Moed en karakter

1982-01-22
  • Jaargang 26
  • nummer 3
John. F. Kennedy heeft voor hij president werd van de Verenigde Staten een boek geschreven onder de titel “Moed en Karakter in de politiek”. Hij beschrijft daarin hoe mensen in de politiek soms wísten te spreken en beslissen, terwijl ze wisten dat wat ze deden niet in dank zou worden afgenomen. Ook niet door de eigen kiezers. Ik moest daaraan denken in de afgelopen werken. In twee gevallen.
Allereerst toen drs. J.M. den Uyl, als minister van Sociale Zaken kwam met ingrijpende voorstellen inzake de ziektewet. Daarin gesteund door zijn staatssecretaris mevr. Dales. Het gaat me niet om de waarde of de onwaarde van deze voorstellen. Ik heb niet de pretentie daarover met verstand een oordeel te kunnen geven. Maar drs. Den Uyl kon van tevoren weten dat deze voorstellen zeer slecht zouden vallen bij de vakbeweging en bij zijn eigen kiezers. Gelukkig is een lang waarin er regeerders zijn die als ze eenmaal tot dat regeren geroepen worden de moed hebben impopulair te zijn. Zijn positie in de P.v.d.A. was al eerder aan de orde gesteld door het jeugdige middenkader, de sociologen, agogen, politicologen en wat verdere "ogen" er zijn mogen methun vakbekwaam grijpen naar demacht. Ook toen bleef hij overeind.En ook nu weer. Dat is wat we van regeerders mogen vragen: dat zehun plicht doen zonder last ofruggespraak. Dat is goed voor een land. Een gelijke moed toonde Meindert Leerling van het R.P.F., toen hij op een vergadering van de Nederlands- Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap (NZWA) zich kritisch uitliet over de politiek van apartheid in Zuid-Afrika. Het gaat me nu ook niet over de waarde van zijn kritiek. Ik heb de indruk die te delen. Maar hij wist van tevoren dat het hem niet in dank zou worden afgenomen omdat het onder bepaalde vrienden van Zuid-Afrika gewoonte is om elke kritiek meteen met groot verbaal geweld af te wijzen. Dan zou je het communisme in de kaart spelen. Leerling trok zich daarvan niets aan en zei wat hij meende dat hij zeggen moest. In dat geval zal dat niet aangenaam in de oren geklonken hebben bij een deel van zijn kiezers. Hij ook vertoonde de moed die gevraagd mag worden van alle hooggeplaatsten.
En laten wij, die bidden geleerd hebben, blijven bidden voor overheden en volksvertegenwoordigers. Om moed en bekwaamheid. Of ze van onze eigen politieke kleur zijn doet daarbij niet ter zake. Ik ben niet van de P.v.d.A. Nog minder van het R.P.F. Maar ik ben dankbaar voor dit soort politici.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief