Dit "zeer theologische blad"
1982-01-29
In "Hervormd Weekblad" van 2-10-1980 werd een van mijn artikelen overgenomen. Het was er een uit een vakantieserie over varen, jagen, vissen en huisdieren; geplaatst augustus 1980. Eerst nu kwam het in mijn bezit; het heeft blijkbaar tegen Noordwester stormen moeten oproeien.- Jaargang 26
- nummer 4
"Hij kan het niet nalaten", zegt de persschouwer van "Hervormd Weekblad", "weer over de natuur te schrijven. Zo vertelt hij in dit zeer theologische blad, dat altijd over geestelijke en dus ook kerkelijke dingen gaat, merkwaardigerwijze over...de hertenjacht".
Sommige kerkelijke bladen zijn gewoon, hun kolommen deels te vullen met ongevraagd overgenomen artikelen van andere bladen. Dit is een kwaad onder de zon, door geen auteurswet te stuiten. Ook het "Hervormd Weekblad" laboreert aan de kwaal. Als honorarium: "ik heb er bewondering voor, dat een klein blad met lezers, die volgens ons alleen maar in kerkelijke en geestelijke zaken geïnteresseerd zijn, zo'n artikel opneemt".
En goedmoedig plagend besluit hij: "de gereformeerden zijn altijd al bijzonder gepakt geweest door de natuurlijke theologie".
Wat is die natuurlijke theologie ook weer? Waarmee houdt zij zich bezig? Natuurlijke Godenkennis - of laten we mogen zeggen: algemene openbaring in tegenstelling tot het geïnspireerde Woord - is wat de mens buiten het evangelie over God kan weten. Sedert de schepping immers is God te kennen uit zijn werken. Daarom is er geen onwetendheid inzake goed en kwaad, wel verantwoordelijkheid voor de denkende mens. En voor degenen, die met hun verstand God uit de schepping wegredeneren, is geen verontschuldiging mogelijk, schreef Paulus aan de christenen van Rome.
Dit onderwerp heeft de eeuwen door kerkelijke geleerden gebiologeerd. Zij maakten er theologische systemen van; de gemene gratie is er een voorbeeld van. Niet alleen Aristoteles en Thomas van Aquino, maar ook Calvijn, Kuyper, Barth en Berkouwer hebben zich in den brede uitgesproken; daarmee soms tegengestelde vestingen betrokken. Maar zonder een keus uit die systemen te maken kunnen wij, eenvoudige en ongeletterde lieden; ons wel houden aan Romeinen 1 en desgewenst aan artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Want Gods schepping is als een schoon boek en alle schepselen zijn als letters, die ons Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid onderwijzen.
Het was om deze reden, dat redacteuren en medewerkers van dit blad in een weldoordacht (en vooraf herhaaldelijk verbeterd) Inleidend Woord in het eerste nummer van de eerste jaargang verantwoording hebben afgelegd van het feit: dat dit blad geen forum voor theologen en voor slechts in geestelijke zaken geïnteresseerden zou worden - maar een poging om alle geschonken talenten voor alle gelovigen beschikbaar te stellen.
Redactie en medewerkers zeiden te zoeken naar "de wil Gods voor alle terreinen van het leven". Beloofd werd: "met wetenschappelijke theologie zullen we onze lezers in het algemeen niet bezighouden". Binnenskamers werd nader overeengekomen: dat onze kolommen voor vijftig procent kerkelijke en theologische bijdragen zouden bevatten - voor de andere helft zouden open staan voor de niet-theologische terreinen van kunst, wetenschap, politiek, natuur, handel en zo voorts. En inderdaad werd begonnen met twee theologische redacteuren en twee niet-theologische.
Fifty-fifty was dus de formule. Jarenlang is op deze afspraak gehamerd, niet het minst door schrijver dezes. Want ongemerkt lopen kolommen eerder vol met theologische en kerkelijke zaken dan met, laten we zeggen, culturele dingen. Pas op de lange duur en dank zij veel wederzijds geduld en overleg werd in een gezond groeiproces bereikt, wat we vandaag kennen. En momenteel telt onze redactie zelfs vier niet-theologen naast drie theologen.
De groep schrijvers van het eerste uur verklaarde voorts, dat wij "ons vrij achtten van het theologisch-wetenschappelijke juk". Immers "de theologie (is) voor theologen, maar onze lezers zijn merendeels eenvoudige en ongeletterde mensen". En hiermee waren wij, terecht, in de school van Petrus en Johannes geplaatst.
Dat was een wijs en gedurfd votum. Theologen hebben hier blijkbaar wel eens overheen gelezen. In die jaren liep er nog een bejaarde generatie predikanten rond, die met droge ogen verklaarde, de theologie de koningin der wetenschap te achten. Echt niet uit bescheidenheid, wel te goeder trouw.
Maar weinig wetenschappen liggen zo zeer met zichzelf overhoop als juist die theologie. En wellicht zal eenmaal blijken, dat ook "de koningin der wetenschappen" verwoestingen op de aardbodem heeft aangericht.
Dat een klein blad, beslist niet voor theologen en uitsluitend in geestelijke zaken geïnteresseerden geschreven, ook iets kan zeggen voor buitenkerkelijke zoekers is mooi meegenomen. En het feit dat schrijvers van ons blad regelmatig ver buiten onze kerkmuren te spreken worden gevraagd; dat artikelen uit ons blad regelmatig in wildvreemde organen worden overgenomen; en dat onze schrijvers ook in bepaald ongeestelijke bladen tot schrijven worden genodigd, mag ons dankbaar maken. Zo vermijden wij de binnenhuiscultuur voor de kerkelijk ingewijden (die het waarschijnlijk toch allemaal wel weten) - en laten iets van het Licht der wereld stralen voor buitenstaanders, die naar hun zin te weinig weten.
Mag ik een voorbeeld noemen? Een waar ik zelf bij betrokken ben? Dan dit. Diverse malen werd mij door "De Nederlandse Jager" verzocht, een hoofdartikel voor het kerstnummer te schrijven. Het gaat om een blad in een oplage van vermoedelijk 40 tot 50 duizend, gedragen door de Kon.
Ned. Jagersvereniging. Een derde van de lezers heet "protestant", een derde heet "katholiek" en een derde noemt zich "niets". Op het eerste verzoek antwoordde ik: denk er wel aan dat u met een belijdend christen verbonden bent. - Wat zou dat? vroeg men. - Dat u geen stropersverhaal maar een stukje evangelie oproept. - Als u maar niemand voor het hoofd stoot en leesbaar schrijft, was het votum. - Wij hebben het er op gewaagd, bedenkend dat in de goede jaren niemand minder dan Anne de Vries deze hoofdartikelen voor het kerstnummer placht te schrijven. Het is gelukt tot drie maal toe. Alle drie keren heb ik het dNJ-artikel gelijktijdig in ons eigen blad geplaatst. En...daar paste het blijkbaar even goed in.
Ons blad is allerminst een "zeer theologisch blad". Wij blijven streven naar wat we 25 jaar geleden hebben beloofd. Dat is niet vanzelf gegaan. Onze lezers hebben wel eens wat moeten verslikken. Onze schrijvers hebben zich wel eens vergist. Als alle mensen zijn zij tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed, om de statenpsalmist aan te halen. Maar wetende dat zij door een welwillende meerderheid worden aangehoord, beseffen zij dat schrijven en Iezen dezelfde zoete vreugde biedt als het feest van geven en ontvangen. Wij overdenken en schrijven deze dingen op kerstfeest-1981.