Ceilidh (slot)
1982-01-22
Nu u toch eenmaal meedoet aan een ceilidh moet u nog even luisteren naar het Mooie Strathyre 1). Proef daarin de liefde tot een streek, die al honderden jaren geleden werd bezongen en vandaag nog even schoon is: - Jaargang 26
- nummer 3
"Er zijn weilanden in Lanark en bergen op Skye en graslanden genoeg in de Hoog- en Laaglanden. Maar je kunt je geen groter geluk wensen, dan het vee te hoeden in het mooie Strathyre.
O! Vroeg op weg naar de heuvels, als de lange zomerdagen zo warm en vredig zijn, als de top van de Ben Vorlich in brand schijnt te staan of de avond zacht neerdaalt over Strathyre.
Dan is er vrolijkheid in de herdershut en liefde in mijn hart, als de zon is gedaald en de kudde gaat rusten. Want menige vorst zou mij graag ontstelen mijn lieve Maggy, de pronk van Strathyre.
Haar lippen zijn als lijsterbessen in de rijpe zomer en zacht als het sterrenlicht is de glans van haar ogen. Haar adem is zoeter dan de geur van de heide en haar stem klinkt als muziek, door het mooie Strathyre.
Zet Flora naast Colin, maar Maggy naast mij. En we dansen bij de bagpipe, met zijn ruige scherpe klank, tot de maan hoog en hoger aan de hemel klimt en ons tot rusten nodigt op de verse varens, in het mooie Strathyre.
Sommigen zoeken hun vermaak in de steden van de Laaglanden. Anderen gaan als soldaat naar de vreemde. Maar ik wil liever mijn vee hoeden en mijn eigen hutje bouwen en mijn eigen Maggy beminnen, in het mooie Strathyre."
Het moet u opvallen, hoe serieus en levendig zulke gedichten zijn. Ze ademen liefde en schoonheid, ook vaderlandsliefde, ook dapperheid. Men zegt wel eens, dat Schotland is blijven steken in de romantiek. Nu, dat is bepaald onjuist. Romantiek is het streven naar het onbereikbare, de Sehnsucht nach der Sehnsucht, het verlangen om te verlangen. Zo is de Schot niet. In zijn ongelooflijk rijke repertoire bezingt hij het moois, dat grijpbaar is; het schoons dat hij gekend heeft of uit overlevering kent. Maar hij grijpt nooit naar wat onbereikbaar is; integendeel, is gelukkig met de sobere genoegens van een natuurvolk.
Die genoegens zijn nooit plat. Hoewel hier veel drankmisbruik voorkomt kennen we hier geen dronkemanspret: de Schot schaamt zich voor zijn drinken. Hij zou daar boven willen staan - erkent zijn gebrek aan zelfbeheersing. Maar als er pret gemaakt wordt ligt dat op ander niveau.
Dan hoorden we onze soliste een typisch Schotse ballade zingen, zo vol pikante details, kleine uitschieters, grappige gebaren, dat wij - die de ballade niét kenden - het hele lied gevolgd hadden, toen we later de tekst hadden gevonden! Het was "The Laird 0' Cockpen", oftewel de Heer van 't Hanekot:
"De Heer van 't Hanekot is trots en groot, zijn hoofd zit vol staatszaken.
Hij zocht een vrouw om zijn mooie huis te verzorgen, maar mooi en practisch gaan zelden samen.
Ginds aan de dijk woonde een dame, die er volgens zijn huisknecht goed uitzag: de enige dochter van MacClish van Clavershof, een meisje zonder een cent maar met een mooie kwartierstaat.
Zijn pruik was goed gepoederd en zo goed als nieuw, hij droeg zijn witte vest en zijn blauwe jas, deed een ring aan, een zwaard en een hoed met pluimen - en wie zou de Laird op deze wijze kunnen weigeren?
Hij nam de grijze merrie en reed bedaard, om aan de poort van Clavershof aan te kloppen: "ga Joffer Jean zeggen dat ze spoedig komt want de Heer van 't Hanekot wil haar spreken".
