De antroposofie (4)

1982-01-08
  • Jaargang 26
  • nummer 1
Het Mysterie van Christus
In geen enkele confessionele richting vond hij het christendom dat hij moest zoeken.
Men (kan) de gehele antroposofie als het vijfde evangelie beschouwen.
Het vijfde evangelie is het macrokosmische dus het oudere; het brengt de geestelijke wijsheid uit het westen. Het. moest verborgen blijven gedurende tweeduizend jaren, waarin het viervoudige evangelie uit het oosten het gemoed van de christelijke mens kon verheffen en troosten. Thans moet dit evangelie van het KENNEND INZICHT aan de vier evangeliën van de VERKONDIGING worden toegevoegd.

Veltman,
Steiner, pp. 114, 191, 194-5

Directe aanschouwing
In het vorige artikel is er al op gewezen dat Steiner in contact kwam met theologen. Dezen konden weinig begrip opbrengen voor Steiners visie aangaande Christus. Dat is niet zo verbazingwekkend; Steiner deed namelijk een poging om een "christelijk occultisme" te grondvesten.
Dit occultisme hangt rechtstreeks samen met zijn vermogen om rechtstreeks in de geestelijke wereld te schouwen. Hij was een "zelfstandig geestesvorser" (128). In die wereld van directe aanschouwing volgde hij "het kosmische spoor van Christus".
We lezen: "Zijn inzichten zijn geput uit de bron van een directe geesteservaring. Hij richtte zijn lichaamsvrije bewustzijn op die regionen van de geestelijke wereld waar een onmiddellijke aanschouwing van de waarheid van het Golgotha gebeuren mogelijk is. Daarna pas vergeleek hij zijn ervaringen met de inhoud- van de evangeliën, met gnostische en mythische geschriften."
(114,5). De conclusie: "Het bleek dan dat deze uit dezelfde bron geput waren, waaruit hij ook geput had. De evangelieschrijvers waren zieners evenals hij." (115).

De herinnering der mensheid
Steiner doet in zijn werken waarlijk opzienbarende mededelingen over Christus. Daarover zo meer. Voordat we ze meer in detail gaan bekijken aandacht voor het volgende: "Deze mededelingen berusten niet slechts op een opvating, doch op waarneming van feiten. Rudolf Steiner was in staat in het "geheugenboek" van de wereldontwikkeling te lezen. Dat dit "geheugenboek van de wereld" geen verzinsel van hem is, kan worden opgemaakt uit het feit dat de oude Indiërs daarvoor reeds een naam hadden, akasha. In een zeer hoog gebied van de geestelijke wereld zijn als in een kroniek de beelden bewaard van de wereldwording.
Niet alleen de werkingen van de kosmische machten en krachten, ook wat zich op aarde als innerlijke wordingsgeschiedenis van de mensenzielen afspeelt, kan daaruit ontcijferd worden." (188, 9).
In die "akasha-kroniek" blijkt enorm veel te lezen dat ons gewone mensen onbekend is. In zijn commentaren op de evangeliën komt Steiner tot wonderbaarlijke uitspraken, waarbij hij soms "de occulte berichtgeving" citeert. Naar ik aanneem, is daarmee (mede) dat akasha-archief bedoeld.
Probleem daarbij is, zoals ook vorige maal al opgemerkt, het feit dat zijn beweringen door minder begaafde mensen zoals wij voetstoots moeten worden aanvaard; controle is onmogelijk.

