De Geest als gebedsverhoring

1983-05-27
  • Jaargang 27
  • nummer 21
"Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?" Luk. 11: 1-13

Klimaks of anti-klimaks?
Eén van de discipelen vraagt Jezus om les in bidden. Misschien wilde hij op een keer de Meester iets vragen en trof hij Hem toen aan in gebed. Hij is er getuige van hoe Jezus zich helemaal uitspreekt tegen de Vader. En hij voelt hoe hij hier het geheim van Jezus' leven op het spoor is. Dit is de kracht, waaruit de Heer leeft en werkt. En het verlangen wordt bij hem geboren deze kracht te mogen kennen in eigen leven. Zodra Jezus zijn gebed dan ook beëindigd heeft vraagt hij: Heer, leer ons bidden! Maak ons uw levensgeheim bekend. Laat ons delen in uw kracht.
Jezus gaat daar grif op in. En Hij maakt ook duidelijk welke verwachtingen zijn discipelen van het gebed mogen hebben. Het kan gewoonn niet meer mis gaan met ons bidden. Bidt en u zult ontvangen.
Zoekt en u zult vinden. Klopt en de deur gaat open.
Vraagt maar, zegt Jezus, en je krijgt vast en zeker ... Ja, wat krijgen we dan? De Heilige Geest, zegt Jezus. En nu even eerlijk! Is dat toch niet een beetje een teleurstelling?
Ervaren we dat niet een beetje als een afknapper, een antiklimaks?
Ja, je durft het nauwelijks hardop zeggen. Maar hadden we toch niet liever die dingen gehad, waar we konkreet om hebben gebeden, wat dat ook wezen moge?
We voelen ons wellicht een beetje als een kind, dat voor zijn verjaardag een mooi stuk speelgoed heeft gevraagd. Vol verwachting komt het op de ochtend van het feest zijn bed uit. Het kan nauwelijks wachten tot de familie hem heeft toegezongen. Telkens kijkt hij naar het nog ingepakte kado. Maar als hij het uit het papier haalt blijkt er een nieuw paar schoenen in te zitten. Want die had hij harder nodig. Dat moet hij even verwerken.
Want hij had liever die schoenen náást het speelgoed.
Natuurlijk, de Geest hebben we ook nodig in ons leven. En als we de Geest óók ontvangen, zullen we Hem niet versmaden. Maar liever toch niet in de plaats van al die konkrete wensen en verlangens, die wij op ons lijstje hebben staan.
Ik vermoed echter, dat dit soort gevoelens de eerste hoorders van Jezus' gebedsonderwijs vreemd zijn geweest. Voor hen zal de toezegging van de Geest op hun gebeden ongetwijfeld de 'klimaks van Jezus' woorden zijn geweest.

Meer dan aardse vriend of vader
Met twee voorbeelden maakt Jezus duidelijk welke houding de discipelen bij God mogen verwachten als zij zich tot Hem keren in gebed.
In beide gevallen konkludeert hij van het mindere tot het meerdere.
Als je van mensen al zo'n welwillendheid mag verwachten, dan zeker van God.
Eerst geeft de Heiland ons het voorbeeld van een verzoek, waarvoor een mens heel wat moet overwinnen om er op in te gaan. (vs 5-8). En toch mocht de vrager op verhoring rekenen. Maar als zelfs mensen zich laten ompraten, zou God die zoveel van zijn kinderen houdt niet naar ons luisteren?
Onvoorstelbaar! Daarom, zegt Jezus, aarzel niet tot God te gaan.
Ook al is God oneindig veel meer dan een buurman uit de straat. Al is het bij nacht en ontij, wees niet bang Hem te storen. Hij is immers voortdurend wakker (ps. 121)! Hij is een hoorder van alle gebeden.
Ook het tweede is een voorbeeld uit het ongerijmde. Daarin voert Jezus een vader ten tonele, die in ijskoude wreedheid de behoeften van zijn kind misbruikt om het te kwetsen, mogelijk zelfs te doden (vs 11, 12). Dan ben je toch wel laag gezonken. Nu, zegt Jezus, daar zie Ik geen van jullie voor aan. Jullie mogen dan zondige mensen zijn, maar zó wreed en hard is er bij jullie niet één. Maar wat denk je dan van God? Als er één als een Vader van zijn kinderen houdt, dan is Hij het toch!
Welnu, zegt Jezus, als jullie al weten wat goed is voor je kinderen, God zéker! En daarom geeft God het beste wat Hij in huis heeft: zijn Heilige Geest!

Ik heb geen goed buiten u (Ps. 16: 2)
Als dit voor ons een anti-klimaks is, dan beseffen we niet wat God ons biedt in zijn Geest. De discipelen hebben ongetwijfeld Jezus en elkaar verbaasd en in blijde verwondering aangekeken. Nee maar, de Géést! Zij leefden nog in de veronderstelling, dat Gods Geest alleen maar was voorbehouden aan koningen, priesters en profeten.
Zo was het tot dan toe altijd geweest. Voor de discipelen is het geweest of zij te horen kregen, dat bij wijze van spreken de Koningin dn hun burgerhuisjes op bezoek zou komen Want de Geest, dat is God zèlf! Gods eigen heilzame en krachtige aanwezigheid.
God, voor wie het mooiste hemelpaleis nog niet goed genoeg is, zal naar Christus' belofte zijn intrek nemen in hun bouwvallig levenshuis. Dat is meer dan zij ooit hadden durven vragen.
We lezen in vs 13: God geeft de Geest aan ben, die Hem daarom bidden. Maar in het grieks staat het woordje 'daarom' er niet bij.
De discipelen zouden niet hebben gedurfd!
Mogelijk hebt u, om andere redenen, ook de neiging God eerder om andere dingen te vragen dan om de Geest. Om genezing, om een kind, om een baan, om honderd en één wensen die op zichzelf beslist niet verkeerd zijn, waar u om mag vragen. Maar meer dan eens ontvangt u niet, waar uom vroeg. Moet dat worden uitgelegd als bewijs van liefde loosheid van de Vader? Dat nooit!
Nergens belooft Jezus ons onbeperkte gebedsverhoring. Zo gaan ook aardse ouders niet met hun kinderen om? Meer dan eens tasten we in het duister waarom wc het gevraagde niet ontvangen.
Daarin blijven we altijd kind tegenover Vader.
Maar altijd ontvangen we de Geest. De Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEEREN. D.w.z. God belooft dat Hij in elk geval zelf bij u is wanneer u een groot verlies lijdt. Hij is er bij wanneer u een zware teleurstelling te verwerken krijgt. Hij is er bij als anderen u het leven zuur maken, Hij is er bij als u niet krijgt waar u naar uitkijkt. Hij schenkt u zijn Geest. Hij schenkt u Zichzelf!
En als de belofte van deze gave u toch tegenvalt, dan moet u bedenken wat lang geleden Augustinus eens zei: Als je om iets anders bidt, waar zul je dan ooit genoeg aan hebben als zelfs God je nog niet genoeg is?
Bovendien, was juist deze gave van de Geest niet het geheim van Jezus' eigen leven, de kracht die Hem op de been hield bij alle tegenslagen en teleurstellingen die Hij doorleden en in de zware strijd die Hij doorstreden heeft? Welk mens is hier op aarde meer beproefd dan Hij? Als dan Jezus ons als heerlijkste gave, die Hij bedenken kan, ons de Geest toezegt, dan kunnen we weten wat dit waard is!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief