Syncretisme

1983-05-27
  • Jaargang 27
  • nummer 21


Omdat onze samenleving steeds meer een gemengde samenleving wordt, van christenen, mohammedanen en andere niet-christenen, wordt er momenteel vrij veel aandacht besteed aan de wijze waarop we in dit land met elkaar dienen om te gaan.
Die aandacht is terecht. Maar ik heb de indruk dat politieke tolerantie ten aanzien van anders denkenden iets heel anders met zich mee draagt. Prof. dr J. Verkuyl heeft er gelukkig op gewezen niet zo lang geleden, dat we het gevaar lopen te vervallen in de zonde van het syncretisme en van relativisme. Het gaat in de dialoog - zo zegt men dat tegenwoordig - er maar niet om dat een christen christen blijft, een orthodoxe Jood orthodox blijft en een mohammedaan mohammedaan blijft. Het gaat erom dat we mensen trachten te winnen voor Jezus Christus. Dat geldt van de Joden, die zo zeer van ons geleden hebben, dat geldt ook voor mohammedanen. Niet alle godsdiensten zijn gelijk. Het afstaan van een kerk aan een mohammedaanse samenleving is niet iets dat we maar gewoon moeten vinden. Het omgekeerde vindt ook niet plaats. Joden denken er niet aan hun synagogen tot christelijke kerkgebouwen te laten veranderen, mohammedanen denken er niet over een moskee tot kerk te laten worden.
En het Evangelie gebiedt ons niet het omgekeerde wel te doen. De politieke vrijheid van godsdienst, die iedereen behoort te hebben, mag niet leiden tot relativisme.
Toen dr H. Kraemer in 1937 hoogleraar werd in Leiden heeft hij een rede gehouden onder de titel "De wortelen van het syncretisme".
Hij maakt daarin duidelijk dat syncretisme in wezen heidendom is. Gandhi, die tegenwoordig zo veel geprezen wordt, vergelijkt Kraemer met Celsus. Celsus was een bestrijder van de christelijke kerk in de eerste eeuwen na Christus. Hij was zeer geërgerd aan dat wat het Evangelie tot blijde boodschap maakt nl. dat Jezus Christus door Zijn dood en opstanding de enige weg tot God is en de enige weg tot behoud.
Celsus zei tegen de christenen: "denk wat je wilt, maar conformeer je aan de maatschappelijkegodsdienstige gebruiken". Gandhi zegt het Celsus na. Hij blijft Hindoe, niet omdat het Hindoeïsme de waarheid is, maar omdat het de godsdienst is van het land van zijn vaderen. Gandhi kwam ook tot diep-agnostische uitspraken.
Als Jezus Christus dé weg, dé waarheid en hèt leven is, dan is alles wat niet van Jezus Christus niet-waarheid, dus leugen. Dat schreef Luther al naar Erasmus.
Hoor Israël de HERE is onze God; de HERE is één! Daarom is elk waarachtig christelijk denken er steeds weer op uit tot het afstoten van alles wat maar riekt naar relativisme en tot syncretisme.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief