Een abc van het NieuweTestament
1983-07-15
In de Schrift heeft leer en leven en verwante woorden een watandere betekenis dan 'wij er gewoonlijk aan hechten, Wij maken vaak een tegenstelling tussen leer en leven.. Leer is in ons spraakgebruik ongeveer gelijk geworden aan theorie. Het heeft vaak weinig met de praktijk te maken. Dat is in de Schrift heel anders. Dat is in het O.T. reeds zo. Wat moesten vaders hun kinderen leren? In de' eerste plaats de grote daden van God tot verlossing van Zijn volk. En in de tweede plaats wat het volk te doen had in dienst van de HERE. Men moest leren de inzettingen en rechten van de HERE. Het spreekt vanzelf, dat men die inzettingen door onderwijs moest kennen. Men moest weten, maar men moest weten om te doen. Alle leren was op de praktijk gericht. - Jaargang 27
- nummer 28
Die "kleur" heeft het boven genoemde woord ook in het N.T.O We Vinden in het N.T. geen systeem van waarheden. Geen soort van dogmatiek. Als de Heiland de Bergrede heeft beëindigd, dan "staan de scharen versteld over Zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende en niet als hun schriftgeleerden". De laatsten waren in hun scholen gemmen tot uitpluizen van allerlei haarkloverijen, maar de leer van de Here Jezus was op de praktijk gericht.
Leest de Bergrede en het verdere onderricht van de Here maar na.
Het is een aaneenschakeling van aanwijzingen voor een christelijk leven, Voor wat wij noemen de praktijk der godzaligheid. We zouden heel die leer wel kunnen samenvatten ,in de woorden van Matth. 5: 16: "Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede, werken mogen zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken". Met zeggen "Here, Here" komt niemand in het Koninkrijk der hemelen. Het komt er op aan, dat we de wil van de hemelse Vader doen. En als we dat met doen, dan zal ook tegen ons.
gezegd worden,aan het einde der dagen: "Gaat weg van mij, gij werkers van ongerechtigheid, Ik heb u nooit gekend". Dat wordt onsniet geleerd, opdat wij wanhopig zouden worden. Maar wel opdat wij met alle macht, in afhankelijkheid van Gods machtige genade zouden streven naar goede werken. Daarvan is: de leer van de Here Jezus vol. En Hij vraagt van ons geen daden, die onmogelijk zijn. Als we niet naar die leer van onze Zaligmaker luisteren en doen, dan is dat niet een gevolg van onmacht maar van onwil, Zo staat. het immens in Matth. 23 : 37: "Jeruzalem, Jeruzalem... hoe vaak heb ik uw kinderen willen vergaderen; gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert en gij hebt niet gewild." In Matth. 23 laat de Heiland ons weten, dat Hij tenslotte onze enige Leraar is. In onze vertaling staat "Meester". Beter vertaald als Leraar". En dan niet in de zin van.
onderwijzer van dogmatiek,een soort leersysteem. Gelukkig niet: Wat zouden wij arme schapen daarmee moeten doen? We mogen dogmatici het plezier gunnen, dat ze in hun werk hebben. Maar wee als godgeleerden hun opvattingen bindend aan de gemeente willen opleggen. Zoals in de geschiedenis van de kerken meermalen is gebeurd, Laten we ons maar houden aan de leer van onze hoogste Profeet en Leraar, Jezus Christus. We moeten ook geen kerkvaders volgen, want één .is onze Vader in de hemel.
Verder lezen we in Matth. 23 nog: Leerlingen van Mij moeten ~oh geen meestens of voorgangers laren.
noemen, want één is uw Leider, namelijk de Christus. Zeker mogen we voorgangers hebben, maar dan voorgangers, die onze grote Voorganger volgen. Volgelingen van Hem mogen en moeten we allen zijn. "Want (zo staat er in dit verband) gij zijt allen broeders".
En zusters zo mogen we er wel aan toevoegen. En dan nog een behartigenswaardig woord van onze Meester: "De grootste van u zal uw draken zijn, uw dienaar of dienares. Zoals ons ook wordt voorgehouden in Joh. 13. Waar ons aller Leidsman, na de voetwassing; heeft 'gezegd: ,,Ook gij moet elkander de voeten wassen (elkaar dienen) , Een slaaf is niet meer van zijn heer. Een gezonde niet meer dan zijn zender." 't Is goed als we dat weten, Maar gelukzalig zijn we als wij het doen.
Christus is, als het er op aan komt, onze enige Leraar, Leider, Voorganger.
En wij mogen en moeten allen Zijn leerlingen zijn. D.w.z. Zijn volgelingen. Grote denkers, geleerden, theologen en filosofen, prentten hun leerlingen hun leringen in. Hun leerlingen volgen de leermeesters in hun opvattingen.
In hun theorieën. Hun inzichten op allerlei gebied. Maar leerlingen van de Here Jezus mogen en moeten wij allen zijn. D.w.z. we moeten Hem volgen door Zijn geboden te onderhouden. Twee opdrachten heeft Hij aan zijn apostelen' gegeven. Het Evangelie te verkondigen. De blijde boodschap van Gods daden ter verlossing.
Zoals ook onder het O.T. moest gebeuren. En dan in verband daarmee gaf Hij als tweede opdracht: "Leert (hun die rot het geloof komen) onderhouden al wat ik geboden heb". Dat is even belangrijk als geloof in het Evangelie, Dat is over het algemeen door kerken van allerlei ligging vrijwel vergeten.
Althans het is wat op de achtergrond geschoven. Orthodox willen de meeste gelovigen graag wezen.
Zuiver inde leer. Samengevat in formulieren. Het lijkt me een goede zaak zuiver in de leer te zijn. Geen eenvoudige zaak denk ik. Wie heeft de waarheid in pacht? Wie is volmaakt in zuiverheid van leer? Even moeilijk of gemakkelijk als zuiverheid van leven dunkt mij. De volmaaktheid zal hierin of daarin niet bereikt worden in deze bedeling. Maar we zullen er wel naar moeten streven.
Naar zuiverheid van leer. Maar dan in de leer van onze enige Leraar, Christus Jezus. En dat houdt nauw verband met leven.
Met ons doen en laten. Jezus heeft gezegd: "Weest dan volmaakt gelijk uw Vader in de hemelen volmaakt is". D.w.z. dat we naar die volmaaktheid zullen jagen.
Dat hebben' de. apostelen goed begrepen.
En ze tonen dat in hun brieven, In 't algemeen kunnen we zeggen, dat die apostolische brieven uit twee gedeelten bestaan. Niet bij allen zó, dat die twee delen precies zijn te scheiden. Maar die deling zit er wel op de een of andere manier in: Eén deel leert ons, wat wij in en door Christus hebben. Het andere deel brengt ons bij wat wij te doen hebben...
We zouden het zo kunnen zeggen: Ze houden ons voor de daden van Christus tot onze verlossing .. En op grond daarvan, wat wij hebben te doen Ze leren ons wat God door Christus en Zijn Geest in en voor ons werkt. En wat wij, dit gelovend, met heilige zorgvuldigheid hebben te werken. 'k Zal niet herhalen wat ik in m'n stukjes telkens reeds herhaald heb.
Het Evangelie-van-Christus en de wet-van-Christus horen onlosmakelijk bij elkaar. Geloof dat niet werkt is een dood geloof. Daarover zijn alle apostelen het eens.
Dan nog dit. Ons aller Leraar heeft gewaarschuwd voor leringen, die van mensen zijn. Volgens Matth. 15: 8 en 9 heeft Hij gezegd: "Dit volk eert mij met de lippen. Maar hun hart is ver van Mij. Vergeefs eren zij Mij, omdat zij leningen leren, die geboden van mensen zijn". Met "dit volk" zijn bedoeld Farizeeën en Schriftgeleerden.
Hun opvolgers zijn nog onder het kerkvolk, Ze leggen lasten op die te zwaar zijn om te dragen. En velen matten zich af om ze te torsen.
Zij nemen het zogenaamd zwaar. Ze hebben van de zondag (een dag van vreugde naar Gods bedoeling) een vervelende dag gemaakt, Zoals joodse jongeren blij waren, als de avondster op vrijdagnamiddag was opgegaan (dan was immers- de sabbath voorbij), zo zijn veel jonge mensen blij geweest als de zondag voorbij was.
En niet alleen golden deze menselijke leningen of voorschriften de zondag, maar ook de dagen der week. Er is door sommige (of vele?) leraren aan hun volgelingen voorgehouden, dat een christen eigenlijk niet blij- mag zijn. Terwijl de apostel zegt: uw blijdschap en vriendelijkheid zij alle mensen' bekend.
Velen hebben geleerd en ze zijn er nog, dat goede werken eigenlijk onmogelijk zijn. Terwijl de Leraar heeft bevolen: Laat uw goede werken bekend zijn in uw omgeving, Opdat mensen van de wereld jaloers worden, tot de gemeente komen en met' ons onze hemelse Vader verheerlijken. Paulus had reeds te strijden tegen het volgen van mensen. Met als gevolg verdeeldheid in de gemeente.
De een vond in Apollos z'n man.
Een ander roemde in Petrus. Weer een ander in Paulus. Deze moest daar niets van hebben. Laten wij daar ook maar niets mee op hebben.
Alle vereerders van "grote mannen" in de kerken hebben verdeeldheid gebracht. Laten we maar geen Lutheranen en geen Calvinisten en geen gereformeerden van allerlei slag zijn. Maar christenen.
Dat is al genoeg. Daarmee wil ik niet zeggen, dat Calvijn en Luther enz. enz. ons niet veel goeds kunnen leven. Maar we mogen en moeten hen niet klakkeloos volgen.
Hun leer was en is niet onfeilbaar. Dat moet maar geen leraar of herder zich in beelden, Christus is de weg, de waarheid en bet leven". En niemand anders Te allen tijde, maar. toch ook duidelijk in onze dagen is er verschil tussen een oudere generatie en een jongere. De ouden willen vrij algemeen bij het oude blijven. En jongeren zoeken wat nieuws. Ik zou zeggen: het oude is niet goed, omdat het oud is. Maar ook: het nieuwe is niet goed, omdat het nieuw is. De ouderen moeten openstaan voor meningen van de jongeren. En jongeren moeten openstaan voor de ouderen. Dat vraagt de liefde van ons. Ik moet daar bij denken aan wat Paulus schreef aan de Korintiërs: "Streeft naar de hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert." En dat is de weg van de liefde. 1 Kor. 13. Als die wet ons beheerst, laten wij ouderen de jongeren niet los en dan laten de jongeren de ouderen niet los. Alleen in uiterste nood mogen we weglopen uit de gemeenschap, waartoe we behoren. Samen hebben we te overwegen, wat de goede en heilige leer of wil van God is.