat hij stamt uit de rechterzijde van de gereformeerde gezindte? Wat anders is het motief van de progressieven om niet te aanvaarden wat hij zegt? Waarom hem niet net zo geprezen als Bruins Slot bij zijn "bekering"?

Wat staat ons nu te doen? Nu, vóór alles moeten we maar bescheiden blijven en ons schamen. Hoezeer is de geschiedenis van de kerk en christendom een verschrikkelijke.
Hoeveel zonden zijn er bedreven.
Hoeveel gruwelijkheid is er niet geweest onder aanroeping van de naam des HEREN. Ik hoef niet alles op te noemen. Enkele zaken noemde ik eerder. Maar geven onze zonden geen getuigenis tegen ons? Hoe vaak heeft de kerk geen bloed vergoten.
Hoe dikwijls hebben de christenen, in grote meerderheid, ook na de Reformatie, niet net verkeerd gekozen. Met verbazing kun je lezen de lofzangen in 'onze' publicaties op de gouden eeuw. Maar zijn de grachtenhuizen in Amsterdam en de buitens langs de Vecht niet mede gebouwd met bloedgeld, verdiend b.v. met de slavenhandel? Hoelang heeft het niet geduurd voordat het tot de christenen doordrong dat handelen in mensen een tegen alles van het Evangelie ingaande handeling is. Daarom: we moeten ons schamen. En vooral in de schuld komen. Erkennen dat we de smaad verdiend hebben. We hebben het er naar gemaakt.
Laten we tot God roepen. Voorts zullen we in veel ook moeten horen, niet alleen de vijandschap tegen christenen en de Christus, maar ook de wanhoop van "heel dit wanhopige geslacht". J. H. Donner eindigt zijn ontwerp voor een nieuw atheïsme met de verzuchting dat er maar één hoop is dat misschien later, over eeuwen god (let op de kleine letter) zal terugkeren.
"Ook het nieuwe atheïsme is een godsdienst van ontwortelden en daklozen" . Hoort ge die stemmen? Al de vragen die er gesteld worden, vaak smalend, als "bestaat God?" of "als 'God bestaat waarom is er dan zo veel onrecht en leed?" of: "waarom hebben de christenen hun stem niet eerder verheven tegenover veel onrecht?" zijn vragen die ons terecht gesteld worden. En er is maar één antwoord. Het antwoord van Jezus Christus aan het kruis, die riep "mijn God, mijn God waarom hebt Ge Mij verlaten".
Dat hebben we te prediken. Pas als zondaren vrijgesproken door het bloed en om het bloed, als zondaren die van geen vrome werken meer weten, hebben we een woord voor de wereld. Na wat drs H. de Jong en ds Algra in dit blad al gezegd hebben over Project '82 en de sectarische advertenties bij stations, hoef ik er niet meer. over uit uit te wijden. Project '82 is sympathiek.
Die posters bij de stations zijn onsympathiek en bepaald slecht. Maar aan beide acties ontbreekt de schaamte en bescheidenheid. Juist dat het acties zijn is zo akelig. Want zo is niet de stijl van het koninkrijk. Niet door kracht en geweld, maar door mijn Geest zal het geschieden. Het koninkrijk is niet van deze wereld. Daarom passen dit soort acties niet voor het koninkrijk, hoe goed ook bedoeld. We zijn als christenen nog steeds niet daar waar we wezen moeten: In de schuld voor God. Pas dan en eerst zó kunnen we spreken. Psalm 51. Laat de kerk doen waartoe ze in alle tijden alléén geroepen wordt: de verkondiging van de vrijspraak van de goddeloze om Jezus' wil, zonder de werken. Uit louter genade. Alleen die prediking kan de wereld veranderen. Alleen die prediking vindt gehoor. Want daarvoor hebben we een belofte.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief