De roeping van Mozes
1983-06-10
"Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik."- Jaargang 27
- nummer 23
(Ex.3: 1-3)
In de woestijn
In een plaats van eenzaamheid en afzondering, die een woestijn is, heeft Mozes een tijd lang rondgezworven, blijkens de rede van Stefanus in Hand. 7 duurde die zwerftocht veertig jaar. Dit - gevoegd bij het gegeven uit Hand. 7 dat Mozes 40 jaar oud was toen hij naar Midian vluchtte - betekent dat Mozes ongeveer 80 jaar was bij de uittocht van Israël uit Egypte en dat hij de jaren, die wij gewoonlijk de beste jaren van het leven noemen, in een zwervend bestaan heeft doorgebracht.
Toen Mozes in zijn volle mannelijke kracht was, van zijn veertigste tot zijn tachtigste jaar, heeft hij in eenzaamheid en afzondering geleefd, als herder van de kudden die hem ter verzorging waren toevertrouwd.
In die woestijntijd heeft Mozes ongetwijfeld gelegenheid te over gehad om na te denken.
Daarvoor leent zich de eenzaamheid van de woestijn bij uitstek.
Het is ook niet voor niets dat het kluizenaarsleven in de vroeg-christelijke kerk begon in de woestijn, waar men of in volstrekte afzondering of in kleine groepen zich ging wijden aan meditatie en gebed.
Dubbele vergissing
Als Mozes in al die veertig jaar in de woestijn ergens over nagedacht heeft, dan moet het wel deze vraag geweest zijn, of niet heel zijn leven één grote vergissing is geweest. Hij had toch eenmaal in alle eerlijkheid de zijde van zijn verdrukte volksgenoten willen kiezen. Hij was toch bereid geweest om als voorvechter voor zijn volk op te treden, maar het volk was daar blijkbaar niet van gediend. Mozes heeft zich vergist in zijn eigen volk. En wat daarmee onmiddellijk samenhangt en eigenlijk nog veel ernstiger is: Mozes heeft zich ook vergist in zijn God. De bereidheid van Mozes om voor zijn volk op te komen en er voor in de bres te springen, heeft God op het ogenblik dat die bereidheid aan het licht kwam, niet willen aanvaarden.
Mozes dacht dat de tijd van bevrijding al gekomen was, maar de Here wilde blijkbaar een andere weg gaan. En we kunnen ons voorstellen dat Mozes het juist met die vragen moeilijk heeft gehad in de woestijn van Midian. Was hij dan als baby van de dood gered, om min of meer doelloos, jaar in jaar uit, schapen te hoeden. Dat was toch werk wat ook (of zelfs wel beter) gedaan kon worden zonder "de wijsheid van de Egyptenaren".
Moeten we ten aanzien van de vraag waarom Mozes nou zo lang in de woestijn moest blijven, alleen maar constateren, dat dit een raadsel is van God, die eigenlijk zijn eigen werk afbreekt. Wel, waar zo'n antwoord gegeven wordt, wordt heel het probleem van een bijzonder benauwende inhoud benauwend hierom, dat je dan op God eigenlijk niet aankunt, die kan zomaar zijn werk afbreken.
Maar heel de bijbelse boodschap laat toch zien dat God Zijn werk niet afbreekt, maar het altijd voltooit en daarbij volgens Zijn eigen plan te werk gaat!
Afstamming van Levi
Wel zien we in dit werk van God t.a.v. Mozes, dat diens eigenwilligheid wordt afgebroken, opdat Mozes geheel en al een instrument van God zal kunnen zijn. Daarbij valt te bedenken dat Mozes tot de stam van Levi behoorde en ook over zijn leven klinken dus de woorden na, die Jacob op zijn sterfbed, toen al zijn zoons bij elkaar waren gekomen, tot Levi gesproken heeft. Jacob heeft daarbij herinnerd aan het gedrag van Levi samen met zijn broer Simeon bij hun sluwe en geraffineerde wraakneming op Sichem, de zoon van Hemor, toen deze zich vergrepen had aan hun zuster Dina (Gen. 34: 25-31). Jacob heeft deze wraak van zijn zoons niet kunnen vergeten en op zijn sterfbed is hij er weer op teruggekomen en volgens Gen. 39: 7 heeft hij over Levi en Simeon gezegd: "Vervloekt zijn hun toorn, want die is hevig, en hun grimmigheid, want die is hard". Met deze woorden wordt in zekere zin ook het gedrag van Mozes getypeerd, toen hij zich ging bemoeien met de dwangarbeid van zijn volksgenoten en opvliegend als hij was, meteen begon te vechten. Dat onrustige, oproerige karaktertrekje dat we bij Levi zien, stak ook bij Mozes de kop op en dat moet tot rust worden gebracht. Vandaar het lange verblijf in de woestijn van Midian.
Anders dan gedacht
Er ligt een grote tegenstelling tussen de Mozes, die zichzelf opwerpt om zijn volk te verlossen en de Mozes, die veel later door de Here geroepen wordt om zich voor de bevrijding van Israël in te zetten, want Mozes heeft gedurende zijn verblijf in de woestijn wel begrepen dat de verlossing van zijn volk niet zou komen op de manier die hij aanvankelijk gedacht en gewild had: geweld van wapenen en een sterke vuist kwamen er niet aan te pas. Maar hoe het dan wel zou gaan, heeft Mozes ook nooit zelf kunnen bedenken. Dat is hem verteld door de verschijning van de engel des Heren in de brandende braamstruik, waarmee duidelijk gemaakt werd dat een geheel nieuwe, ongekende kracht straks Israël zal verlossen. In die verschijning in die braamstruik krijgt Mozes een teken van het grote werk dat God zelf zal verrichten ten behoeve van zijn volk! En, zoals Mozes verwonderd het verschijnsel aanschouwt van de braamstruik die wel brandt, maar niet verteert, zo zal hij straks in verwondering leiding gevend aan de uittocht, voorttrekkend aan het hoofd van het volk. Ja, "het is een wonder in onze ogen, wij zien het maar doorgronden het niet".
Deze verwondering zal er blijven bij allen die werken mogen in de dienst van de Heer in de gemeente van Christus. Geleid, vervuld, gestuwd door een nieuwe wonderbaarlijke kracht, mag na Pinksteren de gemeente haar opdracht uitvoeren om tot de einden der aarde te gaan. Daarbij, net als het volk Israël op de reis van Egypte naar Kanaän, gesterkt door God zelf, voortgedreven door het woord van de Heer, niet in eigen kracht voortgaande, maar van wonder tot wonder in de kracht van de Geest!