Over vernieuwing van het theologisch onderwijs – 2
1983-05-13
In het voorafgaande artikel schreef ik, om het onderscheid tussen het theologiseren en het profetische spreken in het oog te krijgen - in antwoord op ds. G. Jansens verzoek om en open gesprek hierover - dat reeds bij de oude kerkvaders de ratio meer wilde zeggen, dan het Woord van God zelf.- Jaargang 27
- nummer 19
Bij het z.g. 'alètheia'-zeggen, 'God-uitzeggen', zoals ze het noemden werd de grens tussen God en kosmos niet in het oog gehouden en het 'theologein' werd niet van het eerbiedig luisteren naar het Woord onderscheiden. De scholastiek van prof. V. Hepp passeerde daarbij ook de revue.
Intussen is dit "theologein" ook nu overal met volle kracht aan het werk. Vandaar ook dat het dringend nodig is om aan de plááts van de theologie volle aandacht te schenken. Maar merkwaardig genoeg moet je degenen die hier aandacht voor hebben, haast "met een lantaarntje zoeken", zoals Popma het eens uitdrukte.
Het theologisch denken staat veelal zo hoog genoteerd, dat zijn heerschappij-voeren voor de meesten een vanzelfsprekende zaak is.
Kuitert schreef eens dat veel christenen de gedachte koesteren dat men pas een ware gelovige is als men theoloog is. 4) Het is juist opgemerkt.
Nu heeft Kuitert zelf het bovengenoemde verschil wel gezien.
Maar hij verwerpt het of bouwt het uit, in de richting van de metadogmatiek, waarin het wetenschappelijk theoretisch denken de hoogste plaats krijgt toegewezen.
Hij geeft aan, hoe daarbij verschillende niveau's zijn aan te wijzen.
Ook theologen van professie halen, volgens hem, die niveau's nogal eens door elkaar. Dat is waar.
Maar hijzelf onderscheidt scherp.
Het schema ziet er dan zo uit: als laagste niveau: het geloofsniveau ('t gewone leven) dàn: het leerniveau (van de confessie) vervolgens: het wetenschappelijk niveau (de dogmatiek) en dáárboven: het wetenschappelijk-
theoretisch niveau, van de meta-dogmatiek. 5)
De meta-dogmatiek stelt kritische vragen: wat zijn je begrippen waard? Wat zijn je immanente voorwaarden bij het theologiseren?
Kuitert merkt daarbij op, dat je daar misschien wel van ondersteboven gaat. Want: "Onderzoek doen naar de structuur en de herkomst van de christelijke geloofsuitspraken en mensen meenemen op een dergelijke onderzoekingstocht, betekent een beroep doen op eigen inzicht en ervaring als het om de waarheid van het christelijke geloof gaat".
"Veel christenen", voegt hij er aan toe, - "onder hen ook nogal wat theologen - zijn een dergelijk beroep niet gewend of erger: achten het niet in overeenstemming met het geloof zelf om voor de waarheid ervan een beroep te doen op inzicht en ervaring". Door dat verkeren op de meta-niveau's, raken veel theologische studenten er hun geloof bij kwijt. 6)
Nu zeggen wij wellicht: wij zitten niet op dat vlak, wij zijn Kuitert niet! Inderdaad. Maar hier wordt het probleem wel mee getekend.
Want hieruit blijkt dat het "alètheiazeggen" van de Griekse filosof!e, het "theologein", het theologiebedrijven, beslist geen overwonnen standpunt is. Integendeel. Kuitert slaat de wetenschappelijke, theoretische meta-dogmatiek zo hoog aan, dat deze de eenvoudige kennis van de Waarheid van de Schrift totaal overheerst en zelfs "nietszeggend"
acht. Hij doet daarbij werkelijk ijselijke uitspraken. We citeren:
(Het Godsbeeld van) "de praedestinerende God, die alle bewegingen van mens en wereld in Zijn eeuwige Raad heeft voorbedacht en in de tijdelijke werkelijkheid tot uitvoering brengt, is voor ons vandaag niet meer mee te maken".
Hij gaat voort: "Het is niet zozeer de innerlijke tegenstrijdigheid van deze Godsvoorstelling, die maakt dat wij Hem niet meer kunnen aanhangen, maar veeleer de concentratie van het God-zijn van God in een zo volstrekte en overmachtige autoriteit, dat er voor de men: geen plezier aan het omgaan met God meer te beleven valt". 7)
Ziet men het probleem niet?
Intussen het is onbegrijpelijk: terwijl dit alles zonder aarzeling gezegd wordt en als een vanzelfsprekendheid geponeerd wordt, is onder ons de plaats van de theologie nauwelijks bespreekbaar! Of ziet men het gevaar zelfs niet eens?
Je zou toch zeggen, dat de hybris, de hoogmoed van het theologisch denken, hier wel heel duidelijk is.
Trouwens het was toch in het nog vrij recente verleden ook duidelijk?
Wat maakten we mee in de Vrijmaking?
Heerste daar niet de theologische tweeërlei verbondsleer over de Schrift? Toen moest de Schrift onder het juk van dat schema door van tweeërlei verbond en "volle doop" en "nietvolle doop". Gelukkig hebben velen het toen onderscheiden.
Maar nu moet bij Kuitert het Woord van God onder het juk van de "ervaring" door. Nu mag je je als kerk zelfs ook wel eens van het getuigenis van de eerste getuigen verwijderen: Want, "niet alles wat de bijbelschrijvers over God zeggen, beantwoordt aan deze norm die wij uit onze ervaring kennen", zegt hij. 8) Ik wil maar zeggen: temidden van deze "theologische wereld" leven wij.
Als vanzelf stemt niemand van ons met Kuitert in. Maar zolang de hoogmoed van het "theologein" niet onderkend is, blijft het macht houden - is het niet op de ene, dan op een andere manier. Je zou soms de indruk krijgen dat er over de plaats van de theologie nog nooit iets gezegd is ... 9)
(wordt vervolgd)
4) H. M. Kuitert - Wat heet geloven?
Baarn, 2e druk, 1977, pag. 11.
5) Kuitert, a.w. pag. 9
6) Kuitert a.w. pag. 15
7) Kuitert, a.w. pag. 172
8) Kuitert a.w. pag. 174: De weg van het gesprek met de bijbelschrijvers o.m. is volgens hem nodig.
"Maar een gesprek, waarin de christelijke kerk - niet een splintertje ervan, maar de ene christelijke kerk, een zelfstandig gegeven is, een instantie die óók de Geest heeft, en die zich daarom ook wel eens kan en mag verwijderen van het getuigenis der eerste getuigen, als zij daarvoor gegronde redenen meent te hebben, bijvoorbeeld de reden, dat waarheid over God, over Zijn heil en over Zijn wil, daaraan te herkennen is dat zij mensen vrijheid schenkt en toekomst opent, en dat niet alles wat de bijbelschrijvers over God zeggen, aan deze norm beantwoordt".
9) Vgl. echter: C. P. Boodt - De reformatie van het Calvinistisch denken 's-Gravenhage 1939, m.n. A. Janse, Dogmatiek als wetenschap en hare wijsgerige motieven, pag. 120: K. J. Popma - De plaats der theologie, Franeker, 1946.
K. J. Popma - Levensbeschouwing, Amsterdam, 1958 v.v. passim: J. Koopmans - Het oudkerkelijke dogma in de reformatie, bepaaldelijk bij Calvijn, Wageningen z.j., pag. 57.
D. H. Th. Vollenhoven - Het Calvinisme en de reformatie van de wijsbegeerte, Amsterdam, 1933.