Atlantis en Israël
In het commentaar dat Steiner op het Mattheüsevangelie leverde (de weergave van een aantal lezingen uit 1910) is het dan ook meteen al raak. We worden geconfronteerd met gegevens over Atlantis. Dat oude legendarische rijk, dat volgens Plato eenmaal verzonken moet zijn, vertegenwoordigt een vroegere fase van de wereldgeschiedenis, begrijp ik. De oude Atlantiërs hadden een bijzonder vermogen tot helderziendheid.
Toen Atlantis in een catastrofe teloorging, trokken vluchtelingen in twee groepen naar het Oosten. "Bij deze volkeren bestond nog een helderziend waarnemen der omgeving.
De mensen konden het spirituele nog schouwen en ook wat wij nu stoffelijk waarnemen, was voor hen op meer spirituele wijze te zien." (Het Mattheüsevangelie, p. 16). Deze helderziendheid nam overigens bij de meesten vrij snel af. Hoe oostelijker men echter kwam te wonen, hoe geestelijker men bleef. "Dit was het sterkst bij het volk dat naar India trok." (18) Een van de groepen die uit Atlantis wegtrok, ontwikkelde zich, begrijp ik, tot het Hebreeuwse volk. Moeilijk te doorgronden, maar kennelijk positief bedoelde, woorden volgen nu over de Joden: "Wat de Atlantiërs de kracht gegeven had op spirituele wijze in de ruimte en in geestelijke gebieden waar te nemen. werkte bij dit kleine Hebreeuwse volk van binrien. Alles wat bij de Atlantiërs goddelijk-geestelijk was, werkte bij het Hebreeuwse volk van binnen, vormde organen en kon daardoor in het bloed van dit volk oplichten als het goddelijk bewustzijn van binnen." (42) Het helderziend vermogen van de mensen van Atlantis werkte bij dit deel van hun nazaten door "als orgaan-bewustzijn, als het geloof aan [ahve of Jehova, als het innerlijk godsbewustzijn. Dit volk voelde zich in zijn bloed met God verbonden... " (42).

De figuur Zarathoestra
Is dit alles al bepaald verwarrend en onvoorzien te noemen, het verhaal wordt nog buitengewoon veel ingewikkelder. Om te komen tot een juist begrip van wie de Christus is, moeten we eerst nog een omtrekkende beweging maken. (Voor wie meent op dit moment te moeten "afhaken"
is het goed te vermelden dat deze vreemde opvattingen geenszins los staan van de Antroposofische kijk op het leven, zoals die op zoveel terreinen doorwerkt. Daarom vraag ik ieders geduld en clementie.) De stichter van de oude Perzische zonnegodsdienst, Zarathoestra, is de volgende die we moeten bekijken. Aan mensen die hogere geestelijke zaken niet meer konden waarnemen wees Zarathoestra op de zon, als de hoogste kracht in de kosmos. Volgens Steiners opvatting hield de oude Perzische leer in dat "een hoog geestelijk wezen" (waarvan de zon het uiterlijke lichaam was) eens op aarde zou nederdalen. Deze zou zich "in later tijden wezenlijk met de aarde verbinden en verder werken aan de wording van de mens." (23).
Zarathoestra trok twee leerlingen aan, die hij al zijn inzichten doorgaf. Toen de tijd van Zarathoestra's afscheid van de aarde aangebroken was, deed hij iets zeer uitzonderlijks. Bij zijn dood liet hij zijn "astrale lichaam" (waarover binnenkort meer) aan zijn ene leerling na.
De andere leerling ontving het "etherlichaam" van de Meester. De identiteit van die twee leerlingen wordt door Steiner onthuld, maar dat zegt ons nogal weinig. Anders wordt het, als we lezen dat deze twee leerlingen in een latere levensvorm (Steiner gelooft immers in reïncarnatie) terug keren als Hermes, een egyptische godheid/hoge leraar en ... als Mozes! Via Mozes, die dus in een vorig leven Zarathoestra's toegewijde leerling geweest is, komt heel wat hoge kennis binnen bereik van het Joodse volk, dat laat zich begrijpen. Het wordt eentonig om het te zeggen, maar ook hier staat "de occulte berichtgeving" garant voor de juistheid van deze mededeling. We moeten het dus devoot aannemen, er zit niets anders op. Maar merkwaardig is het wel. Mozes is een soort "geestelijke siamese tweeling" van Hermes, die in de Egyptische Godenleer ook wel Thoth heet.

Twee Jezusfiguren
Waar past nu de persoon van Jezus in het grote beeld? Hij is degene immers die op aarde zou komen, naar Zarathoestra al voorzegde? Veel aandacht schenkt Steiner aan "Jezus". Om alles maar tot de meest eenvoudige informatie terug te brengen: er zijn twee Jezus-kinderen!
Die overtuiging komt tot Steiner vanuit zijn eigen geestelijke aanschouwing èn vanuit de verschillen in de geslachtsregisters van Mattheüs één en Lukas één. In beide gevallen stamt Jezus van Abraham en David af, maar niet langs dezelfde lijn, zegt Steiner. De ene lijn loopt via Salomo, de andere via (Davids zoon) Nathan. Een "salomonische" en een "Nathanische Jezus" dus. Beiden zijn ze drie maal veertien generaties van Abraham verwijderd - een gegeven waarop we later dienen terug te komen. Deze getalsymboliek is voor Steiner erg belangrijk - het getal zeven is bij hem het getal waar het vaak om draait. Hoe dan ook, beiden worden ze geboren na een lange keten van "incarnaties". Na deze 42 generaties kon wat bij Abraham in eerste aanleg aanwezig was nu ook volledig ontplooid worden. Dat was nodig, wilde Zarathoestra van die lichamen gebruik kunnen maken. De "Nathanische Jezus", die "een engelachtig wezen" was, dat "in het joodse en vroegchristelijke occultisme bekend was" (Veltman, 191), en de andere Jezus ontmoeten elkaar in Jeruzalem, als ze beiden, als twaalfjarigen, naar Jeruzalem gaan. Dan "dringt het ik van de Salomonische Jezus in hem; dit kind uit de koninklijke lijn van het huis Davids sterft kort daarna, Nu vervult het Salomonische ik, een grote individualiteit, vol wijsheid en aardse kennis door vele incarnaties verworven, de ziel en het levende lichaam tot het dertigste levensjaar." (Veltman, 192).