Joffer Jean was bezig vlierbloesemwijn te maken; "en wat brengt de Laird op deze tijd hierheen?" Ze deed haar schort af en haar zeiden jurk aan, haar muts met rode linten - en ging naar beneden.
Toen ze binnenkwam boog hij diep en spoedig liet hij haar zijn boodschap weten. Verbaasd was hij toen de dame "nee" zei en met een lichte buiging zich omkeerde en wegging.
Hij stond verstomd, zei geen woord, beklom zijn paard en reed rustig naar huis. En vaak dacht hij, als hij door het dal ging: zij is gek om de Heer van 't Hanekot te weigeren!
Maar nu de Laird vertrokken was dacht Joffer Jean na, over wat ze gedaan had. “O, een volgende keer moet ik dat beter doen; op die manier zou ik er tien wegsturen - ik was gek om de Heer van t' Hanekot te weigeren!"
De volgende keer dat de Laird en de Joffer samen zijn gezien, gingen ze arm in arm naar de kerk op de groene heuvel. Nu zit zij in de salon als een kuifkippetje - maar er zijn nog geen kuikens in 't Hanekot."
De ballade wordt gevolgd, alsof ze gans nieuw is - hoewel ieder haar kent.
Maar het herbeleven van een bekende geschiedenis en de dramatische voordracht zijn zo boeiend, dat de zaal ademloos luistert. En wanneer de strijkers het terrein weer hebben veroverd en ons meeslepen in hun grandioze vlucht, zijn we langzamerhand rijp voor een ode aan dit heerlijke land.
Die ode komt prompt op tijd: het is .Hail Caledonia!", gegroet Schotland.
De woorden zijn van Hugh Ogilvie, de muziek van Arthur Stroud, en de hele zaal blijkt de tekst te kennen, want het refrein wordt staande meegezongen:
"Gegroet Schotland, land van mijn jeugd, mijn bakermat, zo stralend en zuiver. Al heb ik de wereld doorkruist en alle schoons gezien, niets op aarde is met u te vergelijken. Ge zijt majestueus en koninklijk in luister, ge zijt het land van ridders en vrije mannen, van meisjes met harten zo eerlijk en teer - gegroet Schotland, wat houd ik van u!
Refrein: Laat de Ieren zingen van hun Groene Eiland, waar het klavertjevier groeit. Laat de Engelsen hun heuvels en dalen prijzen en hun schone rozen. Maar geef mij het land van de heide en de kilt, van de berg en de rivier. Want het bloed bruist in onze aderen, als ik de bagpipe hoor zingen: Schotland, voor altijd mijn lieve oude Schotland!
Gegroet Schotland, bakermat van helden, wier namen geschreven zijn op het perkament van de faam. Helden, wier levens edele voorbeelden waren, die anderen ter ere van u zouden willen navolgen. Schotten, ik wijd u een heildronk, doet mee. Vult uw glazen, ja, tot de rand: het welzijn van ons oude Schotland, zijn mannen en zijn vrouwen, lang leve ons land en God beware de koning!
Gegroet Schotland, uw naam steekt elk Schots hart aan, hoe ver ook over zee. Ver in het Zuiden gaan hun gedachten, als het werk gedaan is, terug naar u, ons oude Schotland. Uw zonen worden geëerd en geliefd over de hele wereld. Een Schot is altijd stoer en betrouwbaar. En als in de strijd zijn standaard gaat wapperen zal hij zijn levensbloed geven voor u, lief Schotland! "
Dit is geen dode retorica - dit is bloedecht. De Schotten hebben overal ter wereld huursoldaten geleverd: ze vroegen om de frontposities en ze deden het nog goed ook. Twintig miljoen Schotten, over de wereld uitgewaaierdaan hun naam zijn ze te herkennen. Mensen met een rijke historie, door armoede en vrijheidszin geëmigreerd. Maar "de liefde tot zijn land is ieder aangeboren".
1) Strathyre is een dorpje, niet ver hier vandaan, ergens tussen Lochearnhead en Callander; we komen er nog al eens doorheen. het is er uitzonderlijk mooi.