EEN NIEUWE SCHEPPING
1983-05-20
1. God heeft de mens in het begin - Jaargang 27
- nummer 20
zijn beeltenis gegeven,
Gods Geest blies hem de adem in,
de adem van het leven.
God had hem lief, opdat in trouw
de mens zijn Schepper dienen zou,
Hem tot een zoon zou wezen.
2. Maar de verleiding van het kwaad
is hem te sterk geworden:
hij plaatste met één enkele daad
zichzelf buiten Gods orde.
Zo liep hij zijn bestemming mis
en al wat leeft op aarde is
verloren en verworden.
3. Gods Geest verwekte een tweede mens,
en, onder ons geboren,
was Hij de Zoon naar Vaders wens,
die naar Gods stem zou horen.
Hij deed Gods wil tot in het graf,
en Hij wees die Verleider af
die Gods werk wou verstoren.
4. Aan God gehóórzaam tot de dood,
heeft Hij zichzelf gegeven:
daarom heeft God die mens verhoogd
tot Heer van alle leven.
Hij heeft Hem uit zijn graf bevrijd,
gewekt tot onvergankelijkheid,
tot aller Hoofd verheven.
5. En elk die zijn vertrouwen in
Hem stelt, Hem kent als Here,
die blaast zijn Geest nieuw leven in,
die zal Hij alles leren.
De Geest zal wie naar Jezus hoort
des Vaders wil, des Vaders woord
diep in zijn hart graveren.
6. Hij wordt een zoon als in 't begin,
hij mag Gods beeld weer dragen,
en tegen de Verleider in
is hem Gods woord tot wapen.
Komt, laten wij God dienen hier:
wij zijn als mens voor Gods plezier
en tot geluk geschapen.
Melodie: "Nun freut euch, Iieben Christen gmein" (Liedboek 402)