Drager van de Christus-geest
Deze "twee-componenten-Jezus" (de term is van mij, PvK), maakt op zijn dertigste jaar plaats voor "het mensheids-ik": de Christusgeest. "De Zarathoestra-individualiteit wordt nu overgenomen door een wezen, dat enig is in zijn aard, nl. de bron van alle wijsheid voor alle grote leraren: de Christus." (Mattheüs, 118) Die gebeurtenis vindt (dat had u al begrepen) plaats bij de Doop in de Jordaan. Drie jaar later verlaat de Christusgeest hem weer. Jezus, is dus de "Christofoor", de "Christus-drager", Diens "kruisiging", Diens graflegging en "opstanding" moeten worden gezien als "het zich begeven in de kosmos" (Matth. 120). We dienen dus die gebeurtenissen niet alleen letterlijk historisch te zien, maar ook de geestelijke kosmische dimensies daarin in ogenschouw te nemen.

Wat nog rest
Het bovenstaande is nog maar een uiterste versimpeling van Steiners occulte leer, die mij bij het lezen geregeld als een nevelsluier heeft omgeven, moet ik zeggen. Het is allemaal zó ingewikkeld, zo "geestelijk" in een zin die me niet erg aanstaat, zó esoterisch. In alle opzichten doen we er goed aan Paulus' Collossenzenbrief opnieuw goed te lezen. Daar spreekt de apostel over dit soort denken en wijst het honderd procent af. Maar goed, nog even wat zaken die "de occulte berichtgeving" ons leren wil:

- de vader van Abraham, Terach, was de legeraanvoerder van Nimrod (beiden hebben dus echt bestaan, bevestigt Steiner). Abraham zou moeten worden gedood

- volgens voorspellingen zou hij Nimrod's rijk gaan bedreigen. Terach laat echter een ander kind ombrengen; Abraham overleeft de aanslag op zijn leven (Mattheüs, p. 56).

- De beloften van God aan Abraham moet eigenlijk vertaald worden als "uw nakomelingen moeten geordend zijn, zoals de sterren aan de hemel." "Die vaste orde dus, die bestond in de sterrenhemel en die zich uitstrekte in de verhouding tussen planeten en dierenriemtekens, die moest ook heersen in de bloedverwantvan Abraham." (Mattheüs 67)

- Er komen allerlei wereldleraren, onder andere de Boeddha Maitreya (heel aktueel). Christus staat echter hoger dan de Boeddha(s). "Van de Christus ontvangen alle Boddhisattva's de leerstellingen die zij in de loop der tijden aan de mensen te verkondigen hebben." (Mattheüs 77)

- de Essenen (de gemeenschap van Qumran) kenden een geheime inwijding. (79) - er waren twee ouderparen, die Jozef en Maria heetten. (102,3)We ronden een verhaal af, dat uitermate complex is en - u zult dat toegeven

- inderdaad niet "confessioneel" genoemd kan worden. Een soevereine minachting voor de letterlijke interpretatie van de evangeliën spreekt ook duidelijk. Er is verwantschap met visies van de gnostiek; ook door de vroege kerk bestreden visies als "docetisme" en "adoptianisme" komen levensgroot in Steiners systeem voor. Het lijkt me onmogelijk om orthodox christen te zijn en zelfs maar een spoortje sympathie voor deze visie te hebben.

Besproken: Rudolf Steiner.
Het Mattheüsevangelie, uitg. Vrij Geestesleven, Zeist. 227 pag. ± f 20,-.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief