In memoriam S. J. Paul Goossens V.D.M.

1983-05-13
  • Jaargang 27
  • nummer 19
Donderdag 28 april 1983 heeft de HEERE het aardse leven van dominee Goossens beëindigd. Deze zendingsarbeid er mocht 81 jaar worden, maar was al geruime tijd ernstig ziek. Hiermede sloot de HERE een levensperiode af, die zwaar is geweest van moeiten en verdriet, vol van teleurstellingen.
Maar ook van trouwe dienst, want in dit alles schonk zijn Zender hem de moed en de krachten om de taak te blijven vervullen, die Hij hem had opgedragen: de Evangelieboodschap te brengen in het heidenland.
Ds Goossens werd geboren in Amsterdam, 27 januari 1902. Reeds in zijn jeugd had hij de begeerte om in de zending te mogen arbeiden.
Aanvankelijk scheen deze begeerte onvervuld te blijven. Hij studeerde theologie aan de V.U. en 23 oktober 1927 werd hij bevestigd als predikant van het Friese dorpje Achlum.
Daar in Achlum bereikte hem de vraag van het Moderamen der Soemba-zendingsdeputaten of hij "begeerte zou hebben om de Heere in de zending te dienen." Zijn verlangen om in de zending te arbeiden, zo schrijft ds Goossens later, was vervaagd tot een jeugdherinnering.
Nu kwam deze begeerte weer sterk naar boven. Hij beantwoordde de vraag positief en in het voorjaar van 1931 kwam hij op Soemba aan, na een minimale voorbereiding van men maanden, uitgezonden door de Gereformeerde kerk van Appingedam. Toen hij op Soemba arriveerde, waren of gingen de andere zendingsarbeiders daar juist met verlof, zodat hij bij het begin van zijn arbeid de enige missionaire predikant was.
De jonge zendeling bad al spoedig een ernstige teleurstelling te verwerken.
Op grond van de ontvangen inlichtingen had hij verwacht jonge gemeenten te vinden, waar trouw geleefd werd naar de Schriften.
In plaats daarvan moest hij ontdekken, dat het Christelijk leven maar zeer oppervlakkig was en dat onder de schijn van Christenzijn het heidendom nog levend aanwezig was en de heidense gewoonten aan de hand werden gehouden.
"Vragen over dooppraktijk, over het zuiver houden van de gemeenten van Christus, vragen over de toepassing van de censuur, vragen over de principes en de methode, welke in de Soembazending geldend zou zijn, ja een schier eindeloze reeks van vragen waren gerezen in het hart der christenen van Oost-Soemba en ook in mijn hart." ("Openbare scheurmaking op Soemba", pag. 137).
Ds Goossens heeft al deze vragen voorgelegd aan zijn zenders in Nederland, maar bekwam daarop geen antwoord. Langzamerhand ontwikkelde de zaak zich tot een ernstig geschil, waarbij cis Goossens alleen stond tegenover de andere zendingsarbeiders op Soemba: "Dacht hij soms, dat hij de enige principiële man was hier?" In de gemeenten van Oost-Soemba, het arbeidsterrein van cis Goossens, kwamen onder zijn leiding gemeenten waar ernst werd gemaakt met het leven naar al Gods geboden, waar ook de tucht werd geoefend naar de Schrift.
De samenwerking tussen de zendingsarbeiders begon onder en door het geschil zodanig te lijden, dat er een commissie uit de zending op Java aan te pas kwam.
Het principiële geschil werd tot een verstoring van de goede verhoudingen verklaard, waarvan de oorzaak eenzijdig bij ds Goossens zou liggen. Het eind was, dat er geen oplossing van de moeilijkheden werd bereikt en op advies van de Java-commissie ds Goossens geschorst werd naar artr. 79 en 80 K.O. door de kerken van Appingedam en Delfzijl. Daarop werd hij naar Nederland teruggeroepen Van de kerken, die door de trouwe arbeid van ds Goossens waren gevormd, meenden de andere zendingsarbeiders: als ds Goessens maar eenmaal weg is, komen die wel weer in 't gelid. Maar daarin vergisten zij zich. Deze kerken hebben de schorsing (en later afzetting) nooit erkend en bleven met ds Goessens verbonden.
Os Goossens ging met zijn gezin naar Nederland terug, de daar gevoerde besprekingen leverden ook geen verzoening en op 23 maart 1939 volgde de afzetting.

Wie in de oorlogsjaren in Amersfoort langs de fraaie woningen aan de Jan van der Heydenstraat liep - zoals mijn gezin en ik, die in diezelfde straat een onderduikschuilplaats hadden - zag in een van de voortuinen soms een Indisch man aan het tuinierswerk.
Het bleek bij navraag de woning van ds Goessens te zijn en de bruine tuinman was K. Tanahomba, die met de familie Goossens was meegelromen naar Nederland en door de uitgebroken oorlog kIem was komen te zitten, de latere Soembanese predikant.
Wie zich na zoveel jaren bij het heengaan van ds Goossens opnieuw met deze verdrietige zaak bezighoudt, zal de juistheid van het door hem ingenomen standpunt moeilijk kunnen ontkennen.
Het feit, dat door zijn getrouwe Schriftuurlijke arbeid gemeenten ontstonden, waar het Christelijk leven tot bloei kwam, waar de tucht werd gehandhaafd, terwijl die gemeenten toch na het vertrek van ds Goossens trouw op zijn terugkeer bleven wachten, laat dat duidelijk zien, Ook deze gemeenten kwamen daardoor alleen te staan.
Tegelijk zal men er ook oog voor moeten hebben, dat de wijze waarop men zijn gelijk beleeft, het bereiken van een oplossing ernstig kan bemoeilijken, Tijdens de oorlogsjaren kwam hier de kerkstrijd, die uitliep op de Vrijmaking. Ds Goessens voegde zich met zijn gezin bij de Vrijgemaakte kerk te Amersfoort. En op de Synode van Groningen 1946 werd uitgesproken dat "br. S. J. P. Goossens wederom als Dienaar des Woords door de Gereformeerde kerken in Nederland dient ontvangen te worden." Verder werd besloten te adviseren aan de zendende kerk van Zwolle (inmiddels op verzoek van de zendende kerk van Appingedam in haar plaats gekomen) br. S. J. P. Goossens weer als missionair predikant te ontvangen.
Na het nemen van die beslissing sprak de synode-voorzitter ds H. Knoop: "We hebben geworsteld om recht te doen. We hebben het geloof, dat we recht hebben gedaan."
Het heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad eer ds Goossens met zijn gezin weer naar Soemba kon vertrekken, maar op 1 maart 1949 was het eindelijk zover. Ook tot blijdschap van de gemeenten op Oost-Soemba, die heel die oorlogstijd naar zijn terugkeer waren blijven uitzien.
Het werk kan opnieuw beginnen.
Met veel energie en liefde wordt de afgebroken taak weer opgevat.
Het gaat om de boodschap van de redding door de Heiland, die ook in het duistere heidendom het licht der gerechtigheid doet opgaan.
Weer jaagt ds Goossens met zijn jeep van de ene gemeente naar de andere. Mej. Geusebroek, die met zr. Van Egmond ook in het werk betrokken is, trekt een keer met hem mee en vertelt daarvan: "Het is altijd een genot om met hem te rijden, tenminste als je geen snelheidsvrees bezit. Markant en enigszins grimmig zit hij achter het stuur en voert hij ons met vaste hand langs de weg, die voor een autobestuurder heel wat moeilijkheden biedt." En: "Kort is zijn verblijf aan deze gemeenten, maar als hij morgen weer vertrekt, zal hij heel wat weten over haar geestelijke toestand, verhoudingen en moeilijkheden. Met juist gekozen woorden en scherp gestelde vragen weet hij onmiddellijk tot alles door te dringen." ("Ons Maandblad", april 1951).
Ds Goossens is een toegewijd evangelieverkondiger, ook een bekwaam leider. Hij heeft bovendien veel praktische gaven, tot het repareren van een auto en het bouwen van een huis toe.
Dan komen er helaas opnieuw moeilijkheden. Waren er al kwesties geweest tussen de medewerkers van ds Goossens onderling, na de komst van br. v, Egmond voor de schooldienst (sept. 1951) wordt ook ds Goossens daarbij betrokken en de contacten van Zwolle met ds Goessens enerzijds en br. Van Egmond anderzijds doen ds Goossens aan Zwolle de vraag stellen: Heb ik Uw vertrouwen wel?
De beide mannen werden uitgenodigd naar Nederland te komen, kregen een retourbiljet KLM Djakarta-Holland. Os Goossens ging (Van Egmond een week later) in de verwachting dat hij weer spoedig zou kunnen terugkeren naar zijn werk en zijn gezin. Maar het liep anders. De kerkeraad van Zwolle, bijgestaan "door een "adviescollege"
liet br, Van Egmond spoedig weer terugkeren, maar verbood ds Goossens de terugkeer, niettegenstaande het "retourbiljet".
Hij werd "schadelijk voor het werk des Heren op Soemba" verklaard.
De kerken op Soemba oordeelden over de "schadelijkheid" echter anders en verzochten hem terug te keren. Hij ging, zich beroepende op art. 31 K.O., terug, tegen de wil van Zwolle. Met het "retourbiljet', 21 febr. 1953. Prompt werd hij daarna geschorst en afgezet, resp. op 26 februari en 16 maart.
Wegens zonden tegen het 5de, het 8ste en het 9de gebod. Maar de daaropvolgende synodes hebben, zij het zonder het in alles met ds Goossens eens te zijn, deze gronden stuk voor stuk ongeldig verklaard.
Volledig herstel van de verhouding met de kerk van Zwolle werd jammer genoeg niet verkregen. Eerst in de Ned. Geref. Kerken werd ds Goossens erkend als predikant in volle rechten.
In 1969 repatriëerd hij, woonde eerst een aantal jaren in Den Haag, daarna in Beekbergen, terwijl hij kort voor zijn heengaan naar Zoetermeer kwam.

Een zeer bewogen leven. Een ambtstijd vol teleurstellingen en conflicten. Een man met zonden en gebreken. Zoals wij allen. Maar bezield met een vurige begeerte om de HEERE te dienen op het zendingsveld, Hoeveel opofferingen het hem ook moest kosten.
Een man van grote liefde en trouw.
Ten opzichte van zijn Zender. Ten opzichte van zijn Soembanese broeders en zusters. Trouw ook ten opzichte van zijn vele vrienden.
En hoe bekwaam en liefdevol werd hij daarbij gesteund en terzijde gestaan door zijn Vrouw, die ook nu nog zich met vele banden met Soemba weet verbonden.
Ben zeer bewogen leven. Maar in de glans van Gods overstelpende genade.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief